Begrippen proza-analyse
, Begrippen proza-analyse
Vertellers
Gedramatiseerde verteller = aanwijsbaar in het verhaal
Ik-verteller = vertelt over zichzelf
Auctoriale verteller = vertelt over anderen in de ik-vorm
Ik-getuige = staat aan de zijlijn, heef een kleine rol
Getuige = staat aan de zijlijn, heef een kleine rol
Afgezwakte auctoriale verteller = niet-gedramatseerd, heef invloed in het verhaal, ik-vorm
Homodiëgetiscce verteller = zelf meegemaakt (Stanzel)
Heterodiëgetiscce verteller = niet zelf meegemaakt (Stanzel)
Extradiëgetiscce verteller = primaire verteller, staat boven het verhaal (Genete)
Intradiëgetiscce verteller = ingebed in het verhaal (Genete)
Externe verteller = niet zelf meegemaakt
Personage Gebonden Verteller = wel zelf meegemaakt
1
, Begrippen proza-analyse
Vertellers
Gedramatiseerde verteller = aanwijsbaar in het verhaal
Ik-verteller = vertelt over zichzelf
Auctoriale verteller = vertelt over anderen in de ik-vorm
Ik-getuige = staat aan de zijlijn, heef een kleine rol
Getuige = staat aan de zijlijn, heef een kleine rol
Afgezwakte auctoriale verteller = niet-gedramatseerd, heef invloed in het verhaal, ik-vorm
Homodiëgetiscce verteller = zelf meegemaakt (Stanzel)
Heterodiëgetiscce verteller = niet zelf meegemaakt (Stanzel)
Extradiëgetiscce verteller = primaire verteller, staat boven het verhaal (Genete)
Intradiëgetiscce verteller = ingebed in het verhaal (Genete)
Externe verteller = niet zelf meegemaakt
Personage Gebonden Verteller = wel zelf meegemaakt
1