Thomas Mariën HIR
Begrippen leerpad 2
DE VRAAG
Partiële vraag
Ceteris Paribus:
Alle andere variabalen die een invloed kunnen hebben (op de prijs van het broodje) blijven constant.
(Bv seizoen, weer, …)
Reservatieprijs (consument):
Prijs dat een consument bereid is te betalen.
Wet van de vraag:
Hoe hoger de prijs, hoe lager het aantal broodjes dat gevraagd wordt.
Het consumentensurplus
Consumentensurplus:
Het verschil tussen de prijs van het product en de prijs die de koper bereid is te betalen. Dus als een
broodje €3 kost en de koper is bereid €4 te betalen, is het CSP €1.
Totaal CSP:
=De som van het surplus van alle consumenten.
=Totale bereidheid tot betalen – totale uitgaven.
=Totale oppervlakte tussen horizontale rechte die de prijs weergeeft en de vraagcurve.
De Marktvraag
Marginale bereidheid tot betalen: (MBB= marginale betalingsbereidheid)
=De bereidheid tot betalen voor het laatste product.
=inverse vraagfunctie. Deze is invers omdat we de prijs(p) op de verticale as zetten en de vraag(q) op
de horizontale as. Het functievoorschrift is dus in functie van q. Dus het is de inverse vraagfunctie
Zie theorie leerpad
Marktvraagcurve:
Vloeiende dalende curve. Bij hogere prijs worden er minder broodjes betaalt. We kunnen hier ook de
marginale bereidheid tot betalen bepalen. Hoe meer broodjes er gekocht worden, daalt de marginale
bereidheid tot betalen. Ook hier kunnen we de consumentensurplus bepalen: Totale bereidheid tot
betalen – totale uitgaven.
Prijs op verticale as
Gevraagde hoeveelheid op horizontale as
Algebra van de vraag: op toledo !
HET AANBOD
Partieel aanbod
Reservatieprijs (producent):
Minimale bedrag waarvoor een producent een product wil aanbieden. Het geeft de kostprijs weer
voor het produceren van een product. (producent wil dus liefst dat de prijs boven deze
reservatieprijs zit)
Wanneer de prijs stijgt, neemt het aantal aangeboden hoeveelheid producten van de producent toe.
Hoe hoger de prijs, hoe hoger het aanbod: Aanbodcurve
Begrippen leerpad 2
DE VRAAG
Partiële vraag
Ceteris Paribus:
Alle andere variabalen die een invloed kunnen hebben (op de prijs van het broodje) blijven constant.
(Bv seizoen, weer, …)
Reservatieprijs (consument):
Prijs dat een consument bereid is te betalen.
Wet van de vraag:
Hoe hoger de prijs, hoe lager het aantal broodjes dat gevraagd wordt.
Het consumentensurplus
Consumentensurplus:
Het verschil tussen de prijs van het product en de prijs die de koper bereid is te betalen. Dus als een
broodje €3 kost en de koper is bereid €4 te betalen, is het CSP €1.
Totaal CSP:
=De som van het surplus van alle consumenten.
=Totale bereidheid tot betalen – totale uitgaven.
=Totale oppervlakte tussen horizontale rechte die de prijs weergeeft en de vraagcurve.
De Marktvraag
Marginale bereidheid tot betalen: (MBB= marginale betalingsbereidheid)
=De bereidheid tot betalen voor het laatste product.
=inverse vraagfunctie. Deze is invers omdat we de prijs(p) op de verticale as zetten en de vraag(q) op
de horizontale as. Het functievoorschrift is dus in functie van q. Dus het is de inverse vraagfunctie
Zie theorie leerpad
Marktvraagcurve:
Vloeiende dalende curve. Bij hogere prijs worden er minder broodjes betaalt. We kunnen hier ook de
marginale bereidheid tot betalen bepalen. Hoe meer broodjes er gekocht worden, daalt de marginale
bereidheid tot betalen. Ook hier kunnen we de consumentensurplus bepalen: Totale bereidheid tot
betalen – totale uitgaven.
Prijs op verticale as
Gevraagde hoeveelheid op horizontale as
Algebra van de vraag: op toledo !
HET AANBOD
Partieel aanbod
Reservatieprijs (producent):
Minimale bedrag waarvoor een producent een product wil aanbieden. Het geeft de kostprijs weer
voor het produceren van een product. (producent wil dus liefst dat de prijs boven deze
reservatieprijs zit)
Wanneer de prijs stijgt, neemt het aantal aangeboden hoeveelheid producten van de producent toe.
Hoe hoger de prijs, hoe hoger het aanbod: Aanbodcurve