Ontwikkeling van de adolescent Tentamen stof
1.1 Adolescentie: een eerste typering
De adolescentie is een fase van overgang met vele ontwikkelingen die plaatsvind in
de periode tussen de kinderjaren (0-12) en de volwassenheid (18+). Er doen zich
verschillende ontwikkelingen voor:
Begrippen
Lichamelijke ontwikkeling en rijping
1. Psychisch: gevoelens en
Hersenontwikkeling gedachten.
Cognitieve ontwikkeling 2. Sociaal: problemen
Emotionele ontwikkeling tussen het individu en
Ontwikkeling van het zelf en de identiteit andere mensen of
Autonomie-ontwikkeling instanties.
Morele ontwikkeling 3. Cognitief: het verwerken
Psychosociale ontwikkeling (gezin en van informatie in de
leeftijdsgenoten) hersenen.
Psychoseksuele ontwikkeling 4. Autonomie:
Door al deze ontwikkelingen ontstaat er een zelfstandigheid.
kwestie bij de adolescent: 5. Moreel: innerlijk gevoel
Wie ben ik? Wat vinden anderen? Hoe wil ik zelf over goed of kwaad.
zijn? 6. Seksueel:
Erikson (1968) stelde dat de meest centrale geslachtsverkeer
ontwikkelingstaak is het ontwikkelen van een betreffend.
eigen identiteit jongeren gaan zich
heroriënteren door te experimenteren, daarbij spelen reacties van de omgeving een
grote rol.
De keuzes die zij maken hebben betrekking op persoonlijke relaties,
levensovertuiging en maatschappelijke positie dit leidt tot een besef van de
identiteit.
Om te bepalen waar degene zich bevindt in de adolescentie fase en dat te koppelen
aan leeftijd zijn er twee manieren:
1. Het moment waarop bepaalde ontwikkelingstaken voor hen centraal staan of
zijn opgelost.
2. De maatschappelijke verantwoordelijkheid die gekoppeld wordt aan
leeftijdsgrenzen; strafrecht, minimumloon etc.
Sommige leeftijdsgrenzen liggen al vroeg in de adolescentie en lijken naar voren te
verschuiven. Daarentegen wordt de maatschappij steeds gecompliceerder waardoor
zelfstandigheid meer tijd vergt.
Er heerst een verschil aan de verwachting tot zelfstandigheid en de middelen die pas
laat aanwezig zijn:
1. Moffitt (1993) stelt dat deze tegenstelling leidt tot probleemgedrag.
2. Arnett (2007) stelt dat jongeren later pas zelfstandig worden door langer te
studeren, lang thuis te blijven wonen en laat een vaste relatie aan te gaan. Dit
zou niet perse tot spanningen hoeven te leiden, het geeft hen juist meer
ruimte om te experimenteren emerging adulthood (verlengde
adolescentie). Dit geldt niet voor iedereen.
Dat iemand nog niet perse volwassen is als hij of zij 18 jaar is wordt steeds meer
geaccepteerd: jeugdstrafrecht is tot 23 en lichamelijke en geestelijke
gezondheidszorg is tot 24.
Leeftijdsaanduiding is dus slechts een benadering. Wat er gebeurt zegt meer over de
fase in de adolescentie dan de daadwerkelijke leeftijd.
,Ontwikkeling van de adolescent Tentamen stof
Als er toch leeftijdsgrenzen zouden moeten zijn: (adolescentie 10 – 22)
Vroege Midden Late Emerging
adolescentie adolescentie adolescentie adulthood
10 – 13 14 – 18 19 – 22 25
2.4.1 De structuur van de omgeving
, Ontwikkeling van de adolescent Tentamen stof
Bronfenbrenner (1995) ontwikkelde een theorie rondom de psychosociale
ontwikkeling: bewustzijn over gedragingen en belevingen die beïnvloed worden door
de omgeving. De theorie beschrijft vier niveaus in de interactie tussen het individu en
de omgeving, die direct of indirect invloed uitoefenen op de ontwikkeling van het
individu.
1. Microsysteem: de directe relaties van het individu zoals familie,
leeftijdsgenoten en school.
2. Mesosysteem: de verbinding tussen familie, leeftijdsgenoten en school.
Bijvoorbeeld ouders die een relatie aangaan met leeftijdsgenoten/vrienden
van het individu.
3. Exosysteem: systemen waar het individu niet direct contact mee heeft,
bijvoorbeeld het werk van de ouders.
1.1 Adolescentie: een eerste typering
De adolescentie is een fase van overgang met vele ontwikkelingen die plaatsvind in
de periode tussen de kinderjaren (0-12) en de volwassenheid (18+). Er doen zich
verschillende ontwikkelingen voor:
Begrippen
Lichamelijke ontwikkeling en rijping
1. Psychisch: gevoelens en
Hersenontwikkeling gedachten.
Cognitieve ontwikkeling 2. Sociaal: problemen
Emotionele ontwikkeling tussen het individu en
Ontwikkeling van het zelf en de identiteit andere mensen of
Autonomie-ontwikkeling instanties.
Morele ontwikkeling 3. Cognitief: het verwerken
Psychosociale ontwikkeling (gezin en van informatie in de
leeftijdsgenoten) hersenen.
Psychoseksuele ontwikkeling 4. Autonomie:
Door al deze ontwikkelingen ontstaat er een zelfstandigheid.
kwestie bij de adolescent: 5. Moreel: innerlijk gevoel
Wie ben ik? Wat vinden anderen? Hoe wil ik zelf over goed of kwaad.
zijn? 6. Seksueel:
Erikson (1968) stelde dat de meest centrale geslachtsverkeer
ontwikkelingstaak is het ontwikkelen van een betreffend.
eigen identiteit jongeren gaan zich
heroriënteren door te experimenteren, daarbij spelen reacties van de omgeving een
grote rol.
De keuzes die zij maken hebben betrekking op persoonlijke relaties,
levensovertuiging en maatschappelijke positie dit leidt tot een besef van de
identiteit.
Om te bepalen waar degene zich bevindt in de adolescentie fase en dat te koppelen
aan leeftijd zijn er twee manieren:
1. Het moment waarop bepaalde ontwikkelingstaken voor hen centraal staan of
zijn opgelost.
2. De maatschappelijke verantwoordelijkheid die gekoppeld wordt aan
leeftijdsgrenzen; strafrecht, minimumloon etc.
Sommige leeftijdsgrenzen liggen al vroeg in de adolescentie en lijken naar voren te
verschuiven. Daarentegen wordt de maatschappij steeds gecompliceerder waardoor
zelfstandigheid meer tijd vergt.
Er heerst een verschil aan de verwachting tot zelfstandigheid en de middelen die pas
laat aanwezig zijn:
1. Moffitt (1993) stelt dat deze tegenstelling leidt tot probleemgedrag.
2. Arnett (2007) stelt dat jongeren later pas zelfstandig worden door langer te
studeren, lang thuis te blijven wonen en laat een vaste relatie aan te gaan. Dit
zou niet perse tot spanningen hoeven te leiden, het geeft hen juist meer
ruimte om te experimenteren emerging adulthood (verlengde
adolescentie). Dit geldt niet voor iedereen.
Dat iemand nog niet perse volwassen is als hij of zij 18 jaar is wordt steeds meer
geaccepteerd: jeugdstrafrecht is tot 23 en lichamelijke en geestelijke
gezondheidszorg is tot 24.
Leeftijdsaanduiding is dus slechts een benadering. Wat er gebeurt zegt meer over de
fase in de adolescentie dan de daadwerkelijke leeftijd.
,Ontwikkeling van de adolescent Tentamen stof
Als er toch leeftijdsgrenzen zouden moeten zijn: (adolescentie 10 – 22)
Vroege Midden Late Emerging
adolescentie adolescentie adolescentie adulthood
10 – 13 14 – 18 19 – 22 25
2.4.1 De structuur van de omgeving
, Ontwikkeling van de adolescent Tentamen stof
Bronfenbrenner (1995) ontwikkelde een theorie rondom de psychosociale
ontwikkeling: bewustzijn over gedragingen en belevingen die beïnvloed worden door
de omgeving. De theorie beschrijft vier niveaus in de interactie tussen het individu en
de omgeving, die direct of indirect invloed uitoefenen op de ontwikkeling van het
individu.
1. Microsysteem: de directe relaties van het individu zoals familie,
leeftijdsgenoten en school.
2. Mesosysteem: de verbinding tussen familie, leeftijdsgenoten en school.
Bijvoorbeeld ouders die een relatie aangaan met leeftijdsgenoten/vrienden
van het individu.
3. Exosysteem: systemen waar het individu niet direct contact mee heeft,
bijvoorbeeld het werk van de ouders.