Samenvatting micro-economie
Jaar 2018-2019
Hoorcollege 1 H1,2
Tentamen: 60% openvragen, 40% MC
Micro-economie gaat over:
• de keuzes die individuen en organisaties maken (consumenten, producenten, overheid)
ga ik op vakantie of koop ik toch een nieuwe smartphone?
• hoe die keuzes worden gemaakt
wat zijn de trade-off’s, hoe maken we een optimale keuze?
• hoe leiden die keuzes via interactie via de markt tot verdeling van welvaart
leiden mijn keuzes tot een optimale allocatie van middelen?
bij een lineaire vraagcurve is de vraagelasticiteit niet constant, dit verschilt op welke plek van de curve je
zit:
perfect elastisch → kleine verandering prijs zorgt voor oneindige verandering gevraagde hoeveelheid
elastisch → e < -1
inelastisch → 0 > e > -1
perfect inelastisch → maakt niet uit wat voor prijsverandering, gevraagde hoeveelheid verandert niet
constante elasticiteit: helling moet niet constant zijn
perfect elastisch →= - oneindig
perfect inelastisch → = 0
, Hoorcollege 1 30-01-2017
1. Vraag- en aanbodfuncties
2. Elasticiteiten
3. Marktevenwichten en comparatieve statica
Marktstructuur: hoeveel ondernemingen zijn er in de markt actief bij een bepaald goed (bv
monopolie)
Asymmetrische informatie: doet de agent wat de principaal vraagt? De medewerker weet hoeveel
inzet hij toont, maar de werkgever weet dit niet.
Marktfalen: evenwicht wat eruit komt is niet het gewenste evenwicht (bv door vervuilende goederen)
→ te veel geproduceerd als je het aan de markt overlaat. Hierdoor moet de overheid ingrijpen om de
externe effecten van de productie te verkleinen.
Verdeling welvaart: Hangt af van de marktstructuur. Alle factoren in dit plaatje samen bepalen de
verdeling van welvaart. → bv monopolie: veel winst voor producent, of consumenten kunnen heel
goedkoop beginnen.
Vraag- en aanbodfuncties
Vraagfunctie en vraagcurve
Vraagfunctie: De wiskundige relatie tussen de gevraagde hoeveelheid (Q), de prijs (p), en andere
factoren die de vraag beïnvloeden:
(moet gelezen worden als; de vraag naar D als een functie van P, Ps, Pc, Y)
met:
P; negatief; stijging prijs, daling vraag
ps de prijs van een substituut goed; positief
pc de prijs van een complementair goed; negatief
Y het inkomen van de consument; hangt van inkomenselasticiteit af (H4)
In andere woorden: Verwachte relatie met p, ps, pc en Y?
- dQ/dp < 0 (“Law of demand”)
- dQ/dps > 0 en dQ/dpc < 0
- dQ/dY > 0 (maar hangt af van type goed, zie H4)
.
Jaar 2018-2019
Hoorcollege 1 H1,2
Tentamen: 60% openvragen, 40% MC
Micro-economie gaat over:
• de keuzes die individuen en organisaties maken (consumenten, producenten, overheid)
ga ik op vakantie of koop ik toch een nieuwe smartphone?
• hoe die keuzes worden gemaakt
wat zijn de trade-off’s, hoe maken we een optimale keuze?
• hoe leiden die keuzes via interactie via de markt tot verdeling van welvaart
leiden mijn keuzes tot een optimale allocatie van middelen?
bij een lineaire vraagcurve is de vraagelasticiteit niet constant, dit verschilt op welke plek van de curve je
zit:
perfect elastisch → kleine verandering prijs zorgt voor oneindige verandering gevraagde hoeveelheid
elastisch → e < -1
inelastisch → 0 > e > -1
perfect inelastisch → maakt niet uit wat voor prijsverandering, gevraagde hoeveelheid verandert niet
constante elasticiteit: helling moet niet constant zijn
perfect elastisch →= - oneindig
perfect inelastisch → = 0
, Hoorcollege 1 30-01-2017
1. Vraag- en aanbodfuncties
2. Elasticiteiten
3. Marktevenwichten en comparatieve statica
Marktstructuur: hoeveel ondernemingen zijn er in de markt actief bij een bepaald goed (bv
monopolie)
Asymmetrische informatie: doet de agent wat de principaal vraagt? De medewerker weet hoeveel
inzet hij toont, maar de werkgever weet dit niet.
Marktfalen: evenwicht wat eruit komt is niet het gewenste evenwicht (bv door vervuilende goederen)
→ te veel geproduceerd als je het aan de markt overlaat. Hierdoor moet de overheid ingrijpen om de
externe effecten van de productie te verkleinen.
Verdeling welvaart: Hangt af van de marktstructuur. Alle factoren in dit plaatje samen bepalen de
verdeling van welvaart. → bv monopolie: veel winst voor producent, of consumenten kunnen heel
goedkoop beginnen.
Vraag- en aanbodfuncties
Vraagfunctie en vraagcurve
Vraagfunctie: De wiskundige relatie tussen de gevraagde hoeveelheid (Q), de prijs (p), en andere
factoren die de vraag beïnvloeden:
(moet gelezen worden als; de vraag naar D als een functie van P, Ps, Pc, Y)
met:
P; negatief; stijging prijs, daling vraag
ps de prijs van een substituut goed; positief
pc de prijs van een complementair goed; negatief
Y het inkomen van de consument; hangt van inkomenselasticiteit af (H4)
In andere woorden: Verwachte relatie met p, ps, pc en Y?
- dQ/dp < 0 (“Law of demand”)
- dQ/dps > 0 en dQ/dpc < 0
- dQ/dY > 0 (maar hangt af van type goed, zie H4)
.