100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Overzicht van de historische kritiek - Aantekeningen hoorcolleges/samenvatting (B001630A)

Puntuación
-
Vendido
7
Páginas
50
Subido en
10-05-2024
Escrito en
2023/2024

Dit document heeft de powerpoints + eigen notities van het vak 'Overzicht van de historische kritiek'. Als deze informatie gekend is, ben je klaar voor het examen!

Institución
Grado

















Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Libro relacionado

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

¿Un libro?
No
¿Qué capítulos están resumidos?
H1-4
Subido en
10 de mayo de 2024
Número de páginas
50
Escrito en
2023/2024
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

Overzicht van de historische kritiek
TYPOLOGIE

BRONNEN
Historische bronnen:
 Wat is een bron?
o Alles waaruit men bewijzen put voor wat men beweert
o Bron = elk spoor van menselijke activiteit waaruit informatie ons bereikt (teksten, materiële
zaken, mondelinge gespreken, …)
o Wetenschappelijk veld: bron = bouwsteen voor onderzoek (ruwe data)
o ‘1985’: casus privémilities
 Vlaamse militanten orde (extreem rechtse organisatie, para militair, opgericht jaren 70,
werden verboden als privémilities = elke organisatie die poogt om taken van
politie/leger wil overnemen, jaren 20-30: ook in België para militaire organisaties,
gewapend, geüniformeerd, trainingskampen, namen geweldsmonopolie van politie
over, 1943: verbod op privémilities  stel je wil meer info over privémilities voor
onderzoek, welke bronnen gebruik je?  parlementaire debatten en stukken over de
totstandkoming van de wet (discussie over wat in wet moet opgenomen worden) 
goede bron veel criminologische fenomenen staan erin die impact hadden op België +
je weet hoe de politiek dacht over specifiek fenomeen
 Privémilities in VS: Proud Boys: ten tijde van Trump, vernietigen van
overheidseigendom,
 Onderzoek beeldvorming van organisaties/crimineel fenomeen in algemene zin, welke
bron?  media: hoe wordt er vanuit journalistieke wereld gekeken naar bepaald
fenomeen + survey: bevraging naar mening van bevolking
 Wat zijn historische bronnen?
o Artefacten en materiele overblijfselen  minder interessant voor criminologen
o Natuurlijke overblijfselen
o Landschap: begroeiing en steden
o Teksten (handgeschreven, gedrukt, digitaal, …)  voor criminologen interessant
o Visuele bronnen  Afbeeldingen, foto’s, films, schilderijen, mug shots (politiefoto), … 
culturele criminologie

‘overblijfselen’ vs. ‘getuigenissen’
 Overblijfselen VAN het verleden
o Voorwerpen/artefacten uit het verleden (materiële sporen): vb. botten
o Domein van archeologie
o Het zijn voorwerpen die alleen al door hun bestaan aan de onderzoeker een spoor van het
verleden opleveren
 Getuigenissen OVER het verleden
o Geschreven ‘teksten’: vb. dagboek van vroeger
o Domein van geschiedenis
o In boek: overleveringen
o Het zijn mondelinge of geschreven getuigenissen, die een eenvoudige/complexe gebeurtenis
beschrijven, verhalen of van commentaar voorzien
 Maar: overlap

, o Vb. foto’s: is iets materieel kan overblijfsel van verleden zijn maar een foto verteld ook een
verhaal dus ook spoor dat iets zegt over het verleden/gebeurtenis
 Belang van ontstaanscontext
o Wie schreef de bron? Auteur? Bedoeling?
 Bewust vs. onbewuste creatie
o Onbewuste creatie: men stak vroeger geen zaken in de grond in de hoop dat wij het zouden
vinden
o Artefacten en getuigenissen:
 hebben vaak een specifieke functie voor de tijdgenoten uit de periode waarin ze
ontstonden. Artefacten zijn vaak objecten uit het dagelijks leven voor ze een historische
bron worden. Vaak was het niet de bedoeling om een historische bron te zijn, maar zijn
dit wel gekomen door de blik van de historicus-archeoloog.
 kunnen met opzet gecreëerd worden (om een bepaald doel te bereiken) of per ongeluk
of onbewust ontstaan (bv: etensresten in een afvalput, ze leren ons wat er wel of niet
werd gegeten).
o Bewuste creatie: bewust over iets schrijven (vb. PV politie: registratie van misdrijf = bewuste
creatie van informatiebron)
o ‘unwitting testimony’
 Verwijst naar gegeven dat een bron die werd opgesteld met een bepaalde intentie,
informatie bevat waar in oorsprong niet zou worden naar verwezen (de historicus heeft
er een andere functie aan).
 = onbewust vastleggen van een gebeurtenis
 Vb. moord op John F. Kennedy werd gefilmd  was niet bedoeling om moord te filmen,
was gewoon een man die de parade aan het volgen was
 Vb. 9/11  filmpje PPT  bewust of onbewust? Moeilijk om onderscheid te maken. In
het begin van de video zijn de fragmenten onbewust gemaakt, maar wanneer de feiten
gebeuren beginnen meerdere mensen te filmen en wordt het bewust
 Vb. Kolonel Tejero had een gewapende staatsgreep gepland in het Spaans parlement.
Er waren in het parlement (de Cortes) camera’s aanwezig omdat het debat gefilmd
werd. Tejero en da andere putschisten wisten dit niet. Hierdoor konden ze de weerstand
tegen de staatsgreep tijden en efficiënt organiseren  de camera’s hadden als doel het
aangekondigd debat op te nemen, maar ze hebben uiteindelijk ervoor gezorgd dat ze de
staatgreep konden stoppen.
 Vb. Abraham Zapruder wilde zijn 8 mm camera testen, en filmde de Amerikaanse
president J.F. Kennedy die passeerde met de stoet. Maar op die dag werd de president
vermoord. Als enige heeft hij de moord kunnen filmen (enkel beeld, geen klank) 
Zaprudur wilde enkel zijn camera testen, en heeft uiteindelijk als enige de moord op J.F.
Kennedy kunnen filmen.
 Selectiviteit en betrouwbaarheid
o Er wordt vaak uitgegaan dat overblijfsel betrouwbaarder is dan een getuigenis. Waarom?
Overblijfsel wordt vaak gezien als onbewust overblijfsel, bij getuigenis is het meestal een
bewuste analyse DUS de objectiviteit zou minder zijn. Maar dat is niet altijd zo.
o Casussen waarbij er fraude gebeurt binnen archeologische bedrijven. Overblijfselen via
technieken in waarde doen stijgen. Dus de betrouwbaarheid is niet altijd automatisch hoger

,Primaire versus secundaire bronnen
Primaire bron
 Rechtstreekse (directe) informatie – gelijktijdig met gebeurtenis
 Op directe wijze informeren (vb. botten kunnen informeren over het verleden)
 Rechtstreekse link tussen observatie en het neerschrijven van vb. een tekst
 Ruwe data
 Voorbeelden
o PV politie
o Briefwisseling PdK met gerechtelijke politie (voorbeeld volgende slide)

Secundaire bron
 Onrechtstreeks (indirect) – werk van onderzoekers – niveau van reflectie en interpretatie –
gebruikt andere (primaire en secundaire) bronnen om onderwerp te beschrijven
o Criminologisch onderzoek: bv. publicaties over criminaliteit door onderzoekers (op basis van
primaire bronnen)
 Voorbeelden
o Analyses die gemaakt zijn van specifieke bron obv empirische data
 Analyse wat er voorkomt in PV’s = secundaire bron
 Voorbeeld primaire vs. secundaire bron (PPT)
o Onderzoek Pieter Leloup private bewakingsfirma’s
 Materiaal voor onderzoek: historische bronnen – geschreven teksten
 Links: primaire bron
 Rechts: secundaire bron – artikel geschreven obv analyse van primaire bronnen

 In handboek onderscheid tussen historische bron en historisch werk:
 Historische bron = primair
o = voorwerp/getuigenis uit/over het verleden
o Na kritische analyse geeft het ons een bewijs voor het voorkomen van een gebeurtenis
 Historisch werk = secundair
o = het resultaat van die scheppingsdaad
o Het is een bewijsvoering over een gebeurtenis; een lezing door een historicus
o Verwijst naar de studie die er wordt uitgeschreven op basis van primaire bronnen

Echter …
 Geen ondubbelzinnig onderscheid  grens tussen bron en werk is niet altijd duidellijk, de grens
vervaagt hoe meer we terug gaan in de tijd, want het bewaren van bronnen was toen
problematisch
o Werk van Cesare Lombroso (1835 – 1909) bv. L’uomo delinquente (1876)
 Secundaire bron, maar kan ook als primaire bron gezien worden als je zijn
wetenschappelijke publicatie gebruikt om inzicht te krijgen in onderwerp voor eigen
onderzoek
 Verder bouwen op kennis van die periode zonder zelf analyse te maken van die kennis:
secundaire bron
 Meer inzicht krijgen op denkwereld van Lombroso – analyse : primaire bron
 Gelijktijdig?
o Bv. Dagboek: primaire bron (gelijktijdig met observatie = directe observatie)

, o Autobiografie?
 Persoon schrijft zelf zijn/haar levensverhaal op
 Vaak als primaire bron aanschouwd maar gelijktijdigheid is criteria van primaire bron
MAAR vaak zullen personen leven opschrijven als ze in pensioen zijn DUS 30 à 40 jaar na
datum  moeilijk om onderscheid tussen primaire en secundaire bron te maken o.b.v.
gelijktijdigheid
 Criminologische relevantie
o Reisverslagen John Howard (1726-1790): hervormer gevangeniswezen
 Primaire, secundair?
 Analyse dat lijkt op autobiografie
 Wetenschappelijke analyse over gevangeniswezen in Europa  kan als primaire of
secundaire bron worden gezien afhankelijk van hoe je de bron gebruikt
 Wat men betrouwbaarheid geheugen/intenties?
o Directe observatie = meer betrouwbaar?  primaire bron = meer betrouwbaar?
o Selectiviteit geheugen
 Men gaat ervan uit dat iemand die na datum een autobiografie opschrijft, hun carrière
en beslissingen gaan goedpraten (negatieve zaken minimaliseren, positieve zaken
maximaliseren)  niet neutraal
 Vroeger: sociale wetenschappers aanschouwden autobiografie niet als betrouwbaar
 Nu: onder invloed van postmoderne ontwikkeling kan je meer uit autobiografie halen
dan enkel betrouwbaarheid
o Verschil in doelstelling  andere klemtonen en herinneringen
 Statuut ‘primaire’ of ‘secundaire’ bron = afhankelijk van vraagstelling
 Identificatie bronnen – integriteit onderzoeker
o Typologie bron: verschillende logica’s
 Bv. Interviews met gedetineerden
 Zegt niets over beleid in gevangenis zelf  andere bron nodig: praten met directie,
interne documentatie raadplegen
o Kennis brontypes en transparantie onderzoek
 Impact op en beperkingen van eigen onderzoek
 Geen intrinsiek verschil in betrouwbaarheid
Enkele voorbeelden (primaire bronnen die interessant kunnen zijn voor criminologen):
 Arthur Conan Doyle (1859 – 1930)
o Bedenker van Sherlock Holmes
o Beeldvorming over detective
 Genre van de misdaadroman
o Eugène Vidocq (1775 – 1857) (memories, raadgever en informant)
 Opgegroeid en vaak in contact gekomen met gerecht in Frankrijk
 Werkte als informant bij politie
 Ging aan de slag als privé detective
 Kreeg privé dienst binnen recherche dienst van de politie in Frankrijk
 Raadgever voor andere auteurs van misdaadromans
o In die periode wordt dat genre sterk verspreid
o Ook misdaadromans werden als primaire bronnen gebruikt
 Link toenmalige criminologische wetenschap en populariteit misdaadliteratuur (massamedia)

,TYPOLOGIE VAN BRONNEN
Belangrijkste onderscheiden
typologie
 Geschreven bronnen
o Niet-verhalend (archivalische bronnen)
o Verhalend (narratieve teksten)
 Ongeschreven bronnen
o Materiële voorwerpen
o Mondelinge overlevering

Niet-verhalende geschreven bronnen
 Literatuur, tekstuele vorm
 Opgesteld door openbare of private instantie, instelling of administratie
o Commerciële organisatie: bedrijf
o Openbare instelling: gerecht, schepencollege, …
 Regelen belangen tussen partijen of scheppen rechtssituatie (juridische grondslag)
 Criminologisch nut:
o registratie ‘misstappen’
o bv. PV  opstellen als er iets gebeurt
o niet interessant om dagelijks leven van personen onderzoeken  wordt vaak niet
neergeschreven / geregistreerd
 Verder onderscheidt
o Diplomatische bronnen
 Diplomatisch ≠ diplomatie van vandaag (internationale betrekking)  eerder juridische
bronnen: teksten die een rechtssituatie vaststellen of een nieuwe rechtssituatie
scheppen
 Normatieve functie: niet de dagelijkse werkelijkheid vastleggen, wel de situatie die
beoogd wordt
 Bv. Wetteksten, vonnis, arrest, contract, PV’s , …
 Vb. oorkonde
 = Tekst die voorzien is van een waarmerk met als doel een getuigenis af leggen
over een rechtshandeling. Het dient als bewijsstuk.
 Vorm: De vorm is niet vrij, ze hebben strikte en formele vormeigenschappen (deze
worden bepaald door de normen van het recht en zijn dus wisselend in tijd en
ruimte)
 3 delen: protocol + context + eschatocol
 Ze kunnen getuigenissen afleggen van wetgevende activiteiten, juridische
activiteiten of van vrijwillige rechtsspraak.
o Bronnen van sociale boekhouding
 = Teksten die de schriftelijke neerslag vormen van de uitvoerende macht, verenigingen,
of ondernemingen. Ze brengen verslag uit over een opdracht, over vergaderingen, over
zakenbeleid of een overzicht van de bezitsstructuur, fiscale structuur, sociale structuur
en politieke structuur.
 Weerslag van machtsuitvoering en beheer van administraties
 Bv. Notulen van vergaderingen, ledenlijsten, rekeningen, …
 Criminologisch misschien minder interessant

,Verhalende geschreven bronnen
 ‘narratieve teksten’
o Al de rest dat geen praktische of bestuurskundige functie hebben
o Geen praktische rol in één of andere administratie
o Doel: een bepaalde boodschap doen overkomen
o Motieven:
 Tijdgenoot of nageslacht inlichten/beïnvloeden via een wetenschappelijk traktaat
 Tijdgenoot of nageslacht een visie/opinie opdringen
 Tijdgenoot of nageslacht deelgenoot maken van eigen inzichten via egodocumenten
 Tijdgenoot of nageslacht doen ontspannen (vb. roman, poëzie, film)
 Tijdgenoot of nageslacht een morele/godsdienstige visie opdringen
 Maar: published opinion ≠ public opinion
 Verder onderscheidt
o Informatieve geschriften
 Pamfletten, kranten, tijdschriften, …
o Literaire bronnen
 Romans, toneelstukken, gedichten, verhalen, …
o Ego-documenten
 Vb. Autobiografie, memoires, dagboek, brieven (van gedetineerden), interviews, …
 Naam bedacht door Jacques Presser
 Wat? Documenten waarin een ego zich opzettelijk of onopzettelijk onthult of verbergt.
Bronnen met een opzettelijk ik/wij perspectief, gecreëerd door de auteur zelf.
 Dichtung-Wahreheit: Ze zijn vaak onbetrouwbaar door de aanwezigheid van het
eigenbelang, maar kunnen ook positief benut worden. Door de auteur als dichtung
ervaren maar ook als zijn waarheid.
 Geven vaak een beeld van wat de auteur buiten zichzelf waarneemt
 OPM: de historicus moet rekening houden met zelfbedrog en met het feit dat de auteur
bij het schrijven misschien toch rekening hield dat het later ontdekt zou worden
 OPM: ze vertonen een tendens naar teleologisering en rationalisatie post factum
 OPM: vaak is er een selectieve operatie van het geheugen en kan narcisme op treden
 Schilderijen kunnen ook als egodocument gezien worden
 Vb. Leopold schreef brieven aan zijn nicht (de Britse koningin Victoria). In deze intieme
briefwisseling komen ze de werking van een uitgebreid familiaal netwerk, maar ook de
politieke overtuigingen van de eerste koning van België te weten  de 19e eeuw was
namelijk een gouden tijd voor de brief als egodocument.
 Vb. Mark Schaevers toon aan hoe Felix Nussbaum via een reeks zelfportretten in
toenemende isolatie en uitzichtloze asiel in het buitenland zijn joods zijn herontdekt 
de zelfportretten van Nussbaum kunnen als egodocument gelezen worden.

,Ongeschreven bronnen
 Materiële voorwerpen
o Archeologie: alle materiële voorwerpen die een spoor zijn van menselijke activiteit uit het
verleden (munten, tekeningen, …)
o Architectuur: oude gerechtsgebouwen, gevangenissen (panopticum)   hedendaagse
gevangenissen
o Foto en film
 Bertion: bedacht systeem om o.b.v. politiefoto’s identificatie mogelijk te maken van
personen die werden gearresteerd
o Interessant voor criminologen m.b.t. gevangenissen
 Mondelinge overleveringen
o ‘oral history’ of mondelinge geschiedenis
o Vb. volksverhalen, sagen van primitieve volkeren, volksliederen, portestliederen, …
o Vb. interviews
 Cf. reeksen VRT: ‘Kinderen van de collaboratie’, ‘Kinderen van het verzet’, …
 Interessant voor criminologen
o Nu: orale bronnen worden vaak vastgelegd in geschreven vorm of op geluidsband en zijn dus
niet meer zuiver oraal.

Evoluties in brontypes
 Veranderende ‘dragers’ van informatie
o Mondelinge overleveringen
 Mondelinge tradities vullen geschreven bronnen aan  complementariteit
 Vb. Jan Vansina was een historicus die interesses had in het verleden van Afrika. Hij zei
dat de historische waarde van mondelinge bronnen (van primitieve volkeren) even
groot is als de West-Europese geschreven kronieken en egodocumenten. In veel
samenleving verloopt het sociale leven volledig mondeling. Volgens Vansina kan
mondelinge communicatie dus een complex sociaal-politiek verkeer kennen (en
betekent het niet altijd willekeur). Primitieve volkeren zijn niet statisch gebleven.
 Orale tradities kunnen betrouwbaar zijn als je ze onderwerpt aan een aantal testen.
 Externe test: behoort getuigenis tot een overlevingsketen gecontroleerd door een
groep, bereikt de overleving ons via een sociale instelling of via een gesloten kaste?
 Interne test: toepassing van regels van de tekstkritiek die nagaat of de getuigenis
conform is aan de taalkundige, stilistische, rituele en juridische normen van tijd en
milieu
 Vb. Veel oorlogstuigen hebben hun ervaring niet neergeschreven omdat ze bang waren
voor een sanctie. In de 20e E gaan film en televisiemakers zich bezig houden met het
afnemen van getuigenissen van WO II.
 Marcel Ophuls: “Le chagrin et la pitie” Hij ging de inwoners van Clermont-Ferrant
laten getuigen over hun ervaring met de bezetting, collaboratie en verzet tijdens
WO II.
 Lou de Jong: “De bezetting”

,  Vb. In Vlaanderen had je ‘productiekern WO II’. Maurice de Wilde werd lid van de kern.
Maurice maakte een reeks “De nieuwe orde” over de bezetting, repressie en weerstand
tijdens WO II.
 We hebben 2 soorten interviews. De zachte en de harde. De Wilde hanteerde de
harde interviewer. Hierin speelt de ondervrager een actieve rol in het
reconstructiewerk van het verleden. Hij wijst op tegenstrijdigheden en
confronteert de bevraagde met eerdere uitspraken. Ook kent hij de
achtergrondinformatie/carrière van de informant grondig. Verhulling van de
informant blijft wel mogelijk. Subjectivisme is geen hinderpaal.
 We kunnen dergelijke interviews gebruiken als historische bron als ze rekening
houden met 4 lagen van communicatie:
o Fatische laag = transcript (de feitelijk uitgesproken tekst, perfect weergeven
in een transcriptie)
o Muzische laag = toonband (weergave in uitgeschreven versie is beperkt)
o Para linguale laag = body-talk (hoe zit iemand tijdens een interview? Kijkt
men weg? Wat doet men met de handen? .. De manier waarop men zich
tijdens het interview non-verbaal gedraagt)
o Extra-linguale laag = achtergrond (de omgeving, waar het interview wordt
afgenomen, vb. interview op de plaats waar het incident plaats vond 
herinneringen komen sneller naar boven, reageren vaak emotioneler, kan
voor meer diepgang zorgen)

o Schrift en alfabet  meer weten over beschavingen (Grieks, Romeins, …)
 Start schrijven 3300 v.C. in Mesopotamië
 3 functies: voorraden beheren + personen identificeren + gebeurtenissen bijhouden
 Niet in alle rijken – niet bij de Inca’s + voor verschillende rijken op verschillend tijdstip
 Soorten:
 Pictogrammen: beperkt aantal tekens dat een begrip aangeeft
 Logografisch schrift: elk woord heeft een teken
 Logofonisch schrift: een teken per klank
 Fonetisch: een letterteken staat voor een klank
 + mengvormen (= woordtekens + klanktekens)
 Steen Rosetta: Egyptische geschrift – ontcijferd door Jean-François Champollion
 Het alfabet werd wel bijna overal tegelijk uitgevonden
 Het schrift als communicatie middel is door de Grieks-Romeinse beschaving
uitgebouwd. Dit is de reden waarom deze beschaving op heel wat culturen een impact
heeft gehad.
o Drukpers
 Eind 15e eeuw: uitvinding boekdrukkunst
 Zorgde voor grotere overlevingskans van boodschappen + het ontstaan van kranten en
overheidsordonanties + belangrijk voor de wetenschap (beter reflecteren op
voorgaande theorieën)
 Boekdrukkunst: technologische doorbraak met enorme politiek, wetenschappelijke en
culturele gevolgen  teksten en ideeën delen met een grote groep
 Papier: goedkoop en makkelijk vervangmiddel van papyrus en perkament (wol  linnen
(papier werd gemaakt van lompen(oude kleren)))
 Fabriano (stad Italië) : eerste papiermolens – lompen reduceren tot papierpulp

,  Drukken: houtblokken (later vervangen door metalen letters)
 Johan Gutenberg: uitvinder van de klassieke boekdrukkunst
 Pamfletten en spotprenten produceren op grote schaal  godsdienst oorlog werd een
propaganda oorlog (16e eeuw)
 Vb. Kardinaal Caraffa produceerde de ‘index librorum prohibitorum’. Dit is een lijst van
verboden boeken. Het was een initiatief van de katholieke kerk. Dit toont aan dat de
Katholieke kerk de mogelijkheden van de drukpers begreep.
o Nieuwe audiovisuele media (woord en beeld)
 20ste eeuw: nieuwe vormen van massacommunicatie (foto, cinema, radio)  woord +
beeld
 Massificatie: problemen in opslag + consultatie WANT media werkte bronvernietigend
 op band grotere overlevingskans + problemen met computeropslag (technische
kortsluitingen)
o Internet: een nieuwe communicatierevolutie?

 Versnelling in transport en communicatie
Snelheid Periode Middel
5 à 10 km/u Prehistorie en oudheid Te voet
20 à 25 km/u Vanaf 2000 v.C. in Azië Te paard (schrift)
Vanaf 1000 v.C. in Middellands
zeegebied
50 km/u Vanaf 15de eeuw Postverbindingen
Eerste kranten (Thum & Taxis)
50 à 60 km/u 19de eeuw Mechanische technologie:
trein en stoomschepen
Onmiddellijk Vanaf 19de en vooral 20ste eeuw Telegraaf, telefoon, radio,
televisie, fax, internet

Functies van de massamedia
 Positief: vorming van publieke openbare cultuur
 Negatief: manipulatie zoals een eenzijdig beeld creëren
 Massa bereik van mensen
o Bv. Media omtrent Oekraïne
 Belangrijke informatiefunctie
o Maar selectief en sensationeel (journalist moet objectief zijn maar daar zit vaak verstoring
op  informatie is niet altijd waarheidstrouw)
 Publieke opinie wordt beïnvloed door sensationeel nieuws
 Mobilisatie
o Beïnvloeding nieuws en gebeurtenis
o Vb. 2010: Arabische Lente  gebeurtenis wordt onmiddellijk verspreid over hele wereld dat
beïnvloedt de gebeurtenis die nog bezig is
 Er kwamen protesten als reactie op de gebeurtenissen, die protesten en media-
aandacht leidde tot meer processen en meer doden
 Vrijheid versus censuur voor spreiding van informatie
o Spanningsveld en dictatoriale regimes
o Censuur en controle: vb. Rusland – niet alles mag in media verschijnen
o Macht: Facebook, Twitter (cf. ban Trump omdat hij opriep tot geweld + fake news)

,  Kranten
o Licentie of octrooi: in de 16de eeuw had je een licentie nodig om kranten uit te geven
(preventieve censuur)
o 17de eeuw: echte nieuwsbladen, gevolgd door tijdschriften voor geleerden dan eerste
tijdschriften voor vrouwen
o 2000-2010: kranten waren eigendom
 Politieke spreekbuizen en propaganda
o Depolitisering kranten: Ze proberen hun boodschap over te brengen a.d.h.v. hersenspoeling,
verborgen verleidingen en subtiele/brutale propaganda. Ze gebruiken hiervoor hoofdartikels
en een selectie van de feiten in gewone nieuwsberichten
o  Kranten waren vroeger duidelijk politiek van aard. Gaandeweg was er een depolitisering.
Belangrijk om hiervan bewust te zijn bij gebruik van kranten.
 Persconcentraties, commerciële en economische logica
o Machtsconcentratie
o Vlaanderen: DPG Media, Mediahuis, Roularta Media Group (zie schema PPT (ter info))
 Vb. In de 17e E begonnen mensen met het publiekelijk bespreken van kranten. Dit leidde tot een
nieuw consumptieproduct, namelijk de koffiehuizen. In koffiehuizen werden boeken verzameld,
uitgeleend en werden er kranten gelezen (= literaire bedoeling)

The age of mass communication?
 De wereld als één dorp (‘a global village’)
o Identiek denken en handelen
 Als berichtgeving identiek is en over de gehele wereld de berichtgeving/informatie op
zelfde wijze ontvangt  mensen zullen op zelfde manier denken en handelen
o Politieke besluitvorming
 Snelheid van informatie heeft politieke consequenties (niet altijd in positieve zin)
 Vb. Cubacrisis: De Sovjet-unie wou raketten plaatsen op Cubaans grondgebied
(waarmee ze de VS direct kunnen raken). Er was geen tijd voor een reactie , dus moeten
ze meteen een politieke beslissing nemen (op korte termijn). Er waren hier veel risico’s
aan verbonden (bv: al dan niet atoomwapen instellen).
 Vb. Chinese spionage ballonen boven de VS en Canada  informatie wordt snel
uitgebracht en men moet snelle beslissingen maken anders wordt men er politiek op
afgerekend
 Het doorstromen van technische vernieuwingen is afhankelijk van:
o De snelheid van de boodschappers
o De kwaliteit van de wegen
o De bereidheid bij de ontvangers om een nieuw feit te accepteren
 OPM: De overlevingskans van de booschap stijgt. De evolutie van handschrift naar druk zorgt
ervoor dat er een evolutie is van leesbaarheid en accuraatheid.
 Vorm is belangrijker dan de boodschap (Marshall Mcluhan: ‘the medium is the message’)
o Vorm bepaalt inhoud (vroeger vs. nu)
 Vroeger: informatieoverdracht in conflict/oorlog naar thuisland brengen: duurde weken
en was beperkt (vorm beperkt  inhoud beperkt)
 Nu: alles wordt direct verspreid zonder begrenzing van omvang/vorm
o Impact op kennis en analyse
 Big data analyses
$13.27
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
Ilonamasselis Universiteit Gent
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
160
Miembro desde
2 año
Número de seguidores
10
Documentos
50
Última venta
3 horas hace
Criminologische wetenschappen

Hallo! Ik ben 3de jaar student criminologische wetenschappen aan de Universiteit Gent. Indien je een samenvatting hebt gekocht, mag je me gerust een berichtje sturen, dan stuur ik het document nog eens door zonder die irritante reclames. Indien je tevreden bent over de samenvatting die je aankocht, laat dan zeker een recensie achter! Alvast veel succes bij het studeren! Ik duim voor jullie! :)

4.3

9 reseñas

5
4
4
4
3
1
2
0
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes