Insolventierecht – samenvatting Surseance van betaling
Week 7 Schuldsanering
Uit te leggen wat de samenloopregels ten aanzien van faillissement, surseance van betaling
of schuldsanering inhouden.
Het onderscheid uit te leggen tussen het zogenaamde minnelijke en wetelijke traject in het
kader van schuldsanering.
De wetelijke mogelijkheden te beschrijven die het minnelijke traject versterken.
Te adviseren over de rechtsposite van de saniet, de bewindvoerder en een derde in een
schuldsaneringsregeling.
Actualiteiten te analyseren aan de hand van de in deze week centraal staande onderwerpen.
Door partjen ingenomen standpunten in verband te brengen met de in deze week centraal
staande onderwerpen en deze aan de hand van de theorie te beoordelen.
1. Uit te leggen wat de samenloopregels ten aanzien van faillissement, surseance van betaling of
schuldsanering inhouden.
Een natuurlijke persoon in problematsche fnanciële situate heef een aantal mogelijkheden:
1. Faillissement
2. Surseance van betaling (alleen voor ondernemers), art. 214 e.v. Fw
3. Schuldsanering,
Regels betrefende samenloop:
Surseance van betaling (uitstel van betaling) boogt te voorkomen dat een schuldenaar met
betalingsmoeilijkheden failliet wordt verklaard.
De surseance is een tjdelijke situate ter overbrugging van een tjdelijk liquiditeitsprobleem: de
schuldenaar krijgt de gelegenheid om zijn fnanciële problemen op te lossen, waarna hij zijn
schuldeisers alsnog geheel of gedeeltelijk voldoet. De rechtbank benoemt een bewindvoerder, die de
belangen van de schuldeisers behartgt.
Surseance leidt tot:
- Algehele of gedeeltelijke voldoening van de schuldeisers
- Onderhands of gerechtelijk akkoord
- Faillietverklaring, wanneer het beoogde doel niet kan worden bereikt.
Intrekking surseance; omzetng in faillissement of schuldsanering
Omzetng in faillissement, art. 242 lid 4 Fw:
Wordt de surseance ingetrokken, dan kan bij dezelfde beschikking de faillietverklaring van de
schuldenaar worden uitgesproken, art. 242 lid 4 Fw
Rechtbank is niet verplicht om het faillissement uit te spreken. Doet zij dit niet, dan blijf de
surseance gehandhaafd totdat deze in kracht van gewijsde is gegaan.
Omzetng in schuldsanering, art. 247 a-c Fw:
Bij voorlopige verlening surseance:
De schuldenaar/natuurlijke persoon kan verzoeken deze in te trekken onder het gelijktjdig
uitspreken van de toepassing van de schuldsanering
Mogelijk tot de dag voorafgaande aan de dag waarop beslist wordt over de
defniteve verlening, doch in ieder geval niet later dan 2 maanden na verlening van
de surseance.
, Opvolging faillissement na surseance van betaling, art. 249 Fw
Wordt een faillissement uitgesproken ingevolge een van de bepalingen uit ttel II of binnen een
maand na het einde van de surseance, dan mag worden aangenomen dat er verband bestaat tussen
de surseance en de faillietverklaring.
De wet heef hier in art. 249 in regels voor voorzien, waardoor de surseance en het
faillissement worden gekoppeld aan elkaar.
Gedurende de surseance kan geen faillietverklaring worden gevorderd, art. 248 lid 1 Fw
Uitzondering!
Wanneer hij vorderingen onbetaald laat t.a.w. de schuldsanering werkt, art. 312 Fw
Verwantschap schuldsanering, faillissement en surseance:
Komt tot uitdrukking de taak van de bewindvoerder: samen boedel beheren en hierover
beschikken in F: curator is exclusief belast met beheer en verefening van de boedel
Surseance van Faillissement Schuldsanering
betaling
Gericht op: Instandhouding van Liquidate Faillissementen n.p.
de ondernemer terugdringen;
N.p. bevrijden van
jarenlange
achtervolging schulden
Belangen: Schuldenaar Schuldeiser Schuldeiser
Beheer en Bewindvoerder en Curator Bewindvoerder
beschikking: schuldenaar RC houdt toezicht RC houdt toezicht
Bevoegdheid: Schuldenaar Schuldenaar Schuldenaar
beschikkingsbevoeg beschikkingsonbevoeg beschikkingsonbevoeg
d d d
Procedures tegelijkertjd:
Als je 2 procedures tegelijkertjd hebt zal eerst het WSNP verzoek behandeld worden, ondertussen
wordt het faillisementsverzoek geschorst. Wordt het WSNP afgewezen, dan wordt het
faillissementsverzoek in gang gezet, Art. 3 jo. art. 3a Fw.
Beslagen & executes:
Alle executes worden geschorst, art. 301 lid 2 Rv
Alle beslagen komen te vervallen, art. 301 lid 3 Rv
Retenterecht:
Retenterecht vervalt niet! Art. 299b lid 1 Rv
2. Het onderscheid uit te leggen tussen het zogenaamde minnelijke en wetelijke traject in het
kader van schuldsanering.
3. De wetelijke mogelijkheden te beschrijven die het minnelijke traject versterken.
Minnelijk traject schuldsanering, art. 285 Fw:
Ofwel een buitengerechtelijke schuldregeling; het is een voorfase van het wetelijk traject.
Het minnelijk traject houdt in dat je eerst zelf moet proberen om je schulden op te lossen: je moet de
WSNP verdienen.
Week 7 Schuldsanering
Uit te leggen wat de samenloopregels ten aanzien van faillissement, surseance van betaling
of schuldsanering inhouden.
Het onderscheid uit te leggen tussen het zogenaamde minnelijke en wetelijke traject in het
kader van schuldsanering.
De wetelijke mogelijkheden te beschrijven die het minnelijke traject versterken.
Te adviseren over de rechtsposite van de saniet, de bewindvoerder en een derde in een
schuldsaneringsregeling.
Actualiteiten te analyseren aan de hand van de in deze week centraal staande onderwerpen.
Door partjen ingenomen standpunten in verband te brengen met de in deze week centraal
staande onderwerpen en deze aan de hand van de theorie te beoordelen.
1. Uit te leggen wat de samenloopregels ten aanzien van faillissement, surseance van betaling of
schuldsanering inhouden.
Een natuurlijke persoon in problematsche fnanciële situate heef een aantal mogelijkheden:
1. Faillissement
2. Surseance van betaling (alleen voor ondernemers), art. 214 e.v. Fw
3. Schuldsanering,
Regels betrefende samenloop:
Surseance van betaling (uitstel van betaling) boogt te voorkomen dat een schuldenaar met
betalingsmoeilijkheden failliet wordt verklaard.
De surseance is een tjdelijke situate ter overbrugging van een tjdelijk liquiditeitsprobleem: de
schuldenaar krijgt de gelegenheid om zijn fnanciële problemen op te lossen, waarna hij zijn
schuldeisers alsnog geheel of gedeeltelijk voldoet. De rechtbank benoemt een bewindvoerder, die de
belangen van de schuldeisers behartgt.
Surseance leidt tot:
- Algehele of gedeeltelijke voldoening van de schuldeisers
- Onderhands of gerechtelijk akkoord
- Faillietverklaring, wanneer het beoogde doel niet kan worden bereikt.
Intrekking surseance; omzetng in faillissement of schuldsanering
Omzetng in faillissement, art. 242 lid 4 Fw:
Wordt de surseance ingetrokken, dan kan bij dezelfde beschikking de faillietverklaring van de
schuldenaar worden uitgesproken, art. 242 lid 4 Fw
Rechtbank is niet verplicht om het faillissement uit te spreken. Doet zij dit niet, dan blijf de
surseance gehandhaafd totdat deze in kracht van gewijsde is gegaan.
Omzetng in schuldsanering, art. 247 a-c Fw:
Bij voorlopige verlening surseance:
De schuldenaar/natuurlijke persoon kan verzoeken deze in te trekken onder het gelijktjdig
uitspreken van de toepassing van de schuldsanering
Mogelijk tot de dag voorafgaande aan de dag waarop beslist wordt over de
defniteve verlening, doch in ieder geval niet later dan 2 maanden na verlening van
de surseance.
, Opvolging faillissement na surseance van betaling, art. 249 Fw
Wordt een faillissement uitgesproken ingevolge een van de bepalingen uit ttel II of binnen een
maand na het einde van de surseance, dan mag worden aangenomen dat er verband bestaat tussen
de surseance en de faillietverklaring.
De wet heef hier in art. 249 in regels voor voorzien, waardoor de surseance en het
faillissement worden gekoppeld aan elkaar.
Gedurende de surseance kan geen faillietverklaring worden gevorderd, art. 248 lid 1 Fw
Uitzondering!
Wanneer hij vorderingen onbetaald laat t.a.w. de schuldsanering werkt, art. 312 Fw
Verwantschap schuldsanering, faillissement en surseance:
Komt tot uitdrukking de taak van de bewindvoerder: samen boedel beheren en hierover
beschikken in F: curator is exclusief belast met beheer en verefening van de boedel
Surseance van Faillissement Schuldsanering
betaling
Gericht op: Instandhouding van Liquidate Faillissementen n.p.
de ondernemer terugdringen;
N.p. bevrijden van
jarenlange
achtervolging schulden
Belangen: Schuldenaar Schuldeiser Schuldeiser
Beheer en Bewindvoerder en Curator Bewindvoerder
beschikking: schuldenaar RC houdt toezicht RC houdt toezicht
Bevoegdheid: Schuldenaar Schuldenaar Schuldenaar
beschikkingsbevoeg beschikkingsonbevoeg beschikkingsonbevoeg
d d d
Procedures tegelijkertjd:
Als je 2 procedures tegelijkertjd hebt zal eerst het WSNP verzoek behandeld worden, ondertussen
wordt het faillisementsverzoek geschorst. Wordt het WSNP afgewezen, dan wordt het
faillissementsverzoek in gang gezet, Art. 3 jo. art. 3a Fw.
Beslagen & executes:
Alle executes worden geschorst, art. 301 lid 2 Rv
Alle beslagen komen te vervallen, art. 301 lid 3 Rv
Retenterecht:
Retenterecht vervalt niet! Art. 299b lid 1 Rv
2. Het onderscheid uit te leggen tussen het zogenaamde minnelijke en wetelijke traject in het
kader van schuldsanering.
3. De wetelijke mogelijkheden te beschrijven die het minnelijke traject versterken.
Minnelijk traject schuldsanering, art. 285 Fw:
Ofwel een buitengerechtelijke schuldregeling; het is een voorfase van het wetelijk traject.
Het minnelijk traject houdt in dat je eerst zelf moet proberen om je schulden op te lossen: je moet de
WSNP verdienen.