1. Geslachtelijke en ongeslachtelijke voortplanting
Voortplanting is een proces waarbij organismen zorgen voor hun nageslacht
deze voortplanting kan geslachtelijk en ongeslachtelijk zijn
Ongeslachtelijke voortplanting Geslachtelijke voortplanting
Hierbij is er 1 ouder die een kopie Hierbij zijn er 2 ouders die hun
maakt van zichzelf genetisch materiaal combineren
= vegetatieve voortplanting = de afstammelingen hebben
= OMDAT ze voorkomt bij planten eigenschappen van beide ouders
= OOK dieren die dit kunnen zoals = dit zorgt voor meer genetische
koralen variaties
De nakomelingen zijn genetisch � voordeel
identiek aan de ouder : de soort als geheel is beter
-> kleine verschillen in het DNA beschermd tegen veranderingen
kunnen ontstaan door mutaties
☹ nadeel
� voordeel : gunstige eigenschappen kunnen op
: de gunstige eigenschappen kunnen deze manier verloren gaan
niet verloren gaan
☹ nadeel
: een verandering in de omgeving kan
een bedreigen vormen voor de soort
en dit is dan ook een bedreiging voor
alle individuen
Bacteriën en eencelligen Mensen
De geslachtskenmerken van de mens worden ingedeeld in primaire/secundaire
en tertiaire kenmerken
Man Vrouw
Primair - Penis - Vulva
= aanwezig vanaf de - Zaadballen - Vagina
geboorte - Bijballen - Baarmoeder
= geslachtsorganen - Zaadleider - Eileiders
- Prostaat - Eierstokken
, 2. De man
1. Blaas
2. Schaambeen
3. Zwellichaam
4. Zwellichaam
5. Urogenitaal kanaal
6. Eikel
7. Voorhuid
8. Zaadbal (testis, meervoud
testes)
9. Balzak of scrotum
10.Bijbal
11.Zaadblaasjes
12.Prostaat
13.Anus
14.Urinebuis
15.Ejaculatiegang
16.Klieren van Cowper
Uitwendig
- penis : zwellichamen (3 en 4) + voorhuid en eikel (7 en 8)
- balzak
- zaadballen
- bijballen
DE ONTWIKKELING VAN DE MANELIJKE GESLACHTSORGANEN
(=SPERMATOGENESE)
de zaadcellen worden gevormd in de teelballen (zaadballen)
doorsnede van de teelbal
1. Tussenschot van bindweefsel
2. Zaadbuisjes, dit zijn er 2 tot 4
3. Zaadkamer of zaadlob, deze wordt
afgebakend door tussenschotten of
bindweefselschotten
4. Afvoerkanaaltje
5. Verbinding met bijbal
6. Netvorming buissysteem
zaadbuisjes
: hier gebeurt de eigenlijke zaadcelproductie (=spermatogenese)
: EERST vormen van de kiemcellen in de zaadbuisjes -> deze zijn diploïde cellen
, vanaf de puberteit komt de efectieve vorming van de zaadcellen op gang
1. De mitose van de spermatogonie
HIERBIJ blijft een spermatogonie zoals ze is, want anders zouden ze
opraken ☹
de andere bereidt zich voor op een nieuwe deling en wordt een primaire
spermatocyt
2. De primaire spermatocyten worden naar boven geduwd en ondergaan
meiose I
HIERDOOR ontstaan secundaire spermatocyten (haploïd WANT ze hebben
23 chromosomen)
3. De secundaire spermatocyten ondergaan vervolgens meiose II
WAARDOOR spermatiden ontstaan
4. Deze spermatiden worden afgewerkt (=diferentiatie) en worden
uiteindelijk spermatozoa
= rijpe zaadcellen