Costs and Cost Terminology
Kosten zijn opgeofferde bronnen (waarden) om een specifiek doel te bereiken. Er zijn 2 soorten
kosten:
Daadwerkelijke kosten (Actual cost) zijn gebaseerd op het verleden.
Gebudgetteerde kosten (Budgeted cost) zijn voorspelde kosten, gebaseerd op de toekomst.
Een kostendrager (cost object) is alles waarvoor kosten meting gewenst is. Een manager heeft een
aparte waardering van de kostprijs nodig. Voorbeelden hiervan zijn een product, een dienst, een
project.
Kosten accumulatie is de verzameling van gegevens over de kosten door middel van een
boekhoudsysteem.
Control (beheersen) is nodig voor:
Analyse werkelijke kosten versus gebudgetteerde kosten maken;
Verschillen analyse maken;
Bijsturen en maatregelen nemen (doelstellingen aanpassen of kapitaal aanpassen).
Direct Costs and Indirect Costs
Directe kosten zijn gerelateerd aan een cost object. Deze kunnen op economisch haalbare wijze aan
het cost object worden toegerekend.
Direct costs are traced to an object.
De term ‘cost tracing’ wordt gebruikt bij directe kosten.
Indirecte kosten zijn gerelateerd aan een cost object. Deze kunnen NIET op economisch haalbare
wijze aan het cost object worden toegerekend.
Indirect costs are allocated to the cost object.
Deze term ‘allocation’ wordt gebruikt bij indirecte kosten.
Verschillende factoren die bepalen of de kosten direct of indirect zijn:
- The materiality of the cost ‘De materialiteit van de kosten’
- Available information-gathering technology ‘Beschikbare informatie verzamelen technologie’
- Design of operations ‘Ontwerp van de operaties’
Cost-Behavior Patterns: Variable Costs and Fixed Costs
Cost driver is een variabele die een kostenveroorzaker is.
Er is een oorzaak – gevolg relatie. Er moet sprake zijn van een causaal verband.
Relevant range is de bandbreedte waar geldt dat bij normaal activiteitenniveau er een specifieke
relatie is tussen de activiteiten en de kosten (denk aan je telefoonabonnement als je teveel belt
stijgen de kosten).
Cost activity = activiteit, gebeurtenis, werkeenheid met een specifiek doel
, Total Costs and Unit Costs
A unit cost, also called an average cost, is calculated by dividing the total cost by the related number
of units produced.
Total manufacturing costs = price per unit
Number of units manufactured
Business Sectors, Types of Inventory, Inventoriable Costs, and Period Costs
Hieronder drie sectoren van de economie:
Manufacturing-sector companies productiebedrijven (Maytag)
Merchandising-sector companies handelsondernemingen (Star Market)
Servicesector companies dienstverlenende bedrijven (Yahoo)
Manufacturing-sector bedrijven kopen materialen en onderdelen en zetten deze om in een product.
Deze bedrijven hebben 1 of meer van de volgende soorten inventaris:
Direct materials inventory (directe materialen inventaris)
Work-in-progress inventory (halffabricaten inventaris)
Finished goods inventory (gereed product inventaris)
Merchandising-sector bedrijven beschikken slechts over 1 type inventaris en dat is de merchandise
inventaris.
Servicesector bedrijven verlenen alleen service en beschikken dus niet over een inventaris.
Drie soorten manufacturing costs:
Directe material costs: zijn de aanschafkosten van alle materialen
Direct manufacturing labor costs: onder meer de vergoeding van alle productie-arbeid.
Indirect manufacturing costs: zijn productiekosten die verband houden met een kost object,
maar kan niet worden toegewezen aan het kost object.
Inventoriable costs zijn alle kosten van een product die worden beschouwd als activa op de balans
wanneer de kosten worden gemaakt en die worden opgenomen als kostprijs van verkochte goederen
wanneer het product wordt verkocht. Als ze verkocht worden verschijnen ze natuurlijk op je
resultatenrekening (afschrijving, energie, verzekering).
Period costs zijn alle kosten op de winst- en verliesrekening (income statement) behalve de kostprijs
van verkochte goederen. Als je geen eindvoorraden hebt zijn het dus period costs (R&D,
marketing, algemene kosten).
Prime costs are all direct manufacturing costs, bijv.:
Direct material costs + direct manufacturing costs
Conversion costs zijn directe arbeidskosten (direct labor) plus indirecte productiekosten
(manufacturing overhead costs).
Illustrating the Flow of Inventoriable Costs and Period Costs
Stap 1 Direct material costs:
Begin voorraad/materiaal
+ Inkopen
-/- Direct materiaalkosten (eind voorraad)
Direct gebruikte materialen
Stap 2 Total manufacturing costs (incurred):
Directe materiaalkosten
+ Directe arbeidskosten
+ Overheadkosten (totaal van alle indirect)
Total manufacturing costs (incurred)
Stap 3 Cost of goods manufactured:
Total manufacturing costs incurred