celorganellen = vergelijken met organen in lichaam → specifieke rol in cel
Celorganel Bouw Functie
1. De celkern of nucleus Kernmembraan: opslag van DNA, erfelijke materiaal in
● dubbele fosfolipidenlaag de vorm van chromosomen
● poriën voor uitwisseling van
moleculen tussen kernplasma !! Rode bloedcellen hebben geen
en nucleoplasma celkern !!
● afscheiding tussen celkern en
cytoplasma Aanmaak van ribosomen
Nucleoli of kernlichaampjes DNA → RNA (transcriptie) → eiwit
● bestaat uit ribosomale eiwitten, (translatie)
chromatine en RNA
2. Het endoplasmatisch reticulum ER: RER:
= Endoplasmatisch reticulum ● ribosomen maken eiwitten
● sterk geplooid membraan aan uit RNA→ komen via
○ vormt buisjes en porie-eiwitten in het ER
afgeplatte zakjes ● in ER: enzymen zullen de
eiwitten vouwen + verpakken
RER: (ruw --) in transportblaasjes en
● waar? naast kern vervoerd naar Golgi-apparaat
● waarom ruw? bevat ribosomen
op de buitenzijde (= de SER:
cytoplasmatische kant) ● aanmaak lipiden
● stofwisselingsprocessen bv.
SER: (glad --) !! geen ribosomen !! ontgiften, steroïde hormonen
● waar? verder van kern aanmaken
● waarom glad? geen ribosomen ● calcium opslag
3. Ribosomen Waar? vrij in cytoplasma of op RER Staan in voor eiwitsynthese in cel
Twee subeenheden Transcriptie = van gen, RNA-kopie
● grote en kleine subeenheid maken
● opgebouwd uit eiwitten en ● belangrijk enzym =
ribosomaal RNA (rRNA) RNA-polymerase (plooit
DNA-streng open tot RNA
kopie)
tRNA niet Translatie = van mRNA, polypeptide
maken
● transfer-RNA’s = vertaalsleutel
(lezen code)
, 4. Proteasomen geen bouw Waarom eiwitten afbreken
(hydrolyseren van peptidebinding)?
● beschadigde eiwitten
● foutief opgevouwen eiwitten
● te veel van bepaald eiwit
= terug afbreken tot aminozuren
5. Het Golgi-apparaat Cisternen = afgeplatte zakjes op elkaar Eiwitten afwerken
gestapeld bv suiker of vetstaart toevoegen
2 zijden met verschillende enzymen in ⇒ verpakt in blaasjes verlaten de
hun cisternen: eiwitten het Golgi-apparaat en gaan
● Ciszijde: naar het ER ze naar de plaats in de cel waar ze
● Transzijde: naar het nodig zijn
celmembraan
endocytose = blaasje komt binnen in
Bevatten verschillende vesikels golgi-apparaat
Signaalpeptide = adres (stukje eiwit
plakt aan het afgewerkte eiwit)
Secretieblaasjes → bevatten
volmaakte eiwitten met functie buiten
de cel
● exocytose = proces waarbij de
secretieblaasjes versmelten
met het membraan en hun
inhoud vrijgeven
Transportblaasjes → brengen de
eiwitten naar het Golgi-apparaat
6. Lysosomen Afkomstig van? Golgi-apparaat → Bevat afbraak enzymen die zorgen
blaasjes die werden afgesplitst voor de vertering van de cel (bv. oude
celonderdelen afbreken)
Bevatten:
● afbraakenzymen: bv proteasen, Autofagie:
lipasen, nucleasen, lysozyme… ● materiaal van binnen de cel
● protonpompen: waarom? ● versmelten van lysosoom en
afbraak eiwitten blaasje van het af te breken
● zuur milieu: lage pH materiaal afkomstig uit de cel
Heterofagie: ⇒ functie Heterofagie:
● bv Fagocytose (= bacteriën die ● materiaal van buiten de cel
het lichaam binnen dringen ● versmelten van lysosoom en
worden opgenomen door een endosoom (proces =
⇒ ontdekt door Christian de Duve
macrofaag en de bacteriën endocytose)
worden afgesloten tot een
fagosoom die versmelt met een
lysosoom en zo wordt
afgebroken)