Hoofdstuk 1: Analytische performantie, kwaliteitscontrole en kalibratie
Analytische performantie
Aard van de analyse:
Kwalitatieve analyse: identificatie, detectie of aantonen van bestanddelen in preparaat
Kwantitatieve analyse: inwinnen van informatie over relatieve hoeveelheid van één,
meerdere of alle bestanddelen aanwezig in te analyseren materie
o Individuele analyse: 1 component analyseren
o Groepsanalyse: verwante componenten analyseren
Aard van de test:
Specificiteit: gaat enkel op met het bestanddeel dat men wenst te doseren; kan verbeterd
worden door pH, complexvorming, temperatuur … aan te passen ideale test moet 100%
specifiek zijn
Selectiviteit: vertoont bepaalde of geen absolute voorkeur voor het te doseren bestanddeel
maar kan ook positief reageren met een aantal andere componenten
Sensitiviteit: wordt bepaald door helling van ijkcurve = gemeten signaal/concentratie hoe
groter het signaal, hoe gevoeliger de test; betere gevoeligheid enkel beter bij heel kleine
concentraties, anders overshooting
o Karakteristieke concentratie (maat voor gevoeligheid) = hoeveelheid van de te
bepalen stof die een absorbantie van 0,0044 (1%) teweegbrengt (eenheid:
µg/ml/1%abs)
Blancobepaling = bepaling van de fractie van het totaalsignaal dat niet te wijten is aan het te
doseren bestanddeel in het te analyseren staal = achtergrondsignaal
Limieten:
Detectielimiet LOD = minimale concentratie van de te bepalen stof die in staat is een signaal
te veroorzaken dat het dubbele is van het achtergrondsignaal = signaal/ruis verhouding; 3 x
SD blank signaal
Kwantificatielimiet LOQ = laagste concentratie van de bepalen stof die kwantitatief kan
worden bepaald en veelal wordt gedefinieerd als 10 x SD blank signaal
Nauwkeurigheid:
Accuraatheid = maat voor afwijking van het experimenteel gevonden analyseresultaat tov
onbekende werkelijke waarde (concentratie dat je meet moet overeen komen met de
concentratie die wordt aangegeven)
Precisie = maat voor reproduceerbaarheid van de analyseresultaten
o Intra-variatiecoefficiënt = gemiddelde afwijking tov het gemiddelde tijdens een en
dezelfde analytische run (onder dezelfde condities)
o Inter-variatiecoefficiënt = gemiddelde afwijking tov het gemiddelde bij verschillende
runs (veranderende condities)
o Variatiecoefficiënt VC = standaarddeviatie SD / gemiddelde waarde µ verschillende
metingen (hoe groter de VC, de slechter)
Analytische performantie
Aard van de analyse:
Kwalitatieve analyse: identificatie, detectie of aantonen van bestanddelen in preparaat
Kwantitatieve analyse: inwinnen van informatie over relatieve hoeveelheid van één,
meerdere of alle bestanddelen aanwezig in te analyseren materie
o Individuele analyse: 1 component analyseren
o Groepsanalyse: verwante componenten analyseren
Aard van de test:
Specificiteit: gaat enkel op met het bestanddeel dat men wenst te doseren; kan verbeterd
worden door pH, complexvorming, temperatuur … aan te passen ideale test moet 100%
specifiek zijn
Selectiviteit: vertoont bepaalde of geen absolute voorkeur voor het te doseren bestanddeel
maar kan ook positief reageren met een aantal andere componenten
Sensitiviteit: wordt bepaald door helling van ijkcurve = gemeten signaal/concentratie hoe
groter het signaal, hoe gevoeliger de test; betere gevoeligheid enkel beter bij heel kleine
concentraties, anders overshooting
o Karakteristieke concentratie (maat voor gevoeligheid) = hoeveelheid van de te
bepalen stof die een absorbantie van 0,0044 (1%) teweegbrengt (eenheid:
µg/ml/1%abs)
Blancobepaling = bepaling van de fractie van het totaalsignaal dat niet te wijten is aan het te
doseren bestanddeel in het te analyseren staal = achtergrondsignaal
Limieten:
Detectielimiet LOD = minimale concentratie van de te bepalen stof die in staat is een signaal
te veroorzaken dat het dubbele is van het achtergrondsignaal = signaal/ruis verhouding; 3 x
SD blank signaal
Kwantificatielimiet LOQ = laagste concentratie van de bepalen stof die kwantitatief kan
worden bepaald en veelal wordt gedefinieerd als 10 x SD blank signaal
Nauwkeurigheid:
Accuraatheid = maat voor afwijking van het experimenteel gevonden analyseresultaat tov
onbekende werkelijke waarde (concentratie dat je meet moet overeen komen met de
concentratie die wordt aangegeven)
Precisie = maat voor reproduceerbaarheid van de analyseresultaten
o Intra-variatiecoefficiënt = gemiddelde afwijking tov het gemiddelde tijdens een en
dezelfde analytische run (onder dezelfde condities)
o Inter-variatiecoefficiënt = gemiddelde afwijking tov het gemiddelde bij verschillende
runs (veranderende condities)
o Variatiecoefficiënt VC = standaarddeviatie SD / gemiddelde waarde µ verschillende
metingen (hoe groter de VC, de slechter)