100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Inleiding recht samenvatting - Cijfer 8.5!

Puntuación
-
Vendido
1
Páginas
39
Subido en
28-04-2024
Escrito en
2023/2024

Samenvatting van alle theorie die is opgegeven in leerjaar 2023/2024

Institución
Grado











Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
28 de abril de 2024
Número de páginas
39
Escrito en
2023/2024
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

Vier functies van het recht:
- Normatieve functie: Gedragsregels in de samenleving die we belangrijk vinden.
Niet alleen ethische normen (niet alleen moraal), maar zijn
ook daarnaast ook rechtsnormen.
- Geschiloplossende functie: Rechterlijke macht oordeelt of iemand moet worden gestraft
en zo ja, op welke wijze en met behulp van welke procedures.
- Additionele functie: Het biedt een rechtsregel als partijen vergeten zijn op een
bepaald punt afspraken te maken.
- Instrumentele functie: Bijv verkeersrecht. Eenduidige afspraken omdat anders de
gevolgen niet zijn te overzien zijn.

Waar vinden we het recht?
1. De wet;
2. Het verdrag; (kan soms zelfs wetten verdringen, denk aan de Europese Unie)
3. Jurisprudentie; (Geheel van uitspraken van rechters)
4. De gewoonte.

Rubricering van rechten:
- Privaatrecht (ook wel civiel of burgerlijk recht genoemd).
o Deelgebied 1: Personen- en familierecht.
 Geboorte, huwelijk, adoptie, ondercuratelestelling enz. (BW boek 1)
o Deelgebied 2: Vermogensrecht.
 Alle op geld waardeerbare handelingen tussen burgers onderling waaraan
juridische gevolgen verbonden zijn. (BW boeken 3, 5 en 6)
o Deelgebied 3: Ondernemingsrecht.
 Regelt alles omtrent ondernemingen en bedrijven. (BW boek 2)
o Deelgebied 4: Burgerlijk procesrecht.
 Regels omtrent voeren van juridische procedures op het terrein van
privaatrecht. (Wetboek voor burgerlijke rechtsvordering (RV))
o Deelgebied 5: Internationaal privaatrecht.
Meerdere deelgebieden hebben aanvullende wetten, bv het handelsregister enz.

- Publiekrecht.
o Deelgebied 1: Strafrecht. (WvSr, WvSv. Aangevuld met Opiumwet WWM, enz.)
 Staat bezit een monopolypositie om tot vervolging van strafbare feiten over
te gaan.
 Kan wel verbonden zijn met privaatrecht, bij bijv een ongeval. Veroorzaakte
schade na ongeval als gevolg van een onrechtmatige daad (geen voorrang
verlenen bijv).
 Strafbaar feit = In de wet met straf bedreigde gedraging.
 Belangrijkste strafrechtelijke sancties
 Gevangenisstraf
 Hechtenis
 Taakstraf
 Geldboete
o Deelgebied 2: Bestuursrecht. (Algemene wet bestuursrecht Awb)

,  Regels over het optreden van de bestuursorganen tegenover de burger en
een eigen procesrecht voor de beslechting van geschillen. Deze relatie komt
voor een groot deel tot uiting in de zogenoemde beschikking.
 Beschikking is besluit van bestuursorgaan dat rechtsgevolgen
vaststelt voor één individu. (Bijv. verlenen vergunning, opleggen
belastingaanslag, verstrekken visum, toekennen studiefinanciering,
afgifte rijbewijs, enz.)
 Bestuursorganen zijn redelijk breed. Wetten wijzen deze aan. Daarbij
kunnen tevens bevoegd zijn: minister, commissaris van de Koning,
college van burgemeester en wethouders, enz.
o Deelgebied 3: Staatsrecht.
 Regelt ruwweg de wijze waarop het Nederlandse staatsbestel wordt
vormgegeven en de invloed die de burgers daarop kunnen uitoefenen. (1 e en
2e kamer, regering, verkiezingen en totstandkoming van wetten)
o Deelgebied 4: Internationaal publiekrecht.

Burgerlijk Wetboek
Boek 1: Personen- en familierecht (Ingevoerd in 1970).
Boek 2: Rechtspersonen (ingevoerd In 1976).
Boek 3: Vermogensrecht in het algemeen (ingevoerd in 1992).
Boek 4 : Erfrecht (ingevoerd in 2003).
Boek 5: Zakelijke rechten (Ingevoerd in 1992).
Boek 6 : Algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht (lngevoerd m 1992 ).
Boek 7: Bijzondere overeenkomsten (deels ingevoerd, verspreid over de jaren).
Boek 8 : Verkeersmiddelen en vervoer (ingevoerd in 1991).
Boek 9 is nooit ingevoerd vanwege internationale afspraken mbt octrooirecht en auteursrecht bijv.
Boek 10: Internationaal privaatrecht (ingevoerd in 2012: in dit boek zijn regels opgenomen over
bijvoorbeeld de vraag welk recht van toepassing is als je als Nederlander In het buitenland bij een
auto-ongeval betrokken raakt).

Wie zijn wetgever?
Onderscheid tussen:
- Centraal niveau: Nationale wetgever (enerzijds regering, anderzijds Staten-Generaal
(Bestaat uit Eerste en Tweede kamer).
o Wetten
- Decentraal niveau: Provinciaal (Provinciale Staten) en Gemeentelijk (Gemeenteraad)
niveau.
o Geen wet, maar verordeningen.
- Overig: Andere instanties bijv: Sociaal-Economische Raad (SER).
o Geen wet, geen verordening, maar keuren.

Rangorde tussen wetgevende organen
1. Hogere regels gaan boven lagere regels.
2. Bijzondere regels gaan boven algemene regels.
3. Jongere regels gaan boven oudere regels. (let op: Alleen van gelijk niveau)

,Wet in formele en materiële zin
Formele zin: Totstandkoming door regering en Staten-Generaal (nationale wetgever).
Materiële zin: Iedere regeling van een wetgever die bestemd is voor een onbepaald aantal en dus
niet bij name genoemde personen. (Als Provinciale Staten of Gemeenteraad besluiten
nemen die op alle inwoners van de betreffende provincie of gemeente betrekking
hebben = wet in materiële zin.)
Let op: Meeste producten van nationale wetgever zijn naast wetten in formele zin ook wetten in
materiële zin, maar dit is niet noodzakelijk. Een begroting van een departement moet bijv bij
wet worden aangenomen. Deze wet richt zich niet tot een onbepaald aantal mensen, dus is
hier sprake van een wet in formele zin, niet in materiële zin.
Op grond van het voorafgaande kunnen we dan ook het volgende stellen:
• Een groot aantal wetten is én wet in formele zin én wet in materiële zin, want de wetten die door
regering en Staten-Generaal (Den Haag) worden uitgevaardigd, zijn meestal tot niet bij name
genoemde mensen gericht.
• Sommige wetten zijn wél wet in formele zin, maar geen wet in materiële zin, want wetten afkomstig
van de centrale wetgever richten zich soms tot bij name genoemde personen of concreet gemaakte
onderwerpen. Voorbeelden zijn een wet waarin de begroting van een departement wordt
goedgekeurd of een wet waarin het huwelijk van de kroonprins wordt goedgekeurd.
• Een groot aantal wetten is geen wet in formele zin maar wél wet in materiële zin, want veel wetten
op provinciaal en gemeentelijk niveau richten zich tot een onbepaald aantal mensen.
• Een besluit niet afkomstig van regering en Staten-Generaal en niet gericht tot een onbepaald aantal
mensen is noch een wet in formele zin noch een wet in materiële zin. Een voorbeeld daarvan is het
verstrekken van een vergunning aan de eigenaar van een stuk grond om daarop een huis te bouwen.

Jurisprudentie
Beslissingen door rechters:
- Rechtbank: Vonnis
- Gerechtshof en de Hoge Raad: Arrest
- Alle overige terreinen: Uitspraak
Indien juridische procedure bij de rechtbank met een verzoekschrift aanvangt ipv dagvaarding, dan
heet de beslissing een beschikking.

Algemeen
Organieke wetten: Die op grond van een dergelijke opdracht tot stand komen. Denk bijv aan het
benoemen in de Grondwet dat de wetgever een bepaalde materie nader
moet regelen bij de wet. (denk bijv aan Wet op de Raad van State, Kieswet,
en de Wet op de rechterlijke organisatie bij het Staatsrecht).

Als overheid zich terugtrekt, spreken we van privatisering en deregulering.
Niet alleen in wetten treffen we recht aan. Verdragen behelzen ook rechtsregels: Verdragsbepalingen.
Verdrag: Afspraak, overeenkomst, gesloten door twee of meer staten.
Bilateraal verdrag: Verdrag tussen twee landen.
Multilateraal verdrag: Verdrag tussen meer dan twee staten.

Waarden zijn de idealen, motieven of achterliggende ideeën die in een samenleving of groep als
nastrevenswaardig en waardevol worden beschouwd. Normen zijn de concrete richtlijnen voor het
handelen, hoe men zich hoort te gedragen. (bron: Internet)

, positief recht = alle, op dit moment geldende rechtsregels in Nederland)?

Week 2.
Interpretatiemethoden
Rechter of rechtscollege spreekt niet alleen recht, maar kan ook recht maken. De rechter doet dit
adhv hulpmiddelen, ook wel interpretatiemethoden genoemd.

Grammaticale interpretatiemethode:
- Bij uitleg van een woord wordt de betekenis gezocht in het alledaagse spraakgebruik.
 Zo werden parkieten bijv niet onder pluimvee gedefinieerd. De definitie van pluimvee
werd nader uitgewerkt door de Hoge Raad waarbij parkieten er niet onder vielen.

Wetshistorische interpretatiemethode:
- Beroept zich op een passage uit de parlementaire geschiedenis van de betreffende wet. De Eerste
en Tweede Kamer (Staten-Generaal) beraadslagen over de wetten. Deze beraadslagingen worden
opgenomen in de zogenoemde ‘Handelingen der Staten-Generaal’. Hierin kan worden opgezocht wat
de wetgever over het artikel heeft betoogd.

Anticiperende interpretatiemethode:
- De rechter baseert zich in dit geval op toekomstig recht, op bijna-recht dus. Aangezien een
wetsvoorstel meestal ten minste een maand of negen duurt tot het een wet wordt, kan de rechter
zich in zijn oordeel alvast beroepen op de inhoud van de nieuwe regeling. (Niet mbt Sr)

Rechtsvergelijkende interpretatiemethode:
- De rechter kan bij het beantwoorden van de vraag hoe een vaag woord of onduidelijke zin in de
Nederlandse wet gelezen moet worden, verwijzen naar een buitenlands rechtsstelsel waarin de
betreffende materie ook is geregeld.

Systematische interpretatiemethode:
- Hierbij wordt een woord of zinsnede uit een wettelijke bepaling uitgelegd aan de hand van de
regeling waarvan die bepaling onderdeel uitmaakt.
Als voorbeeld kon het brengen van een hitlergroet niet als belediging worden veroordeeld op grond
van artikel 137c WvSr. In dit artikel wordt met name ‘afbeelding’ genoemd terwijl artikel 266 WvSr
naast afbeelding ook ‘feitelijkheden’ benoemd. Er is kennelijk specifiek voor gekozen om artikel 137c
WvSr zonder feitelijkheden te benoemen.

Teleologische interpretatiemethode:
- De rechter doet een beroep op de bedoeling die de wetgever met de regeling heeft gehad.
In de grondwet art 7 staat bijv dat niemand verlof nodig heeft om gedachten en gevoelens te
openbaren via drukpers. Alleen als iemand met neonletters een uitspraak neerzet, is de vraag of dit
onder ‘drukpers’ valt. Hier kan de rechter zich beroepen op de bedoeling van de wetgever en
oordelen dat iedereen zich vrij mag uiten in zijn mening (ongeacht wijze van publicatie bijv).

Overige interpretatiemethoden: Twee daarvan zijn vooral in het privaatrecht van belang:
Precedenteninterpretatie:
- Gebruikmakend van eerdere uitspraken waarin die onduidelijke bewoordingen al zijn uitgelegd.

Interpretatie naar redelijkheid en billijkheid:
$10.75
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada

Conoce al vendedor
Seller avatar
michaelrehling

Conoce al vendedor

Seller avatar
michaelrehling Haagse Hogeschool
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
6
Miembro desde
1 año
Número de seguidores
1
Documentos
2
Última venta
2 meses hace

0.0

0 reseñas

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes