vSD 06-011 Risicoschatting
Onderwijsvorm Studiebelasting
zelfstudie 2 SBU
Inleiding
In jaar 1 is gewerkt aan vraagstukken rondom risicoschattingen, bijvoorbeeld
afschermingsberekeningen. Dit jaar wordt hier verder meegegaan, de vraagstukken worden
complexer.
Leerdoelen
Na het maken van de zelfstudies en het meedoen met de OG-m’en is de student in staat
om:
· De meest gebruikte basisformules te herkennen
· De meest gebruikte basisformules te hanteren en om te zetten
· De formules toe te passen in een specifieke situatie en hiermee een berekening
uitvoeren.
Werkwijze
Maak de opdrachten en neem eventuele vragen mee naar de og-m.
Benodigheden
- Voor deze opdrachten zijn grafieken nodig die op Moodle staan (Vakspecifiek – SD –
periode 6 – Documenten periode 6).
- Rekenmachine
- Formuleblad
Opdracht
METINGEN MET EEN SCINTILLATIEDETECTOR
Met een scintillatiedetector wordt de activiteit van een radioactief preparaat bepaald.
Allereerst bepaalt men het achtergrondteltempo. Dit bepaalt men door gedurende één uur te
meten. Men meet een gemiddeld teltempo van 50 pulsen per minuut.
Vervolgens meet men het teltempo met de bron. In een tijd van 5 minuten meet men 9000
pulsen. De totale efficiëntie bedraagt 5%. De emissiewaarschijnlijkheid voor de
gedetecteerde deeltjes is 0,6.
Vraag 48.
Hoe groot bedraagt het netto teltempo in pulsen per seconden. Geef aan hoe groot de
standaarddeviatie (=fout in netto teltempo) hiervan is.
Rn = Rb - Ra = 1800 - 50 = 1750 per minuut = 29,16.. per seconde
R = N / t = = 1800
0,32 is de afwijking
Vraag 49.
Bereken de activiteit van het monster, een betrouwbaarheid van 95,5 %
( 2 standaarddeviaties) in de uitkomst wordt verlangd.
Netto teltempo (Rn) = 29,2±0,32 s-1
Efficientie (rendement) (εtot) = 5% = 0,05
Emmissiewaarschijnlijkheid (γ) = 0,6
Onderwijsvorm Studiebelasting
zelfstudie 2 SBU
Inleiding
In jaar 1 is gewerkt aan vraagstukken rondom risicoschattingen, bijvoorbeeld
afschermingsberekeningen. Dit jaar wordt hier verder meegegaan, de vraagstukken worden
complexer.
Leerdoelen
Na het maken van de zelfstudies en het meedoen met de OG-m’en is de student in staat
om:
· De meest gebruikte basisformules te herkennen
· De meest gebruikte basisformules te hanteren en om te zetten
· De formules toe te passen in een specifieke situatie en hiermee een berekening
uitvoeren.
Werkwijze
Maak de opdrachten en neem eventuele vragen mee naar de og-m.
Benodigheden
- Voor deze opdrachten zijn grafieken nodig die op Moodle staan (Vakspecifiek – SD –
periode 6 – Documenten periode 6).
- Rekenmachine
- Formuleblad
Opdracht
METINGEN MET EEN SCINTILLATIEDETECTOR
Met een scintillatiedetector wordt de activiteit van een radioactief preparaat bepaald.
Allereerst bepaalt men het achtergrondteltempo. Dit bepaalt men door gedurende één uur te
meten. Men meet een gemiddeld teltempo van 50 pulsen per minuut.
Vervolgens meet men het teltempo met de bron. In een tijd van 5 minuten meet men 9000
pulsen. De totale efficiëntie bedraagt 5%. De emissiewaarschijnlijkheid voor de
gedetecteerde deeltjes is 0,6.
Vraag 48.
Hoe groot bedraagt het netto teltempo in pulsen per seconden. Geef aan hoe groot de
standaarddeviatie (=fout in netto teltempo) hiervan is.
Rn = Rb - Ra = 1800 - 50 = 1750 per minuut = 29,16.. per seconde
R = N / t = = 1800
0,32 is de afwijking
Vraag 49.
Bereken de activiteit van het monster, een betrouwbaarheid van 95,5 %
( 2 standaarddeviaties) in de uitkomst wordt verlangd.
Netto teltempo (Rn) = 29,2±0,32 s-1
Efficientie (rendement) (εtot) = 5% = 0,05
Emmissiewaarschijnlijkheid (γ) = 0,6