1. Inleiding
Aangezien het te ingewikkeld is om (zoals op de linkerafbeelding) van elk toetsel het profiel
aan te passen voor een ander toestel, werken we met een profile conncetion space: een
tussenstap via een standaardkleurenruimte. Dit is veel eenvoudiger te beheren.
1. CIE RGB
1.1 Algemeen
1.1.1 Bronkleuren
- R: Een rode spectraalkleur met golflengte 700 nm.
- G: Een groene spectraalkleur met golflengte 546,1 nm.
- B: Een blauwe spectraalkleur met golflengte 435,8 nm.
Lichtsoort E:
E = RE.R + GE.G + BE.B en R E = GE = B E
De intensiteit van de bronkleuren is zo afgesteld dat gelijke hoeveelheden van deze
bronkleuren een witte kleur afgeven. Hoe hoger de waarden, hoe feller de kleur.
1.1.2 Tristimuluswaarden (= color matching functions)
- Spectrale tristimuluswaarden:
1() = r ̄().R + ̄g().G + ̄b().B
o r ̄(), ̄g() en ̄b()
o Hoeveel er van elke bronkleur nodig is om een spectraalkleur na te bootsen.
1
Colour Science Tifany Volckaert
, - Van een willekeurige kleur:
Q = R.R + G.G + B.B 1.2 �= �= �=
∑�(�).�̅(�).�� ∑�(�).�̅(�).�� ∑�(�).�(�).��
Kleurcoördinaten
Het is vaak makkelijker om kleuren in een tweedimensionaal systeem weer te geven. We
werken dan met de relatieve hoeveelheden van de bronkleuren.
Voor een kleur Q gelden volgende kleurcoördinaten:
R G B
r= g= b=
R+G+ B R+G+ B R+ G+ B
r+g+b=1
Het volstaat om slechts twee van de drie kleurcoördinaten te kennen.
1.2.1 rg-chromaticiteitsdiagram
RGB-kleurendriehoek: Alle kleuren die zich
hierin bevinden, kunnen door alle
kleurenruimtes worden herkend en exact
nagebootst.
Spectraallus: Alle kleuren binnen de lus zijn
zichtbare spectraalkleuren, ze kunnen niet
nagebootst worden door de negatieve
tristimuluswaarden.
Primairen berekenen:
R = 1.R + 0.G + 0.B G = 0.R + 1.G + 0.B B = 0.R + 0.G + 1.B
1 0 0
r= =1 r= =0 r= =0
1+0+ 0 0+ 1+ 0 0+ 0+1
0 1 0
g= =0 g= =1 g= =0
1+0+ 0 0+1+ 0 0+ 0+1
Lichtsoort E: r = 1/3 = 0,333
2
Colour Science Tifany Volckaert