koolhydraten groeperen in verschillende categorieën op basis van structuurelementen
(functionele groep en ketenlengte)
o Functionele groep
Aldose: als de dubbele gebonden O aan het begin of eind van de keten
zit
Ketose: als de dubbel gebonden O in het midden van de keten zit
o Ketenlengte
Tritose: 3 koolstofatomen
Tetrose: 4 koolstofatomen
Pentose: 5 koolstofatomen
Hexose: 6 koolstofatomen
chirale centra, stereoisomeren, diasteriomeren, enantiomeren, epimeren en anomeren
herkennen
o Chirale centra: Chirale C-atoom dat 4 verschillende groepen heeft
o Stereoisomeren: verschillen in de ruimtelijke ordering van atomen met
dezelfde molecuulformule
o Diasteriomeren: een gedeelte van het molecuul is gespiegeld en een gedeelte
niet
o Enantiomeren: spiegelbeeld van het molecuul
, o Epimeren: 1 groep is gespiegeld
o Anomeren: verschil tussen α-configuratie en β-configuratie
D- en L configuraties van suikers herkennen
o D-configuratie: hoogste chirale C-atoom heeft de OH-groep aan de rechter kant
o L-configuratie: hoogste chirale C-atoom heeft de OH-groep aan de linker kant
o Van D-configuratie naar L-configuratie: het hele molecuul draaien
de Fischerprojectie van een suiker tekenen
o platte projectie van een molecuul
o Horizontaal: naar voren
o Verticaal: naar achteren
de Haworthprojectie van een suiker tekenen vanuit de Fisherprojectie
, α en β suikers (anomeren) onderscheiden
o α suikers hebben de OH-groep aan C1 aan de onderkant
o β suikers hebben de OH-groep aan C1 aan de bovenkant
onderscheid maken tussen reducerende en niet reducerende koolhydraten
o Binding die kan openbreken: zoek C-O-C-OH groep. De O binding kan openbreken
en van daaruit kan de Fisher projectie gemaakt worden
o Reducerende koolhydraten zijn aldehyden of ketons die nog een binding kunnen
openbreken en een zuur kunnen maken
o Niet-reducerende koolhydraten hebben geen dubbele binding en kunnen geen
binding openbreken om een zuur te kunnen maken
o Sucrose is een niet-reducerende koolhydraat
de glycosidische binding herkennen en de verschillende vormen ervan beschrijven en
tekenen
o Glycosidische binding: de binding die 2 monosachariden verbinden tot een
disacharide of polysacharide
o α-1,4 glycosidische binding
Hoofdstuk 17 Lipids and their functions in biochemical
systems
Leeruitkomsten
De student kan…
de verschillende typen lipiden beschrijven aan de hand van structuur en eigenschappen
o Vetzuren: verzadigde vetzuren en onverzadigde vetzuren
Onverzadigde vetzuren hebben een dubbele binding in de keten
Omega-3 vetzuren: met op de 3 C-atoom een dubbele binding
o Glyceriden:
(functionele groep en ketenlengte)
o Functionele groep
Aldose: als de dubbele gebonden O aan het begin of eind van de keten
zit
Ketose: als de dubbel gebonden O in het midden van de keten zit
o Ketenlengte
Tritose: 3 koolstofatomen
Tetrose: 4 koolstofatomen
Pentose: 5 koolstofatomen
Hexose: 6 koolstofatomen
chirale centra, stereoisomeren, diasteriomeren, enantiomeren, epimeren en anomeren
herkennen
o Chirale centra: Chirale C-atoom dat 4 verschillende groepen heeft
o Stereoisomeren: verschillen in de ruimtelijke ordering van atomen met
dezelfde molecuulformule
o Diasteriomeren: een gedeelte van het molecuul is gespiegeld en een gedeelte
niet
o Enantiomeren: spiegelbeeld van het molecuul
, o Epimeren: 1 groep is gespiegeld
o Anomeren: verschil tussen α-configuratie en β-configuratie
D- en L configuraties van suikers herkennen
o D-configuratie: hoogste chirale C-atoom heeft de OH-groep aan de rechter kant
o L-configuratie: hoogste chirale C-atoom heeft de OH-groep aan de linker kant
o Van D-configuratie naar L-configuratie: het hele molecuul draaien
de Fischerprojectie van een suiker tekenen
o platte projectie van een molecuul
o Horizontaal: naar voren
o Verticaal: naar achteren
de Haworthprojectie van een suiker tekenen vanuit de Fisherprojectie
, α en β suikers (anomeren) onderscheiden
o α suikers hebben de OH-groep aan C1 aan de onderkant
o β suikers hebben de OH-groep aan C1 aan de bovenkant
onderscheid maken tussen reducerende en niet reducerende koolhydraten
o Binding die kan openbreken: zoek C-O-C-OH groep. De O binding kan openbreken
en van daaruit kan de Fisher projectie gemaakt worden
o Reducerende koolhydraten zijn aldehyden of ketons die nog een binding kunnen
openbreken en een zuur kunnen maken
o Niet-reducerende koolhydraten hebben geen dubbele binding en kunnen geen
binding openbreken om een zuur te kunnen maken
o Sucrose is een niet-reducerende koolhydraat
de glycosidische binding herkennen en de verschillende vormen ervan beschrijven en
tekenen
o Glycosidische binding: de binding die 2 monosachariden verbinden tot een
disacharide of polysacharide
o α-1,4 glycosidische binding
Hoofdstuk 17 Lipids and their functions in biochemical
systems
Leeruitkomsten
De student kan…
de verschillende typen lipiden beschrijven aan de hand van structuur en eigenschappen
o Vetzuren: verzadigde vetzuren en onverzadigde vetzuren
Onverzadigde vetzuren hebben een dubbele binding in de keten
Omega-3 vetzuren: met op de 3 C-atoom een dubbele binding
o Glyceriden: