Week 1
Vastgoedontwikkelingsproces
1. Grondexploitatie
2. Bouw / ontwikkeling
3. Beheer
4. Gebruik
Vastgoedrekenproces
Het vastgoedrekenproces speelt zich af binnen de afzonderlijke fases van het vastgoedproces, maar
vooral op de overgangspunten, de fases binnen het proces waarin transacties worden voorbereid en
tot stand komen.
Daarnaast verloopt het vastgoedrekenproces van rechts naar links. De waarde van het vastgoed
wordt uiteindelijk bepaald door de prijs die een gebruiker wenst te betalen.
Denken in kasstroomschema’s
Inkomsten en uitgaven!
Kasstromen.
Cashflows.
Rekenmodellen (Fx tool gebruiken voor de berekening)
Zie voorbeelden week 1. Werkcollege Hand-out
Vastgoedexploitatie: Belegger
Opstalexploitatie: Ontwikkelaar
Grond exploitatie: Ontwikkelaar/ grondbezitter
Bruto aanvangsrendement:
Netto aanvangsrendement:
Netto aanvangsrendement = (exploitatieresultaat – alle kosten)/totale investeringssom
, Week 2
Belegger (geen vreemd vermogen en belastingen)
Aanname: geen vreemd vermogen en belastingen.
Aanname: geen onderscheid tussen belegger en gebruiker
Beleggingswaarde BW: De beleggingswaarde is het bedrag dat de belegger maximaal wil neerleggen
voor het vastgoed gegeven de rendementseis van de belegger. Vergelijking met de marktprijs/
vraagprijs bepaald of de transactie wel of niet doorgaat.
Wat wil een belegger in vastgoed?
Beleggen in vastgoed met als doel maximaliseren van het rendement. In eerste instantie doet een
belegger aan investeringsselectie.
Hoe?
Berekenen van de beleggingswaarde en die vergelijken met de verkoopprijs.
Beleggingswaarde
= het bedrag dat de belegger maximaal wil neerleggen voor het vastgoed gegeven de
rendementseis van de belegger.
Woningbouwcorporaties hanteren in de regel de term ‘bedrijfswaarde’ voor deze beleggingswaarde.
Hoe te berekenen van de beleggingswaarde?
1. Via BAR-methode
2. Via de DCF-methode
Vastgoedontwikkelingsproces:
Grondexploitant
De grondexploitant heeft een stuk
grond waarin hij investeert. Bouw en
woonrijpmaken van de grond. En de
blauwe lijn is renteverlies wat wordt
geleden. Aan het eind is de verkooplijn
het rendement/ de winst.
Projectontwikkelaar
De projectontwikkelaar koopt eerst de
grond aan, de investering. De blauwe
lijnen zijn de renteverliezen. Door
investeringen te doen: bouwkosten,
ontwikkelkosten, etc. Aan het eind
verkoopt de ontwikkelaar de grond
inclusief opstal aan de belegger.
Belegger/ gebruiker
De belegger koop aan het begin de ontwikkelde opstal van de projectonwikkelaar. De inkomsten
bestaan uit de huurinkomsten die binnen komen. De uitgaven zijn de onderhoud uitgaven,
schoonmaakkosten en etc. Aan het eind van het proces, is de restwaarde het uiteindelijke indirecte
rendement dat wordt gemaakt. (Restwaarde opstal/ verkoopprijs)