HAAREN – taxonomie: wetenschappelijke, systematsche ordening op basis van tevoren bekende en
achteraf pas gestelde criteria.
Binnen de NANDA-I-classifcates vinden we vier soorten diagnoses:
Probleemgeoriënteerde of actuele diagnoses: beschrijf menselijke reactes op gezondheidscondites
en/of levensprocessen die aanwezig zijn bij individu, gezin of groep. (PES. VB: misselijkheid, angst,
rouw, acute verwardheid)
Risicodiagnoses: klinisch oordeel over menselijke ervaringen/reactes op gezondheidscondites en/of
levensprocessen die zich zeer waarschijnlijk kunnen ontwikkelen bij een kwetsbaar individu, gezin of
groep. (PR-structuur: probleem, risicofactor. VB: risico op huidefect)
Gezondheidbevorderende diagnoses: klinisch oordeel over de motvate en de wens van een individu,
gezin of groep om welzijn te vergroten en door de bereidheid tot verbetering van specifeke
gezondheidsgedragingen. (Label, defniie en bepalende kenmerken. VB: bereidheid tot
vermeerdering van hoop)
Syndroomdiagnoses: klinisch oordeel dat een specifek cluster van verpleegkundige diagnoses
beschrijf die samengaan en het beste ook gezamenlijk en met soortgelijke interventes kunnen
worden aangepakt. Een dergelijke defnite is opgebouwd uit een label en een defnite. Als
bepalende kenmerken (verschijnselen) zijn twee of meer diagnoses beschreven. Soms zijn
samenhangende factoren beschreven. (VB: kwetsbare ouderen, bepalende kenmerken:
voedingstekort)
Structuur verpleegkundige diagnose:
As 1: focus of concept. Essentële onderdeel van de diagnoses en omschrijf de menselijke reacte. In
sommige gevallen zijn de focus en de diagnose hetzelfde. Misselijkheid, rouw, mobiliteit rolstoel.
As 2: onderwerp. Beschrijf de personen voor wie de diagnose is vastgesteld en omschrijf of het een
individu, familie, gemeenschap of mantelzorger betref. Verstoorde gezinsprocessen, overbelasing
mantelzorger.
As 3: oordeel. Beschrijf het oordeel over (risico op) het gezondheidsprobleem en is een
kwaliteitsbeschrijving. Beperkt (handicap), aniciperend (tevoren realiseren, voorzien)
As 4: lokalisate. Deze als is niet altjd van toepassing. Het beschrijf een specifeke lokalisate, de
delen of regionen van het lichaam en bijbehorende functes. Hersenen: risico op inefecieve
weefselperfusie.
As 5: leefijd. Zuigelingen, kwetsbare ouderdom syndroom, neonatale geelzucht.
As 6: tjd. Duur van het diagnostsche concept (chronisch, acuut, intermiterend) acute pijn.
As 7: status. De actuele of probleemgeoriënteerde status is niet als zodanig benoemd omdat dit over
het algemeen overbodig is, zoals misselijkheid of rouw. Risicostatus.
Taxonomie II (NANDA-I) -> 4 lagen:
- 13 Domein: gebied van samenhangende actviteiten, studies of interesses. VB: welbevinden
- 47 Klasse: onderdeel van een grotere groep. VB: lichamelijk welbevinden.
- 121 Concept: 121 concepten. VB: pijn
- 252 Diagnose: 252 gestandaardiseerde verpleegkundige diagnoses. VB: acute pijn
Taxonomie-NIC -> 4 lagen:
- 7 Domeinen
- 30 Klassen
- 558 Interventes
- 1300 Actviteiten
,Taxonomie-NOC: -> 5 lagen:
- 7 Domeinen
- 32 Klassen
- 490 Zorgresultaten: gericht op de ontvanger van de zorg. Behalve de patënt kan dit ook een
gezin, mantelzorger, familie of gemeenschap zijn.
- Indicatoren: meer concrete toestanden, gedragingen of perceptes van individu, gezin of
gemeenschap die dienen als aanwijzingen voor het meten van een zorgresultaat.
VB: mobiliteit, defniie: vermogen zich doelgericht in de eigen omgeving voor te bewegen,
met of zonder hulpmiddel. -> indicator: evenwicht, coördinaie, manier van lopen, lopen enz.
- Meetschalen: 1 tot 5. 1 staat voor de slechtste toestand.
WILKISON – feitelijke verpleegkundige diagnose: een probleem dat bij de anamnese duidelijk
aanwezig is, herken je door de verschijnselen en symptomen.
Driegende verpleegkundige diagnose: wordt opgesteld aan de hand van de aanwezigheid van
risicofactoren waardoor de patënt het probleem kan ontwikkelen (risicodiagnose of poteniile).
Potentiële verpleegkundige diagnose: voorlopige diagnose, omdat je er toch niet zeker van bent.
Categorie Verpleegkundige diagnose Multidisciplinaire Medische diagnosen
problemen
Voorbeeld Beperkte Potentële complicate: Myocardinfarct
inspanningsintolerante bij een hartnfarct door
verminderde cardiac output decompensato cordis
Beschrijving Beschrijven menselijke reactes Beschrijven dreigende Beschrijven ziekten en
ten aanzien van een fysiologische complicates aandoeningen: laten
ziekteproces of bij ziekten, onderzoek of menselijke reactes buiten
stressveroorzakende factoren behandeling beschouwing
Probleemstatus Feitelijk, dreigend, potenteel Altjd dreigend Feitelijk of potenteel
(principe van uitsluiten)
Duur Kunnen snel wisselen: hebben Altjd aanwezig als de De diagnose blijf bestaan
geen relate met een bepaalde ziekte aanwezig is zolang er sprake is van de
medische diagnose ziekte
Oriëntatie Gericht op individu Gericht op pathofysiologie Gericht op ziekte en
(potentële complicates) medische procedures
Verantwoordelijkhei Verpleegkundige is Verpleegkundige is Arts is verantwoordelijk
d voor diagnostiek verantwoordelijk voor de verantwoordelijk voor de voor de diagnostek
diagnostek diagnostek
Verpleegkundige Gericht op de behandeling en Signaleren en voorkomen Het uitvoeren van
focus prevente van complicates medische
behandelinstructes:
observeren van toestand of
status van de patënt
Behandeling De verpleegkundige bepaalt de De verpleegkundige heef De verpleegkundige heef
instructies meeste preventeve en meestal instructes van de meestal instructes van de
curateve interventes zelf arts nodig om interventes arts nodig om interventes
met betrekking tot met betrekking tot
prevente en behandeling prevente en behandeling
uit te voeren uit te voeren
Verpleegkundige De verpleegkundige handelt De verpleegkundige De verpleegkundige
interventies onafhankelijk handelt soms zelfstanding, handelt in opdracht van de
vooral in haar signalerende arts
functe
Classificatiesysteem CS worden ontwikkeld en Er is geen Goed ontwikkelde CS die
gehanteerd, maar niet door classifcatesysteem door de medische
iedereen geaccepteerd beroepsgroep volledig
worden geaccepteerd
,De diagnose:
- Is een cruciale fase in het verpleegkundig proces
- Is het proces van het interpreteren van gegevens, het verifëren van hypothesen, het labelen
van problemen en het vastleggen van de diagnosen
- Is een fase waarin verpleegkundige diagnosen, multdisciplinaire problemen of medische
problemen kunnen worden vastgesteld
- Is een fase waarin feitelijke, dreigende of mogelijke problemen en patënten vermogens
kunnen worden vastgesteld
- Vereist kennis, kritsch denken, onbevooroordeeld te werk gaan en het kunnen openstaan
van ideeën
- Is een fase waarin problemen op ethisch vlak kunnen worden vastgesteld.
Verpleegkundige diagnosen:
- Hebben betrekking op de menselijke reactes op ziekt een en andere stressveroorzakende
factoren op het gebied van gezondheid
- Zijn problemen waarbij verpleegkundigen onafhankelijk interventes kunnen uitvoeren
- Worden cultureel beïnvloed
- Kunnen worden gebruikt om gestandaardiseerde zorgplannen, zoals klinische zorgpaden, op
het individu af te stemmen
BAKKER – stap 1 screenen: het in kaart brengen van de risicopopulates voor een bepaalde
aandoening of uitkomst. Wordt vaak gedaan door vragenlijsten, waarbij een afappunt (Tilburg
Frality Indicator) aanwezig is (verhoogd risico op). Bij die ouderen wordt vervolgens verdere
diagnostek gedaan.
Stap 2 screenend geriatrisch assessment: een multidomeinbeoordeling: (multidisciplinairr SNAQ
(ondervoeding)r DOS (delier)r KATS-ADL (afhankelijk/ onafhankelijk)r VMS (gericht op ziekenhuis)r
NHG (thuisverpleegkundige)) in een CGA wordt niet alleen naar de ziekte gekeken, maar vooral naar
de geriatrische problematek. Er kan in de geriatrische problematek een onderscheid worden
gemaakt op vier domeinen:
1. Somatsch: de ziekten, medicate, incontnente, pijn, decubitus en vallen
2. Psychisch: demente, delier, depressie, afhankelijkheid van alcohol
3. Sociaal: sociaal netwerk, eenzaamheid, mantelzorg, coping
4. Functoneel: ADL, slapen, horen, zien
Stap 3 prioriteiten en persoonlijke doelen formulieren: proces van doelen stellen en te faciliteren en
de juiste informate te geven voor de mogelijkheden voor de behandeling van een bepaald
zorgprobleem.
Stap 4 diagnostisch geriatrisch assessment: wat is de achterliggende oorzaak, samenhang, wordt
gekeken naar verstoring in de orgaansystemen, andere geriatrische problemen. Doel is om de
etologie van het probleem duidelijker te krijgen en de samenhang tussen de verschillende
functekenmerken in kaart te brengen.
Objecteve metngen: loopsnelheid en handknijpkracht als onderdeel van diagnostsch CGA
Bij kwetsbare ouderen wordt vaak een heteroanamnese afgenomen (aan de naaste wordt gevraagd
over het functoneren van de oudere). Specifeke aandacht voor de belastng die de mantelzorger
ervaart.
Stap 5 opstellen van een zorgbehandelplan: uitkomsten worden besproken met de oudere. Herkent
hij die problemen en wilt hij er iets aan doen?
, Ondervoeding Dehydratie
Defnite in Is een acute of chronische toestand, waarbij een Een toestand van een tekort aan
wetenschappelijk tekort of disbalans van energie, eiwit en andere lichaamsvocht, zowel intra- als
onderzoek voedingsstofen leidt tot meetbare nadelige extracellulair
efecten op de lichaamssamenstelling, het
functoneren en klinische resultaten
Beschrijving ICF ICF maakt onderscheid tussen functestoornissen Functestoornis gerelateerd aan
(multdisciplinair) met betrekking tot het opnemen van voedsel en de regulate van de hoeveelheid
het verteren van voedsel. water, mineralen en elektrolyten
in het lichaam
NANDA Feitelijke of dreigende, voor het metabolisme (intra)vasculaire, cellulaire en/of
niet-toereikende inname van voedingsstofen of intracellulaire uitdroging
inadequate omzetng van voedingsstofen met
of zonder gewichtsverlies, bij een persoon die
niet nuchter hoef te zijn
Drie vormen van ondervoeding:
1. Wastng: verlies van zowel spier als vetmassa. Het lichaam zal compenseren door minder
actef te zijn.
2. Cachexie: als er sprake is van metabole ontregeling door ziekte. Komt voor bij kanker en
andere chronische aandoeningen. Metabole veranderingen en verminderde energie – en
eiwitopname staan op de voorgrond. Doorgaand verlies van skeletspiermassa dat niet
volledig gestopt kan worden door voedingsintervente.
3. Sarcopenie: leefijdsgebonden syndroom. Het betref een leefijd gerelateerde afname van
spierkracht en massa. Er is minder producte van hormonen.
Carchexie Sarcopenie Wastng
Verminderde spiermassa Ja Ja Niet gespecifceerd
Gewichtsverlies 5% in de laatste zes Niet altjd 10% in de laatste zes
maanden of 2% in maanden of 5% in de
combinate met BMI <20 laatste maand
Verminderde energie- Ja Niet altjd Ja
inname
Verhoogd basaal Ja Niet altjd Niet altjd
energieverbruik
Verminderde Ja Ja Ja
functonaliteit
Inflammate (ontsteking) Ja Niet altjd Nee
Verminderde Ja Niet altjd Niet altjd
immuunstatus
Verhoogde mortaliteit Ja Ja Ja
Voorbeelden Leverziekte, reuma, Veroudering, inactviteit Verwaarlozing, anorexia
hartalen, bepaalde
vormen van kanker
Betrokken Motorisch, digestef en Endocrien, motorisch en Motorisch systeem
orgaansystemen afweersysteem afweersysteem
SNAQ-score:
- Bent u onbedoeld afgevallen?
- Hebt u afgelopen maand drink- of sondevoeding gebruikt?
- Had u afgelopen maand een verminderde eetlust?
Klinische symptomen dehydratie:
- Minder plassen