Parenteralia
Standaard samenstelling
- NaOH of HCl: Instellen pH (bij voorkeur isohydrysch (=7,4)). Mede afhankelijk van chemische
stabiliteit/oplosbaarheid van het farmacon.
- 5% glucose of 0,9% NaCl als oplosmiddel of als grondstof oplossen: instellen isotonie.
Osmotische waarde van het preparaat wordt bepaald door farmaca en hulpstoffen.
* Verbetering microbiologische stabiliteit: conservering mag niet altijd. Zeker niet bij volumina>15
ml. Soms wordt bij multidose vials wel conservering toegevoegd, maar vermijd conservering waar
kan.
Intraveneuze toediening
- Waterige oplossing (soms emulsie)
- Iso-osmotisch
- Bij voorkeur isohydrisch
- Geen deeltjes
Infuus
- Geen buffer en geen cosolventia
Injectie
- Eventueel met buffer en cosolventia
Eisen parentale injecties [EP]
- Uniformiteit van doseereenheden
- Uniformiteit van gehalte
- Bacteriële endotoxinen-pyrogenen. Bij parentale formuleringen maximaal 100 IU/m2
(lichaamsoppervlak). Intraveneus: 5,0IU 1/kg lichaamsgewicht. Intrathecaal 0,2 IU 1/kg
lichaamsgewicht.
- Steriel.
Subcutaan/intramusculair
- Oplossing, emulsie of suspensie
- Water of organische oplosmiddelen
- Bij voorkeur iso-osmotisch
- pH 4-9, minimaal gebufferd
- Conserveermiddel is toegestaan bij meermalige toepassing, waarbij het volume van één
dosis <15 ml.
Subcutaan
- Volume 2-4 ml; meer is pijnlijk
Intramusculair
- Depotpreparaat
- Toedienen in bilspier, dijbeenspier of bovenarmspier
, - Volume mag iets groter zijn dan bij subcutaan voordat het pijnlijk wordt.
Epiduraal/spinaal (intrathecaal) eisen EP
- Geen organische oplosmiddelen
- Geen conserveermiddel of anti-oxidans/complexvormer
- Iso-osmotisch (evt. Hyperbaar)
- pH 5-7
Depotpreparaat
Intramusculair wordt er soms een depotpreparaat ontworpen, waarbij het farmacon langzaam
afgegeven wordt. Depotwerking door:
- Vorm van het farmacon kiezen dat slecht oplosbaar is. Vb. estervorm van het farmacon kan
pas goed oplossen na hydrolyse. Vb. haloperidoldecaonaat (ester van haloperidol en
decanoaatzuur) moet eerst gehydrolyseerd worden door esterasen in het spierweefsel,
voordat haloperidol kan diffunderen naar de systemische circulatie. Vb. palmoaat vorm van
olanzapine. Olanzapinepalmoaat moet eerst degraderen voordat olanzapine vrijkomt en
therapeutisch actief kan zijn.
- Suspensie: farmacon moet eerst oplossen.
- Olie
Slecht wateroplosbare farmaca in parenteralia
- pH aanpassen
- Farmacon oplossen in wateroplosbare- of organische oplosmiddelen
- Surfactanten toevoegen
- Olie-in-water emulsie vormen met een water onoplosbaar organisch oplosmiddel.
- Medium keten triglyceriden
- Lange keten triglyceriden
- Cyclodextrines
- Fosfolipiden
Farmacon in water-in-olie emulsie
Farmacon formuleren in een olie-in-water emulsie als het farmacon de volgende eigenschappen
heeft:
- Slecht wateroplosbaar
- Hoge log P (verdelen naar oliefase)
- Ongeladen en niet polair.
Typische emulsie:
- 10-20% sojaboon en/of saffloerolie
- 2% glycerol
- 1% ei lecithine
- pH 7-8 en wordt toegediend d.m.v. i.v. bolusinjectie of i.v. infuus.
Hulpstoffen en functie
Natriumchloride Isotonie. 0,9% NaCl is isotoon
Glucose Isotonie. 5% glucose is isotoon
Dextrose Isotonie. 5% dextrose is isotoon
Mannitol Isotonie. Evt. bescherming van farmacon bij vriesdrogen.