Staatsrecht: Boek 1
Inleiding:
1. Gewone afspraken niet afdwingbaar.
2. Juridische afspraken wel.
Niet naleven: morele (afeuringg of juridische sancte (SVg
3. Soms ook verplicht maken op bepaalde wijze.
4. Betrekkingen tussen private personen = privaatrecht.
5. Rechtsnormen betrefende organisate en werking staat, verhoudingen tussen staatsmachten en
rechtsonderhorigen = publiekrecht
6. GW-recht = m.b.t. soeverein gezag en grondrechten burgers.
Administratef recht = regeling staatstaak na wetgeving en rechtspraak.
7. + andere
Hoofdstuk 1: historische inleiding tot Belgisch
publiekrecht:
Afdeling 1: Grondwet na 1831
I. Invloed Franse revolutie:
8. 7 februari 1831: GW
- Invloed FR
- Reacte Franse en N periode
9. Voor Franse revolute (1789g: absolutsmee (behalve bij Briteng
o 1 staatshoofd autocratsch regeren + onaantastbaar
o Erfelijk, niet democratsch verkozen
o Standen
10. Vernieuwing Franse Revolute:
- parlement
o Weten stemmen
o Vergadering van mensen gekozen door bevolking
o Geen democrate want enkel gegoede burgers stemrechte
1
,11.
- Scheiding der machten:
o UM
o WM
o RM
Verschillende instantes
- Macht bij koning
12.
- Déclaraton des droits de l’homme et du citoyen (1789g
o Onvervreemdbare rechten burgers
Moeten overheid respecteren
Eigen regels naleven
Rechtsstaat
13. Franse en Nederlandse periode: toch beetje absolutsme
- Willem I: onderwijs, pers, afwezigheid, weinig verantwoording, confictenbesluit.
II. Basisbeginselen Belgische GW:
14. Invloed liberalisme 19de eeuw:
o Rechten en vrijheden in GW
o Taak overheid = handhaven orde + weinig inmenging
o Democrate was liberaal gegoede burgers stemrecht
15. Belangrijke beginselen GW 1831:
- Rechten en vrijheden (boek p. 7g
o Wetgever heef bevoegdheid ervan af te wijken want geen toetsing wet aan GW
mogelijk.
- Macht koning strikte
o Ruime bevoegdheid defensie en buitenlandse politek
Nu niet meere
o Beperkingen macht: art. 105 GW
Einde residuaire bevoegdheid is nu voor wetgever
o Ministers benoemen; die moeten verantwoording afeggen aan parlement.
Koning + ministers: kunnen politek voeren als meerderheid parlement
steunt.
- Scheiding der machten minder strak dan Franse Revolute, meer pragmatsche visie.
o Confictenbesluit Willem I onmogelijk onder GW.
2
,Afdeling 2: Evolutie 1831 tot heden:
I. Stemrecht:
A) Cijnkiesrecht:
16. Democratsche legitmiteit 1831 ≠ nu
- In 1831: pas kiesgerechtgd na betalen cijns.
o Gegoede burgers kunnen deelnemen
o = recht om stemmen ≠ plicht
Stemplicht pas in 19de eeuw
17. Wet 12 maart 1848: door opstoten cijns ↓ + cijnsvoorwaarden gelijk voor hele land
Wet 1848: cumuleren ambtelijke en parlementaire functe niet meer mogelijk
Wet 9 juli 1877: geheime kiesverrichtngen
B) Algemeen meervoudig stemrecht mannen:
18. 1875: economische wereldcrisis + sociale wantoestanden
Stakingen in Waalse industrieland (overheid houdt tegen met geweldg
+ Meer voorstanders algemeen stemrecht: nl. de radicaal-liberalen en socialisten.
<-> vs. Katholieke partj (was tegen GW-wijzigingg
Nieuwe stakingsgolf 1891
o 7 september 1893: GW-herziening
Elke man 1 stem
Sommige 2 of 3: cijns, diploma, functe
Kiesleefijd: 25 jaar
o 1893: stemplichte
+ invloed op partjverhoudingen: Belgische werkliedenpartj
Socialistene
o 1893: nieuw systeem verkiezing senatoren door provincieraden.
C) Evenredige vertegenwoordiging:
19. 1894-1899: katholieken hebben meerderheid, socialisten > liberalen
iberalen eisen invoering evenredige vertegenwoordiging = wet december 1899
Voor 1900: meerderheidsstelsel in nadeel liberalen
3
, D) Algemeen enkelvoudig stemrecht:
20. Na WOI: koning Albert I beloof algemeen enkelvoudig stemrecht
1ste verkiezing erna: al toegepast maar GW nog niet aangepast
o Elke man vanaf 21 jaar = 1 stem
GW-wijziging op 7 februari 1921:
o Algemeen enkelvoudig stemrecht
o Nieuwe categorie senatoren: Gecoöpteerde senatoren:
3 soorten:
Provinciale
Rechtstreeks verkozen
Gecoöpteerde verkozen door provinciale en rechtstreek
verkozen senatoren.
o Mogelijkheid in GW om voor vrouwen stemrecht in te voeren bij bijzondere
meerderheid gedaan bij: Wet 27 maart 1948
21. Kiesleefijd: 18 jaar door GW-wijziging 28 juli 1981
22. 1993: staatshervorming:
- Senaat:
o # leden ↓
o Afschaffing provinciale senatoren + nieuwe categorie: gemeenschapssenatoren
2013: 6de staatshervorming:
- Senaat:
o Geen rechtstreeks verkozen leden meer
o Gewest- en gemeenschapsparlementen kiezen + gecoöpteerde senatoren: art. 67
GW
E) Stemrecht voor niet-Belgen:
23.
- Vroeger: stemrecht enkel voor Belgische natonaliteit
Art. 8 lid 2 GW
4
Inleiding:
1. Gewone afspraken niet afdwingbaar.
2. Juridische afspraken wel.
Niet naleven: morele (afeuringg of juridische sancte (SVg
3. Soms ook verplicht maken op bepaalde wijze.
4. Betrekkingen tussen private personen = privaatrecht.
5. Rechtsnormen betrefende organisate en werking staat, verhoudingen tussen staatsmachten en
rechtsonderhorigen = publiekrecht
6. GW-recht = m.b.t. soeverein gezag en grondrechten burgers.
Administratef recht = regeling staatstaak na wetgeving en rechtspraak.
7. + andere
Hoofdstuk 1: historische inleiding tot Belgisch
publiekrecht:
Afdeling 1: Grondwet na 1831
I. Invloed Franse revolutie:
8. 7 februari 1831: GW
- Invloed FR
- Reacte Franse en N periode
9. Voor Franse revolute (1789g: absolutsmee (behalve bij Briteng
o 1 staatshoofd autocratsch regeren + onaantastbaar
o Erfelijk, niet democratsch verkozen
o Standen
10. Vernieuwing Franse Revolute:
- parlement
o Weten stemmen
o Vergadering van mensen gekozen door bevolking
o Geen democrate want enkel gegoede burgers stemrechte
1
,11.
- Scheiding der machten:
o UM
o WM
o RM
Verschillende instantes
- Macht bij koning
12.
- Déclaraton des droits de l’homme et du citoyen (1789g
o Onvervreemdbare rechten burgers
Moeten overheid respecteren
Eigen regels naleven
Rechtsstaat
13. Franse en Nederlandse periode: toch beetje absolutsme
- Willem I: onderwijs, pers, afwezigheid, weinig verantwoording, confictenbesluit.
II. Basisbeginselen Belgische GW:
14. Invloed liberalisme 19de eeuw:
o Rechten en vrijheden in GW
o Taak overheid = handhaven orde + weinig inmenging
o Democrate was liberaal gegoede burgers stemrecht
15. Belangrijke beginselen GW 1831:
- Rechten en vrijheden (boek p. 7g
o Wetgever heef bevoegdheid ervan af te wijken want geen toetsing wet aan GW
mogelijk.
- Macht koning strikte
o Ruime bevoegdheid defensie en buitenlandse politek
Nu niet meere
o Beperkingen macht: art. 105 GW
Einde residuaire bevoegdheid is nu voor wetgever
o Ministers benoemen; die moeten verantwoording afeggen aan parlement.
Koning + ministers: kunnen politek voeren als meerderheid parlement
steunt.
- Scheiding der machten minder strak dan Franse Revolute, meer pragmatsche visie.
o Confictenbesluit Willem I onmogelijk onder GW.
2
,Afdeling 2: Evolutie 1831 tot heden:
I. Stemrecht:
A) Cijnkiesrecht:
16. Democratsche legitmiteit 1831 ≠ nu
- In 1831: pas kiesgerechtgd na betalen cijns.
o Gegoede burgers kunnen deelnemen
o = recht om stemmen ≠ plicht
Stemplicht pas in 19de eeuw
17. Wet 12 maart 1848: door opstoten cijns ↓ + cijnsvoorwaarden gelijk voor hele land
Wet 1848: cumuleren ambtelijke en parlementaire functe niet meer mogelijk
Wet 9 juli 1877: geheime kiesverrichtngen
B) Algemeen meervoudig stemrecht mannen:
18. 1875: economische wereldcrisis + sociale wantoestanden
Stakingen in Waalse industrieland (overheid houdt tegen met geweldg
+ Meer voorstanders algemeen stemrecht: nl. de radicaal-liberalen en socialisten.
<-> vs. Katholieke partj (was tegen GW-wijzigingg
Nieuwe stakingsgolf 1891
o 7 september 1893: GW-herziening
Elke man 1 stem
Sommige 2 of 3: cijns, diploma, functe
Kiesleefijd: 25 jaar
o 1893: stemplichte
+ invloed op partjverhoudingen: Belgische werkliedenpartj
Socialistene
o 1893: nieuw systeem verkiezing senatoren door provincieraden.
C) Evenredige vertegenwoordiging:
19. 1894-1899: katholieken hebben meerderheid, socialisten > liberalen
iberalen eisen invoering evenredige vertegenwoordiging = wet december 1899
Voor 1900: meerderheidsstelsel in nadeel liberalen
3
, D) Algemeen enkelvoudig stemrecht:
20. Na WOI: koning Albert I beloof algemeen enkelvoudig stemrecht
1ste verkiezing erna: al toegepast maar GW nog niet aangepast
o Elke man vanaf 21 jaar = 1 stem
GW-wijziging op 7 februari 1921:
o Algemeen enkelvoudig stemrecht
o Nieuwe categorie senatoren: Gecoöpteerde senatoren:
3 soorten:
Provinciale
Rechtstreeks verkozen
Gecoöpteerde verkozen door provinciale en rechtstreek
verkozen senatoren.
o Mogelijkheid in GW om voor vrouwen stemrecht in te voeren bij bijzondere
meerderheid gedaan bij: Wet 27 maart 1948
21. Kiesleefijd: 18 jaar door GW-wijziging 28 juli 1981
22. 1993: staatshervorming:
- Senaat:
o # leden ↓
o Afschaffing provinciale senatoren + nieuwe categorie: gemeenschapssenatoren
2013: 6de staatshervorming:
- Senaat:
o Geen rechtstreeks verkozen leden meer
o Gewest- en gemeenschapsparlementen kiezen + gecoöpteerde senatoren: art. 67
GW
E) Stemrecht voor niet-Belgen:
23.
- Vroeger: stemrecht enkel voor Belgische natonaliteit
Art. 8 lid 2 GW
4