1. Inleiding
Enkele citaten:
Thales van Milete: “Ken Uzelf”
Pythagoras: “De wereld is getal”
Parmenides: “Het zijnde is één en onveranderlijk”
Herakleitos: “Oorlog is de vader van alles”
Oorsprong?:
Van Griekse Filein (houden van) & Sophia (Griekse godin van de Wijsheid)
Filosofie begint met verwondering (Plato) verwondering: bron van onze zoektocht
om te begrijpen wat er zich voordoet in onszelf en de wereld
2 juiste antwoorden:
Filosofie = zo oud als de mens zelf => verband met denken en taal: we denken in
tegenstellingen
Filosofie Westen ontstond in bepaalde regio en tijd (rond de Egeïsche Zee in 7e eeuw
vchr.): overgang van mythos naar logos:
▪ Mythos: wereldbeeld van mythes (met goden, fantastische verhalen)
vb. Odysseus en de sirenen (schrijver Homeros) & de Zondeval (Oude
Testament) => raken op diepmenselijke vragen
▪ Logos: wereldbeeld met meer rationele verklaring
natuur uit natuur verklaard
meer belang aan observatie en argumentatie
Logos in het Oosten
India China
o Upanishaden: filosofische reflecties op o Confucius: uitgewerkte sociale filosofie
de oude Vedische geschriften (Veda’s) o Taoïsme bloei dankzij overleving Lao
o Boedha & Mahariva: terug naar kern Tse
oorspronkelijke wijsheid
2. Omschrijving en indeling van de filosofie
2.1. Tussen religie en wetenschap
Omschrijving Italiaanse filosoof de Crescenzo (1997):
Hoogste graad van beschaving dankzij 2 fundamentele principes:
➢ Wetenschap: verschijnselen in natuur bestuderen
➢ Religie: zoekt naar iets absoluut en biedt troost en zingeving
=> filosofie ligt tussen deze 2
Afsplitsing in symbolische jaar 1543: 2 belangrijke werken (verandering visie
mens en wereld)
o Over de wegingen van de hemelsferen van Copernicus
o Over de samenstelling van het menselijke lichaam van Vesalius
Enkele decennia later: Francis Bacon (1561-1626): ontwikkeling van
wetenschappelijke methode => uitmonden in natuurwetten van Newton en ontstaan
van fysica (+ later: natuurwetenschappen en sociologie/psychologie)
, Zingeving, waarden, bewustzijn nog steeds tot de filosofie en religie
2.2. Drie grote vragen en domeinen
Vragen van Immanuel Kant (filosoof Verlichting):
➢ Hoe kunnen we kennen?
➢ Hoe moeten we handelen? Samengevat: “Wat is de mens?”
➢ Wat mogen we hopen?
Luc Ferry (Franse filosoof):
=> Kernachtiger: filosofie houdt zicht bezig met
➢ Kennis
= objectieve feiten of objectiveerbare begrippen, richt zich op weten en hoe
objecten verschijnen en op mekaar inwerken/ werkelijkheid
➢ Ethiek
= kritische bezinning over het juiste handelen/ rechtvaardigheid
➢ Wijsheid
= manier waarop je in het leven staat en hoe je erin slaagt om met
wisselvalligheden van het leven om te gaan/ heil of geluk
2.3. Het huis van de filosofie
filosofie ingedeeld in verschillende deeldisciplines aan de hand van soorten vragen
vertrekt vanuit onderscheid feiten en waarden
o Feiten verwijzen naar dat wat is de ontologie (de leer van het zijn) die
feiten opdelen in wereld, bovenwereld en mens
o Waarden verwijzen naar 3 grote waarden van Plato (Goedheid, Waarheid,
Schoonheid)
A. Ontologische vragen: vragen naar het Zijnde
Het Zijnde opgedeeld in:
Kosmologie: oorsprong van kosmos, natuur, krachten binnen de natuur
ontwikkelde zich in natuurwetenschappen (fysica, astronomie, scheikunde,
…)
Metafysica: achterliggende principes
achterliggend principe God genoemd: theologie
Wijsgerige antropologie: vragen over de mens (wie ben ik, wat drijft mij)
wetenschap: sociologie (sociale context), psychologie (geestelijk wezen),
culturele antropologie (cultuurwezen) en agogiek (handelend wezen)
B. Vragen naar de ‘drie waarden’
Niet bij antropologie want niet louter bezig met was is maar met wat behoort te zijn
3 grote waarden van Plato:
Waarheid
✓ Epistemologie of kennisleer: vragen over waarheid en kennis (vb.
Wat is waarheid? Wat is kennis? Hoe kunnen we zekere kennis
bereiken? …)
wetenschaps-, taal- en bewustzijnsfilosofie (aparte takken
hiervan)
✓ Logica: de vraag: “wat is geldig redeneren?”
, ✓ Wetenschapsfilosofie: de grondslagen van de kennis van
afzonderlijke wetenschappen. Methoden, grondstellingen, begrippen
en doel: verhelderd en aan kritisch onderzoek onderworpen
✓ Taalfilosofie: ontstaan, ontwikkeling, betekenis en functie van taal
Goedheid en rechtvaardigheid
✓ Ethiek: onderzoekt het goede (wat is goedheid en
rechtvaardigheid?), hoe dit funderen? Normen en waarden?
✓ Sociale en politieke filosofie: houdt zich bezig met rechtvaardige
samenleving (hoe dient een rechtvaardige maatschappij te worden
georganiseerd?)
✓ Rechtsfilosofie: apart vakgebied vraag naar aard en oorsprong
van recht en haar verhouding tot ethiek
deontologie (plichtenleer) en criminologie sluiten hier nauw bij
aan
Schoonheid
✓ Esthetica: vraag naar wat Schoonheid/Kunst is
deelgebieden kunst- en cultuurfilosofie
3. De voor-socratische filosofie (pre-socratische filosofie)
• 6e – 5e eeuw vchr.
• Meeste dat we over hen weten; dankzij geschiedschrijvers of latere filosofen zoals
Aristoteles
• Vragen kosmologisch geïnspireerd oorsprong kosmos + principes van verandering
6 belangrijke figuren:
1. Thales van Milete
o Beschouwd als 1e filosoof omdat:
▪ 1e die complexe werkelijkheid terugbracht tot 1 beginsel of arché (=
water observatie; zonder water geen leven)
▪ Wiskundige stelling: evenwijdige lijnen van evenwijdige rechten
evenredige stukken afsnijden (+ astronoom: zonsverduistering)
▪ Uitspraak ‘Ken Uzelf’: moeilijk zichzelf te kennen
2. Anaximander van Milete
o Leerling Thales
o Arché begin van alles? => het apeiron of onbepaalde (onbegrensde)
o 1e poging tot kosmogonie (ontstaan en evolutie vd wereld): wereld is een platte
schijf
o Citaat: “Waaruit de bestaande dingen hun geboorte hebben, daarin vinden
ze ook hun ondergang, zoals het hoort; ze geven elkaar immers recht (dikè) en
boete voor het onrecht (adikia), overeenkomstig de verordening van de tijd.”
inherente rechtvaardigheid in wereldorde
3. Pythagoras
o Term philosophos (voor zichzelf): ik blijf zoeken en nadenken, tot ik de
werkelijkheid begrijp
o Wiskundige stelling: a2 + b2 = c2
, o Werkelijkheid uit te drukken in getallen en hun onderling verhoudingen =>
wereld in kaart brengen
o Verborgen orde achter verschijnselen => wetenschap en natuurwetten
o Geloof in reïncarnatie van de ziel
4. Parmenides en Herakleitos
o Tijdgenoten tegenover elkaar geplaatst: beiden slechts 1 realiteit
▪ Parmenides: centraal de vraag naar het zijn
Uitspraak: “Alles (het Zijnde) is 1 en onvergankelijk en aan zichzelf
gelijk”
▪ Herakleitos:
✓ Vertrekt vanuit verandering zelf
✓ Bijnaam “De Duitsere” door diepe uitspraken
alles stroomt (pantha rei)
Je kan nooit tweemaal in dezelfde rivier stappen
✓ Logos: principe achter steeds veranderende werkelijkheid
✓ Centrale vraag naar het worden
✓ Rivier, vuur en oorlog = metaforen
✓ Vergelijking met taoïsme (de orde <--> yin-yang: dynamiek) ligt voor
de hand
5. Democritos
o Alles bestaat uit ondeelbare deeltjes: atomos
o Deze visie maakt hem 1e materialist
Materialisme = werkelijkheid terug te voeren is materiële basiseenheden
Thema: filosofie binnen de opleiding
Moeder van alle wetenschappen
Reflective practitioners: zelfreflectie bij handelen/beslissen is cruciale competentie
als je met mensen werkt
▪ Wie ben ik? Inzicht in normen, waarden en wereldbeeld van waaruit ik handel
▪ Zelfkritisch: eigen en maatschappelijk referentiekader in vraag stellen
▪ Openheid voor andere perspectieven, meningen
▪ Correct redeneren en argumenteren
Herlees “Tot slot” in de cursus!
Voorbeeldvragen – algemeen + tot slot nalezen!!
• Geef de indeling van de filosofie met bij elk onderdeel telkens een eigen filosofische
vraag
• Waarom filosofie in de opleiding?
• Toon aan de hand van drie thema’s aan waarom Thales van Milete als “(eerste)
filosoof” kan bestempeld worden
• “Oorlog is de vader van alles, de koning van alle dingen.” Deze uitspraak komt van
➢ Herakleitos
➢ Parmenides
➢ Hesiodos
• “De metafysica bestudeert de aard en de status van de ordenende principes van de
wereld. Als dit principe God genoemd wordt, spreekt men van theologie.”
➢ Juist
➢ Verkeerd