Samenvatting cellen hoofdstuk 1: intro
Niveaus structurele organisatie: molecule – cel – weefsel – orgaan – systeem – organisme
Celtheorie:
1. Alle organismen zijn opgebouwd uit cellen
2. De cel is de structurele basisbouwsteen van alle organismen
3. Alle cellen vinden hun oorsprong in reeds bestaande cellen
Celtypes: prokaryoot (bacteriën en archaea) – eukaryoot (planten, dieren, fungi)
Eukaryote celstructuur: sterk georganiseerd en gecompartimentaliseerd:
Plasmamembraan: beschermt en omsluit celinhoud
Celkern: centrum cellulaire activiteit, bevat DNA
Ribosomen: synthese van eiwitten
Mitochondriën: celademhaling en energie productie
Chloroplasten (planten): fotosynthese
o Endosymbiont theorie: mitochondriën en chloroplasten vinden hun oorsprong in
types oerbacteriën die in nauw symbioseverband leefden met een primitieve
voorloper van de eukaryote cel
Endomembraansysteem: synthese en voorbereiding proteïnen voor secretie
o Endoplasmatisch reticulum: membraansynthese en synthese gesecreteerde
proteïnen, belangrijke rol in eiwitsynthese, -maturatie en -modificatie (ruw ER);
metabole functies en ontgiftiging vetoplosbare metabolieten (glad ER)
o Golgi-apparaat: pas gesynthetiseerde eiwitten naar juiste plaats transporteren
o Lysosomen: cellulaire vertering, auto-fagie = zelf opeting
Peroxisomen: specifieke detoxificatie, vertering vetten
Cytoskelet: structuur en mobiliteit in en van de cel
o Microtubuli: onderhouden hoge belasting, geven vorm aan grote structurele
elementen
o Actine: beweging cel en celstructuren
o Intermediaire filamenten: weerstaan mechanische stress
Cellen vormen fysieke verbindingen door actinefilamenten en juncties
Niveaus structurele organisatie: molecule – cel – weefsel – orgaan – systeem – organisme
Celtheorie:
1. Alle organismen zijn opgebouwd uit cellen
2. De cel is de structurele basisbouwsteen van alle organismen
3. Alle cellen vinden hun oorsprong in reeds bestaande cellen
Celtypes: prokaryoot (bacteriën en archaea) – eukaryoot (planten, dieren, fungi)
Eukaryote celstructuur: sterk georganiseerd en gecompartimentaliseerd:
Plasmamembraan: beschermt en omsluit celinhoud
Celkern: centrum cellulaire activiteit, bevat DNA
Ribosomen: synthese van eiwitten
Mitochondriën: celademhaling en energie productie
Chloroplasten (planten): fotosynthese
o Endosymbiont theorie: mitochondriën en chloroplasten vinden hun oorsprong in
types oerbacteriën die in nauw symbioseverband leefden met een primitieve
voorloper van de eukaryote cel
Endomembraansysteem: synthese en voorbereiding proteïnen voor secretie
o Endoplasmatisch reticulum: membraansynthese en synthese gesecreteerde
proteïnen, belangrijke rol in eiwitsynthese, -maturatie en -modificatie (ruw ER);
metabole functies en ontgiftiging vetoplosbare metabolieten (glad ER)
o Golgi-apparaat: pas gesynthetiseerde eiwitten naar juiste plaats transporteren
o Lysosomen: cellulaire vertering, auto-fagie = zelf opeting
Peroxisomen: specifieke detoxificatie, vertering vetten
Cytoskelet: structuur en mobiliteit in en van de cel
o Microtubuli: onderhouden hoge belasting, geven vorm aan grote structurele
elementen
o Actine: beweging cel en celstructuren
o Intermediaire filamenten: weerstaan mechanische stress
Cellen vormen fysieke verbindingen door actinefilamenten en juncties