1600-1700
Inhoud
Inleiding ................................................................................................................................. 2
Ontstaan van de Republiek; de Tachtig Jarige Oorlog ........................................................... 2
Bestuur Republiek ............................................................................................................. 3
Prinsgezinden versus staatsgezinden – stadhouder versus raadspensionaris – Holland
versus landsgewesten ........................................................................................................... 5
Gouden Eeuw ....................................................................................................................... 8
Kunsten ............................................................................................................................. 8
Handel ..............................................................................................................................11
Einde van de gilden ..........................................................................................................13
Rampjaar 1672: de Hollandse Oorlog ...............................................................................13
17e eeuw: wie heeft de soevereiniteit: parlement of vorst? ...................................................14
Vorstelijk absolutisme – en haar limieten ..........................................................................14
Lodewijk XIV: de Zonnekoning ......................................................................................15
Het Eerste Stadhouderloze tijdperk...................................................................................18
Constitutionalisme in Engeland .........................................................................................20
Sociaal contract theorie: Thomas Hobbes en John Locke .................................................21
Absolutisme in Oost-Europa .............................................................................................22
1
, Brandenburg-Pruissen: militair absolutisme...................................................................22
Oostenrijkse Habsburgers .............................................................................................22
17e eeuw: eeuw van religieuze (en politieke) conflicten ........................................................22
Franse religieuze oorlogen................................................................................................22
Engeland ..........................................................................................................................22
De Dertigjarige Oorlog (1618-1648) ..................................................................................23
Economische crises 17e eeuw ..............................................................................................23
Wetenschappelijke Revolutie................................................................................................24
Vervolg op wetenschappelijke innovaties tv5 ....................................................................24
Barok....................................................................................................................................26
Inleiding
Nederland rond 1600: 1,5 miljoen mensen, zonder vorst, niet strak geleid, moeras-achtig –
toch hypermacht (= een wereldmacht zonder concurrenten). De Republiek was bijzonder.
Gouden Eeuw:
- Onmetelijke macht
- Onmetelijke rijkdom (Nederlander met dé Deense kroon als onderpand in
Denemarken).
- Maar ook:
- Onmetelijke ellende
- Onmetelijke armoede (ook in Republiek).
Ontstaan van de Republiek; de Tachtig Jarige Oorlog
- Karel V keizer van het Heilige Roomse Rijk.
- De Zeventien Nederlanden waren niet één land, maar een hoop landen die toevallig
allemaal dezelfde vorst hadden: een personele unie.
- 1548: verdrag (!) van Augsburg: de Nederlanden staan voortaan los van het HRR.
- 1549: Pragmatieke Sanctie: Karel V wordt Heer der Nederlanden; de Nederlanden
hebben voortaan één gezamenlijke landsheer (de Nederlanden voortaan in
Habsburgse handen).
Karel V had twee problemen:
1. Hoe de Nederlanden te besturen?
2. Hoe de Nederlanden tot een eenheid te maken.
Karel kan de Zeventien Nederlanden niet zelf allemaal besturen als landsheer, daarvoor
heeft hij mensen:
Stadhouders: ‘in stede van’ (in stead of) bestuurde deze hoge edelman in een gebied
namens de vorst.
Landvoogd(es): plaatsvervangend Heer der Nederlanden als Karel V elders in zijn rijk was.
2
, Hoe de Nederlanden tot een eenheid te maken? Stapje voor stapje een eenheid creëren
(centralisatiepolitiek):
- 1531: landvoogd wordt bijgestaan door de drie Collaterale Raden:
- De Raad van State: hierin zetelden hoge edellieden; hield zich bezig met
buitenlandse zaken en oorlog (feitelijk gelijk aan elkaar destijds);
- De Geheime Raad: hierin zaten juristen en ambtenaren; hield zich bezig met
binnenlandse zaken en justitie;
- De Raad van Financiën: bestaande uit een paar edellieden, bijgestaan door een
aantal deskundigen. Hield zich bezig met overheidsfinanciën en beheer van de
domeinen van de vorst.
- Dit is geen inbreuk tegen de zelfstandigheid van de gewesten, maar wel duidelijk een
middel om te centraliseren.
- De Staten-Generaal: vertegenwoordigers van de Gewestelijke Staten
(standenvergadering die de vorst in de gewesten van advies kon voorzien)
vertegenwoordigen in dit ‘landelijke bestuur’ hun gewest.
- Hoge edelen paaien met hoge functies om ze tevreden proberen te houden.
Hoe is de Opstand ontstaan?
- De Nederlanden waren niet blij met Filips II: hij luisterde niet naar de Nederlanders;
hij woonde er zelfs niet.
- Cuius regio, eius religio: diens gebied, diens godsdienst: Filips II gaat het als zijn
taak zien om protestanten te vervolgen, maar dit doet veel inbreuk op de privilege
van edelen: ze moeten nu luisteren naar een Spaanse overheerser die hun zegt om
hun eigen bevolking te vervolgen, wat tot onrust zou leidden en tegen hun verkregen
privileges indruist.
- Tiende Penning (1569): nieuwe belastingen, die gebruikt werden om Spaanse
soldaten in de Nederlanden te betalen en om Spaanse oorlogen te financieren.
‘Nederlanders’: waarom moeten wij betalen voor de schatkist van een ander land?
Unie van Utrecht (1579): Noordelijke gewesten en steden spreken af om samen de
Spanjaarden te verdrijven en naar buiten toe als één op te treden.
Plakkaat van Verlatinghe (1581): Filips II wordt ‘ontslagen’ als vorst van de ondertekende
gewesten. Men was nu op zoek naar een nieuwe vorst, maar die werd niet gevonden: de
soevereiniteit ging bij de gewesten zelf liggen – de Republiek zou gesticht worden in 1588.
Bestuur Republiek
Staten-Generaal tijdens de Republiek:
Functies:
- Buitenlandse zaken, defensie en oorlog (=).
- Bestuur van de Generaliteitslanden (zuidelijke, katholieke, gewesten).
- Bestuur koloniën; WIC en VOC.
Hoe georganiseerd?
- De zeven Gewestelijke Staten zonden hun afgevaardigden naar Den Haag.
- Vertegenwoordiging van de Staten van Holland had in de praktijk veruit de meeste
invloed, want vergadering was dichtbij en veruit rijkste gewest.
3