Vastgoedrecht Blok 7
Opgaven bij Omgevingsrecht
Week 3.
1. In april 2013 stonden in de dagbladen advertenties van een overheidsinstantie: er was een
vergunning aangevraagd om 60 miljoen m3 zand uit de Noordzee te winnen om de kust mee
te versterken. Welke overheidsinstantie zal over de vergunningaanvraag besloten hebben?
A. Gedeputeerde Staten van de desbetreffende provincie.
B. De minister.
C. Het dagelijks bestuur van het desbetreffende waterschap.
2. Aan vergunningen kunnen door het bevoegd gezag voorschriften worden verbonden.
Waarom is deze mogelijkheid bij de ontgrondingsvergunning belangrijk?
A. Om ook niet-belanghebbenden invloed te geven op de besluitvorming ten aanzien
van de ontgronding.
B. Om te voorkomen dat er in strijd met het delfstoffenbeleid van het SVIR gehandeld
wordt.
C. Om te voorkomen dat er na de ontgronding een nutteloos of gevaarlijk gat
overblijft.
3. De Wilg bevat voor het bereiken van de doelen van de wet meerdere instrumenten.
Welke?
A. Aanlegvergunningstelsel en subsidies.
B. Landinrichting en aanlegvergunningstelsel.
C. Ontgrondingsvergunningstelsel en herverkaveling.
D. Landinrichting en subsidies.
4. Een inrichtingsplan wordt voorbereid door:
A. overleg tussen provincie en eigenaren van gronden in het gebied.
B. overleg tussen provincie en Rijk, en tussen provincie en eigenaren van
gronden in het gebied.
C. inspraak conform afdeling 3.4 Awb.
D. inspraak conform afdeling 3.4 Awb, en overleg met een gebiedscommissie.
1
Opgaven bij Omgevingsrecht
Week 3.
1. In april 2013 stonden in de dagbladen advertenties van een overheidsinstantie: er was een
vergunning aangevraagd om 60 miljoen m3 zand uit de Noordzee te winnen om de kust mee
te versterken. Welke overheidsinstantie zal over de vergunningaanvraag besloten hebben?
A. Gedeputeerde Staten van de desbetreffende provincie.
B. De minister.
C. Het dagelijks bestuur van het desbetreffende waterschap.
2. Aan vergunningen kunnen door het bevoegd gezag voorschriften worden verbonden.
Waarom is deze mogelijkheid bij de ontgrondingsvergunning belangrijk?
A. Om ook niet-belanghebbenden invloed te geven op de besluitvorming ten aanzien
van de ontgronding.
B. Om te voorkomen dat er in strijd met het delfstoffenbeleid van het SVIR gehandeld
wordt.
C. Om te voorkomen dat er na de ontgronding een nutteloos of gevaarlijk gat
overblijft.
3. De Wilg bevat voor het bereiken van de doelen van de wet meerdere instrumenten.
Welke?
A. Aanlegvergunningstelsel en subsidies.
B. Landinrichting en aanlegvergunningstelsel.
C. Ontgrondingsvergunningstelsel en herverkaveling.
D. Landinrichting en subsidies.
4. Een inrichtingsplan wordt voorbereid door:
A. overleg tussen provincie en eigenaren van gronden in het gebied.
B. overleg tussen provincie en Rijk, en tussen provincie en eigenaren van
gronden in het gebied.
C. inspraak conform afdeling 3.4 Awb.
D. inspraak conform afdeling 3.4 Awb, en overleg met een gebiedscommissie.
1