In dit hoofdstuk wil ik een begin maken om het begrip geweld dichter naar ons toe te halen.
Een belangrijk reden waarom het thema geweld voor velen ver van hen af staat, is dat we in
onze westerse cultuur op een bepaalde manier naar geweld kijken. Het probleem met
denkbeelden is dat deze meestal onbewust aanwezig zijn, en daardoor bepalend zijn voor
wat en hoe men onderzoekt, voor de vragen die men stelt, en voor hoe men concreet
handelt. Hoe meer men zich bewust is van de eigen impliciete denkbeelden, des te opener
en vrijer men kan onderzoeken. Ik zal enkele denkbeelden die ik veel tegenkom beschrijven
en daar een aantal kanttekeningen bij plaatsen.
Denkbeeld: geweld is fysieke (inclusief seksuele) agressie.
Als ik mensen vraag waar ze aan denken bij het woord ‘geweld’, komt onmiddellijk als
antwoord naar voren: ‘agressie’. Bij agressie denkt men primair aan fysieke mishandeling
of seksuele mishandeling en als derde aan oorlog, etnisch geweld of terroristische acties.
De eerste associatie is duidelijk: fysieke agressie. Dit komt onder andere doordat er over
de gevolgen van fysiek geweld gemakkelijker cijfers te verzamelen zijn dan over andere
vormen van geweld. Daardoor lijkt het meer voor te komen dan andere vormen van
geweld. Een veel voorkomende vorm van geweld is pesten. Deze vorm wordt veel te
weinig serieus genomen. Terwijl pesten grote, onzichtbare wonden maakt.
Denkbeeld: geweld veroorzaakt blijvende, onherroepelijke schade.
De gebruikelijke manier om naar de gevolgen van geweld te kijken is dat geweld
beschadigt, verwondt, kapotmaakt of vernietigt en blijvende schade aanricht. Mensen die
geweld hebben meegemaakt worden slachtoffer en blijven dat de rest van hun leven, al
of niet gehandicapt door gevolgen van het hen aangedane leed. Men heeft de neiging om
met bewondering naar deze mensen te kijken, omdat ze doorgaan. In mijn begeleiding
ben ik er regelmatig getuige van dat mensen (vaak diepgaande) processen doormaken
door de confrontatie aan te gaan met hun geweldervaringen. Dan is er geen sprake meer
van een onherroepelijke schade. Het denkbeeld dat geweld altijd blijvende en
onherroepelijke schade veroorzaakt, heeft ook nog een ander pijnlijk en ongewenst
neveneffect. Omdat we bij geweld primair aan fysieke agressie denken, gaan we ervan
uit dat de geleden schade zichtbaar blijft in lijfelijke wonden of littekens. Als iemand
jarenlang psychisch geterroriseerd wordt, kan dat ernstige gevolgen hebben. Maar
dergelijke gevolgen zijn niet concreet aantoonbaar, dus hebben we de neiging dit soort
geweld te bagatelliseren.
Denkbeeld: geweld vindt ver weg plaats.
We hebben de neiging om te denken dat geweld iets is wat anderen kan overkomen. Het
liefst sluiten we onze ogen voor het bestaan van geweld en als het er toch is, dan willen
we het kunnen inkapselen en als iets vreemds zo ver mogelijk uit onze buurt plaatsen.
Mensen die horen van geweld in de buurt reageren meestal geschokt: het kwam totaal
onverwachts, ze konden het zich niet voorstellen.
Denkbeeld: geweld wordt gepleegd door onbekenden op straat.
Een ander bijna onuitroeibaar denkbeeld is dat geweld vooral gepleegd wordt door
onbekende boeven op straat, en voor zover men in huis slachtoffer van geweld wordt, dat
men dan overvallen wordt door een onbekende. Ondanks het feit dat er duidelijk meer
geweld door bekenden plaatsvindt, zijn mensen bang voor ‘de onbekende dader’ en
wordt geweld toch voornamelijk geassocieerd met een vreemde. Zo is de algemene
consternatie groot als een kind door een onbekende ontvoerd en later dood
teruggevonden wordt, of als een volwassene op straat in elkaar geslagen en geschopt
wordt en daaraan overlijdt.