Burgerlijk procesrecht
Deel 1: de weg naar het burgerlijk procesrecht
Hoofdstuk 1: de weg naar het gerechtelijk recht
Materieel
Rule of recht
Classi-
Recht/ Law:
ficatie
rechts- Rechtstaat geregeld Formeel
rechts-
regels door recht =
Mens regels
Sollen Geloof wet/recht gerechte-
Maat- lijk recht
schappij
Sein Andere
Wereld Moraal
regels
Geweten
1. “sein” en “sollen”
• Sein = beschrijving werkelijke toestand
• Sollen = hoe iets behoort te zijn
o Basis van regels (= bindend voorschrift waaraan mens zich behoort te houden)
▪ Bevel
▪ Verbod
Opgesteld door geweten, moraal en geloof
2. rechtsregel
• Voorwaarden
o Heeft betrekking op uiterlijk gedrag van mensen in de maatschappij
o Wordt in maatschappij uitgevaardigd door persoon/personen die gezag hebben over
degenen die eraan onderworpen zijn
o Naleving regel kan door gezaghebbende autoriteit/overheid worden afgedwongen
• Geheel regels = objectief recht
3. rechtsstaat
Rule of Law
Formele aard
Begrip
Verschil bron en
democratische
aard
Algemene
gelding wet Wetgevende
Rechtsstaat
Principes
Drie machten Uitvoerende
Onafhankelijk
Materieel recht Rechterlijke
Concrete
Classificatie beoordeling
rechtsregels Formeel recht =
gerechtelijk
recht
1
,3.1 begrip
• Rechtsstaat
o Rule of Law → maatschappij wordt niet geregeld door persoonlijke voorkeur gezaghebber,
maar door wetten
▪ Ook machten zelf en tot stand komen wet (en wetgever) onderworpen aan wet
o Staat onderworpen aan heerschappij rationele recht
o Democratisch → bron wet (wetgever) gekozen door volk
3.2 principes van de rechtsstatelijke wet en van de rechtsstaat
3.2.1 algemene gelding van de wet
• Geldt niet voor: bepaald persoon/categorie personen of bepaald geval/categorie gevallen
• In principe zelfde voor iedereen die zich in objectief gelijkaardige situatie bevindt en gelijkaardige
gevallen
• Onpartijdig en onpersoonlijk
3.2.2 drie machten – een onafhankelijke rechterlijke macht
• Subjectief recht: aanspraak die persoon, in bepaalde situatie, ontleent aan objectieve rechtsregel
• Onafhankelijke rechter past wetten met algemene gelding toe op concrete aanspraak die hem
wordt voorgelegd
• Art. 6 Ger.W.: rechter moet onafhankelijk en onpartijdig zijn
• Als persoon subjectief recht wil laten gelden, moet aanspraak gehonoreerd worden door beslissing
rechter
o Overheid ook onderworpen hieraan
• Rechter “doet recht” = past algemene wet toe als case voorkomt
o Uitvoering kan via openbare macht afgedwongen worden
o Uitvoering beslissing moet maatschappelijk evenwicht herstellen
3.3 classificatie van de wetten in de rechtsstaat
• Materieel recht
• Formeel recht
• Gerechtelijk recht
2
,Hoofdstuk 2: gerechtelijk recht
Structurele
Materieel recht organisatie -
rechtshandhaving
Begrip Gerechtelijk recht =
handhavingsrecht = Wijze van
formeel recht effectueren van
herstel van
schending materieel
Uitsluiten recht
eigenrichting
Doel Exceptie van niet-
Gerechtelijk recht Restanten nakoming
eigenrichting
Retentierecht
Gerechtelijk
privaatrecht
Strafprocesrecht
Indeling Administratief
procesrecht
Tuchtprocesrecht
Fiscaal procesrecht
1. gerechtelijk recht – formeel recht – handhavingsrecht
1.1 materieel recht
• = geheel van rechtsregels waarbij maatschappelijke gedraging naar inhoud wordt bepaald
• Burgerlijk recht, strafrecht, handelsrecht en arbeidsrecht
1.2 gerechtelijk recht
• = geheel van rechtsregels waarbij wordt bepaald hoe handhaving materiële recht wordt
georganiseerd en herstel bij schending materiële recht wordt gerealiseerd
o Om willekeur van rechtsregels te vermijden
• = handhavingsrecht
2. doel van het gerechtelijk recht
2.1 uitsluiten van eigenrichting
• Met autoriteit beklede overheidsrechter of scheidsrechter beslecht geschillen
• Verbod om rechter te zijn in eigen zaak = algemeen rechtsbeginsel
• Art. 5 Ger.W.: rechter moet altijd recht uitspreken, zelfs bij stilzwijgen, duisterheid of
onvolledigheid wet
o Art. 1140, 4° Ger.W.: verhaal op rechter mogelijk bij rechtsweigering
2.2 restanten van eigenrichting
• Eigenrichting soms toch mogelijk, MAAR strenge voorwaarden
• Kan door wederpartij aan oordeel rechter onderworpen worden
3
, 2.2.1 exceptie van niet-nakoming
• In ruime zin (als algemeen rechtsbeginsel): prestatie mag opgeschort worden tot andere partij
gepresteerd heeft
• In enge zin: SA die tegelijk SE is van tegenprestatie kan verbintenis opschorten tot andere SA
tegenprestatie nakomt
2.2.2 retentierecht
• Zaak bijhouden tot andere prestatie nakomt
• Gegrond op relatie tussen zaak en schuldvordering op zaak
• Toepassing van exceptio non adimpleti concractus
o Geldt ook bij wederkerige overeenkomsten en rechtsverhoudingen in het algemeen
• Doel: middel tot rechtshandhaving → oneigenlijk voorrecht/persoonlijke garantie tot executie
3. indeling van het gerechtelijk recht
• Gerechtelijk privaatrecht/burgerlijk procesrecht
• Strafprocesrecht
• Administratief procesrecht
• Fiscaal procesrecht
• Tuchtprocesrecht
4
Deel 1: de weg naar het burgerlijk procesrecht
Hoofdstuk 1: de weg naar het gerechtelijk recht
Materieel
Rule of recht
Classi-
Recht/ Law:
ficatie
rechts- Rechtstaat geregeld Formeel
rechts-
regels door recht =
Mens regels
Sollen Geloof wet/recht gerechte-
Maat- lijk recht
schappij
Sein Andere
Wereld Moraal
regels
Geweten
1. “sein” en “sollen”
• Sein = beschrijving werkelijke toestand
• Sollen = hoe iets behoort te zijn
o Basis van regels (= bindend voorschrift waaraan mens zich behoort te houden)
▪ Bevel
▪ Verbod
Opgesteld door geweten, moraal en geloof
2. rechtsregel
• Voorwaarden
o Heeft betrekking op uiterlijk gedrag van mensen in de maatschappij
o Wordt in maatschappij uitgevaardigd door persoon/personen die gezag hebben over
degenen die eraan onderworpen zijn
o Naleving regel kan door gezaghebbende autoriteit/overheid worden afgedwongen
• Geheel regels = objectief recht
3. rechtsstaat
Rule of Law
Formele aard
Begrip
Verschil bron en
democratische
aard
Algemene
gelding wet Wetgevende
Rechtsstaat
Principes
Drie machten Uitvoerende
Onafhankelijk
Materieel recht Rechterlijke
Concrete
Classificatie beoordeling
rechtsregels Formeel recht =
gerechtelijk
recht
1
,3.1 begrip
• Rechtsstaat
o Rule of Law → maatschappij wordt niet geregeld door persoonlijke voorkeur gezaghebber,
maar door wetten
▪ Ook machten zelf en tot stand komen wet (en wetgever) onderworpen aan wet
o Staat onderworpen aan heerschappij rationele recht
o Democratisch → bron wet (wetgever) gekozen door volk
3.2 principes van de rechtsstatelijke wet en van de rechtsstaat
3.2.1 algemene gelding van de wet
• Geldt niet voor: bepaald persoon/categorie personen of bepaald geval/categorie gevallen
• In principe zelfde voor iedereen die zich in objectief gelijkaardige situatie bevindt en gelijkaardige
gevallen
• Onpartijdig en onpersoonlijk
3.2.2 drie machten – een onafhankelijke rechterlijke macht
• Subjectief recht: aanspraak die persoon, in bepaalde situatie, ontleent aan objectieve rechtsregel
• Onafhankelijke rechter past wetten met algemene gelding toe op concrete aanspraak die hem
wordt voorgelegd
• Art. 6 Ger.W.: rechter moet onafhankelijk en onpartijdig zijn
• Als persoon subjectief recht wil laten gelden, moet aanspraak gehonoreerd worden door beslissing
rechter
o Overheid ook onderworpen hieraan
• Rechter “doet recht” = past algemene wet toe als case voorkomt
o Uitvoering kan via openbare macht afgedwongen worden
o Uitvoering beslissing moet maatschappelijk evenwicht herstellen
3.3 classificatie van de wetten in de rechtsstaat
• Materieel recht
• Formeel recht
• Gerechtelijk recht
2
,Hoofdstuk 2: gerechtelijk recht
Structurele
Materieel recht organisatie -
rechtshandhaving
Begrip Gerechtelijk recht =
handhavingsrecht = Wijze van
formeel recht effectueren van
herstel van
schending materieel
Uitsluiten recht
eigenrichting
Doel Exceptie van niet-
Gerechtelijk recht Restanten nakoming
eigenrichting
Retentierecht
Gerechtelijk
privaatrecht
Strafprocesrecht
Indeling Administratief
procesrecht
Tuchtprocesrecht
Fiscaal procesrecht
1. gerechtelijk recht – formeel recht – handhavingsrecht
1.1 materieel recht
• = geheel van rechtsregels waarbij maatschappelijke gedraging naar inhoud wordt bepaald
• Burgerlijk recht, strafrecht, handelsrecht en arbeidsrecht
1.2 gerechtelijk recht
• = geheel van rechtsregels waarbij wordt bepaald hoe handhaving materiële recht wordt
georganiseerd en herstel bij schending materiële recht wordt gerealiseerd
o Om willekeur van rechtsregels te vermijden
• = handhavingsrecht
2. doel van het gerechtelijk recht
2.1 uitsluiten van eigenrichting
• Met autoriteit beklede overheidsrechter of scheidsrechter beslecht geschillen
• Verbod om rechter te zijn in eigen zaak = algemeen rechtsbeginsel
• Art. 5 Ger.W.: rechter moet altijd recht uitspreken, zelfs bij stilzwijgen, duisterheid of
onvolledigheid wet
o Art. 1140, 4° Ger.W.: verhaal op rechter mogelijk bij rechtsweigering
2.2 restanten van eigenrichting
• Eigenrichting soms toch mogelijk, MAAR strenge voorwaarden
• Kan door wederpartij aan oordeel rechter onderworpen worden
3
, 2.2.1 exceptie van niet-nakoming
• In ruime zin (als algemeen rechtsbeginsel): prestatie mag opgeschort worden tot andere partij
gepresteerd heeft
• In enge zin: SA die tegelijk SE is van tegenprestatie kan verbintenis opschorten tot andere SA
tegenprestatie nakomt
2.2.2 retentierecht
• Zaak bijhouden tot andere prestatie nakomt
• Gegrond op relatie tussen zaak en schuldvordering op zaak
• Toepassing van exceptio non adimpleti concractus
o Geldt ook bij wederkerige overeenkomsten en rechtsverhoudingen in het algemeen
• Doel: middel tot rechtshandhaving → oneigenlijk voorrecht/persoonlijke garantie tot executie
3. indeling van het gerechtelijk recht
• Gerechtelijk privaatrecht/burgerlijk procesrecht
• Strafprocesrecht
• Administratief procesrecht
• Fiscaal procesrecht
• Tuchtprocesrecht
4