Inhoudsopgave
Week 1.......................................................................................................................................................... 2
Aantekeningen 1.1 AVV – kwalitatieve onderzoeksmethoden............................................................................2
Aantekeningen 1.4 AVV – kwalitatieve onderzoeksvragen..................................................................................7
Week 2.......................................................................................................................................................... 8
Aantekeningen 2.5 AVV - Leren kijken naar pijn..................................................................................................8
Week 3........................................................................................................................................................ 10
Aantekeningen 3.5 AVV - Interviewen en topiclijst............................................................................................10
Week 4........................................................................................................................................................ 12
Opgaven 4.5 AVV – interviewen met acteurs....................................................................................................12
Week 5........................................................................................................................................................ 13
Aantekeningen 5.6 AVV – Kwalitatieve analyse.................................................................................................13
Aantekeningen 5.8 AVV – kwalitatieve analyse.................................................................................................14
,Week 1
Aantekeningen 1.1 AVV – kwalitatieve
onderzoeksmethoden
Leerdoelen
- Kenmerken van kwalitatieve onderzoeksmethoden beschrijven
- Keuze voor kwalitatieve onderzoeksmethoden onderbouwen
- Theoretisch geïnformeerde kwalitatieve onderzoeksvraag opstellen
- Semigestructureerd interview voorbereiden en uitvoeren
Verdiepend college
Sociologie (vraagstukken nu spelen in de maatschappij) en antropologie (wetenschap in de
mens). Volgen van mensen/groepen/organisaties voor onderzoek naar bijv. inrichting
menselijk handelen en menselijke interactie (samenwerken, inspraak).
Het perspectief van respondenten staat centraal in een kwalitatief onderzoek
- Manier waarop zij betekenis geven aan de wereld
- De werkelijkheden die door hun handelen ontstaan
- Een fenomeen bestuderen in een natuurlijke context
Onderzoekscyclus (empirische cyclus)
Ontwerpen verzamelen data analyseren rapportage
Ontwerpen
- Doelstelling, doel: kennis verwerven, theorie bouwen, verandering te brengen
o Verkennen waar nog weinig over bekend is
o Beschrijven van emoties, perspectieven en sociale relaties (interacties,
betekenisgeving en machtsverhoudingen)
o Begrijpen van menselijk handelen in bepaalde context
- Vraagstelling (hoe, wat, waarom)
Kwalitatieve onderzoeksvragen meestal open, explorerend en holistisch (hele
leven, hele context). Ook gericht op processen, ervaringen, strategieën,
gevoelens. Balans tussen open en gericht, anders te breed onderzoek.
- Theoretisch kader
- Onderzoeksopzet
Theorie = samenhang van concepten en uitspraken over de manier waarop deze concepten
zicht tot elkaar verhouden.
Concept is zelfstandig naamwoord of werkwoord dat staat voor bredere categorie of
fenomeen (stigma, sociale steun, macht)
Doel is beter begrijpen hoe bepaald aspect van (sociale) wereld werkt, kennis te verwerven.
Deductief: theorie toetsen
Inductie: theorie opstellen/ontwikkelen
Abductief: precies tussenin, ideeën die je al hebt en gelezen uit bestaande theorie gebruik
je om betekenis te geven aan praktijk en zo theorie verder uitbreiden.
Emic = de manier waarop de huisarts naar het project kijkt en deze in haar eigen woorden
omschrijft.
, Etic = begrippen uit de institutionele theorie over de relaties tussen regels en het behouden
van strategische posities
Data verzamelen
- Interviewen
Wie ga je interviewen methodes
o Random of doelbewust (theoretisch) selecteren
o Sneeuwbalmethode
o Deviant cases
Soorten vragen in een interview
o Vrij/open
Geen vaste vragen of thema’s conversaties
Weinig sturing: vrijheid voor verhalen
o Semigestructureerd (meest gebruikte)
Voorgevormde thema’s: topiclijst
Inhoudelijke flexibiliteit
o Gestandaardiseerd/gestructureerd
Vragen vooraf strak geformuleerd: intervieuwguide/vragenlijst
Meer informatie in minder tijd feiten vinden
- Observeren, beste om zelfde kleding, enigszins meedoen
- Documentenanalyse
Cyclisch interactief onderzoek, na analyseren weer ontwerpen in plaats van rapporteren
of juist weer verzamelen. Steeds terugkijken en aanpassen daarop.
Waar kijk je naar? Beschrijvende observatie, gefocuste en selectieve observatie.
Etnografisch onderzoek analyseren door cyclisch proces: theorie en empirie voortdurend
met elkaar in dialoog. Theorie inspireert je om sociale werkelijkheid die je bestudeert
beter te begrijpen, terwijl je empirisch materiaal (je data) de bestaande theorie
aanscherpen, nuanceren of weerleggen. De meest gebruikte methoden hierbinnen zijn
participerende observatie of interviews.
Validiteit en betrouwbaarheid opnieuw herhalen!
Kenmerken kwalitatieve onderzoeksmethoden
- Data in natuurlijke situaties verzamelt, onderzoek bekijkt en gaat mee in
omgeving van de respondenten
- Onderzoeker verblijft in het veld, kijkt rond, interviewt respondenten en
bepaald hoe alles verloopt van het onderzoek