Basis: “Personality psychology” Larsen en Buss; “Perspectives on Personality” Carver
Traits. Situations en interactionism
Gedrag wordt vaak gelinkt aan karaktertrekken: traits. 3 verschillende invalshoeken op gedrag: geheel afhankelijk van traits
(probleem 5, trait theories) geheel afhankelijk van situatie (situationisme) of interactie tussen beide (interactionisme wordt
nu gebruikt)
Bij trait theorieën van persoonlijkheid, zijn de onderzoekers het niet altijd met elkaar eens. Maar over het volgende bestaat
wel overeenstemming:
● Elke persoonlijkheid is het product van een bepaalde combinatie van een paar basis/ primaire karaktertrekken:
individuele verschillen
● Er is consistentie van persoonlijkheid, stabiliteit
vb: onderzoek van Hartshorne en May: leerlingen van basisschool bestudeerd op zomerkamp. Onderzoek naar
eerlijkheid in verschillende situaties, bijvoorbeeld bij sport en schriftelijke toetsen. De correlatie was laag.
● consistentie over situatie
Even kort trait theories: impliciete persoonlijkheidstheorie: na het zien van een trait bedenkt men meteen de
persoonlijkheid.
kritiek op trait theories:
● stelt niet waarom persoon zo is
● kijkt niet naar situationele factoren
● te simpel: karaktertrekken bepalen echter maar 10% van gedrag
● cirkelredeneren: trait, persoonlijkheid
● hoe kun je consistentie meten?
→ Epstein (1980) lage correlatie tussen persoonlijkheid en gedrag komt door manier van meten: one-item test: er moeten
meerdere metingen worden gedaan, daarmee vergroot je betrouwbaarheid.
Aggregatie: bij elkaar optellen of gemiddeld maken van verschillende alleenstaande observaties. Dit is betrouwbaarder dan
één enkele observatie. Gaat ervan uit dat gedrag wordt beïnvloedt door veel factoren, ook een karaktertrek. Je kan het
gemiddelde karakter wel bepalen, niet te zien aan een specifiek moment.
→ exp. feelings bijhouden impulsief gedrag (vignette): variabel van dag tot dag, maar stabiel over lange periode.
een dag r= 0,31, 14 dagen r= 0,81.
Average tendancies: grote consistentie over langere periode: gedrag dat vaak voorkomt
Over lange periode is gedrag wel stabiel: bij meerdere metingen. Dan is de correlatie van gedrag en persoonlijkheid groter.
Situationisme (Mischel): tegenhanger van traits theoristen: situaties wegen zwaarder dan karaktertrekken in bepalen van
gedrag. Toonde aan dat correlatie tussen gedrag en persoonlijkheid: personality coefficient: laag is: 0,3. (Dit weerlegt
Epstein dus)
kijkt naar trait theories als Fundamental attribution error: gedrag toeschrijven aan kenmerk, situatie wordt onderschat
kritiek:
● correlatie tussen gedrag en situatie is laag → funder en ozer: effecten karaktertrekken-gedrag & situatie-gedrag
berekend met statistiek
● moeilijk vergelijkingen te maken want correlaties tussen karaktertrekken en gedrag wordt anders berekend dan
correlaties tussen situatie en gedrag.
● er zijn strong/weak situations (zie theorie interactionisme)
vb: vignette: kinderen spelen vals in verschillende situaties
Interactionisme (Abrahamson, Ekehammer, Endler, Magnusson) : gedrag wordt bepaald door interactie persoon
(vulnerability) en situaties (susceptibility)
if… if.. then … principal: bepaalde situatie EN persoon vatbaar, DAN…
vb: Diathese-stress-model: sommige mensen zijn gevoeliger voor stress dan anderen, Kwetsbaarheid + stress →
problemen in gedrag.
● Situatie: kan bij verschillende mensen verschillende reacties oproepen
een stressvolle situatie kan tot een depressie leiden.
● Trait: sommige mensen zijn vatbaarder voor een depressie dan anderen.