Strafrecht samenvatting hoofdstuk 5
Inleiding
Het gedrag van een dader is pas strafbaar als het gedrag onder alle
bestanddelen van de delictsomschrijving valt. Op deze regel zijn twee
uitzonderingen: strafbare poging en de deelneming.
Poging
Art. 45 Sr bepaalt dat iemand die een poging tot een misdrijf doet, strafbaar is.
Een poging wil zeggen dat de dader wel probeert om een strafbaar feit te plegen,
maar dat dit niet lukt. Niet elke poging is strafbaar. Daarom geeft art. 45 Sr
precies aan welke pogingen wel strafbaar zijn, en welke niet.
Een poging is volgens art. 45 Sr strafbaar als de dader:
Het opzet heeft om een misdrijf te plegen
Al begonnen is met het uitvoeren van zijn misdrijf
Niet uit vrije wil besluit om met zijn misdrijf te stoppen.
Opzet
De eerste voorwaarde voor een strafbare poging is dat de dader de bedoeling
heeft om een misdrijf te plegen.
Begin van uitvoering
De tweede voorwaarde is dat de dader al echt begonnen is met zijn misdrijf.
Niet uit vrije wil gestopt
De derde voorwaarde voor een strafbare poging is dat de dader ophoudt met zijn
misdrijf door omstandigheden waarop de dader zelf geen invloed op heeft, die
van buitenaf komen.
In geval van een strafbare poging geldt als strafmaximum 2/3e van de
maximumstraf die op het verboden gedrag staat.
Strafbare voorbereiding
Art. 46 Sr stelt voorbereidingshandelingen voor misdrijven strafbaar met een
maximumstraf van acht jaar of meer. Wel moet daarbij bewezen worden dat de
eventuele voorwerpen of de voorbereidingen gericht waren op het begaan van
een zwaar misdrijf.
Deelneming
Deelneming beschrijft de verschillende vormen van betrokkenheid bij een
misdrijf. Die betrokkenheid kan heel verschillend zijn. Art. 47 en 48 Sr noemen:
Medeplegen
Uitlokken
Doen plegen
Medeplichtigheid.
Inleiding
Het gedrag van een dader is pas strafbaar als het gedrag onder alle
bestanddelen van de delictsomschrijving valt. Op deze regel zijn twee
uitzonderingen: strafbare poging en de deelneming.
Poging
Art. 45 Sr bepaalt dat iemand die een poging tot een misdrijf doet, strafbaar is.
Een poging wil zeggen dat de dader wel probeert om een strafbaar feit te plegen,
maar dat dit niet lukt. Niet elke poging is strafbaar. Daarom geeft art. 45 Sr
precies aan welke pogingen wel strafbaar zijn, en welke niet.
Een poging is volgens art. 45 Sr strafbaar als de dader:
Het opzet heeft om een misdrijf te plegen
Al begonnen is met het uitvoeren van zijn misdrijf
Niet uit vrije wil besluit om met zijn misdrijf te stoppen.
Opzet
De eerste voorwaarde voor een strafbare poging is dat de dader de bedoeling
heeft om een misdrijf te plegen.
Begin van uitvoering
De tweede voorwaarde is dat de dader al echt begonnen is met zijn misdrijf.
Niet uit vrije wil gestopt
De derde voorwaarde voor een strafbare poging is dat de dader ophoudt met zijn
misdrijf door omstandigheden waarop de dader zelf geen invloed op heeft, die
van buitenaf komen.
In geval van een strafbare poging geldt als strafmaximum 2/3e van de
maximumstraf die op het verboden gedrag staat.
Strafbare voorbereiding
Art. 46 Sr stelt voorbereidingshandelingen voor misdrijven strafbaar met een
maximumstraf van acht jaar of meer. Wel moet daarbij bewezen worden dat de
eventuele voorwerpen of de voorbereidingen gericht waren op het begaan van
een zwaar misdrijf.
Deelneming
Deelneming beschrijft de verschillende vormen van betrokkenheid bij een
misdrijf. Die betrokkenheid kan heel verschillend zijn. Art. 47 en 48 Sr noemen:
Medeplegen
Uitlokken
Doen plegen
Medeplichtigheid.