Spijsvertering van mond tot kont
1. De pharynx (keelholte)
2. Oesophagus (slokdarm)
3. Diafragma (middenrif), klep van slokdarm naar de maag
4. Hulporganen, pancreas, galblaas, lever voor de sappen
5. Dunne darm
6. Overgang dunne darm naar dikke darm bevind zich in de buurt van de appendix
(wormvormige aanhangsel)
7. Dikke darm, opstigende deel, dwarsliggende deel, dalende deel
8. Endeldarm
9. Rectum
Reflux oesophaagitis
“maagzuurbranden”
Irritate, ontsteking oesophagus
Uitgelokt door:
1. Toename druk in de buikholte (zwangerschap)
2. Zuurgraad maagsap
3. Hiatushernia wat Dennis heef
4. Te lage producte gastrine
Speekselklieren
1. Glandula parots wangspeekselklieren
2. Glandula submandibularis speekselklier in de kaak
3. Glandula sublingualis
Peritoneum
Hebben een viscerale binnenkant en parenterale buitenkant laag. Deze liggen retroperitoneaal aan
de nieren.
Grootste sereuze vlies van het lichaam. De zak is gevuld met sereus vocht. Visuele holte, bestaat uit 2
bladen:
1. Pariëtale peritoneum: bekleed buikholte.
2. Viscerale peritoneum: bekleed organen.
Riikeliik voorzien van bloed en lymfe
Buiten het peritoneum;
1. Duodenum, pancreas en nieren (retroperitoneaal)
2. Bekkenorganen, behalve de ovaria.
, De zenuwvoorziening van de
spijsvertering is autonoom (automatsch).
Vooral N. vagus (X)- parasympatsch
1. Stmuleert peristaltek
2. Stmuleert kliersecrete
Thoracaal/lumbaal- sympatsch
1. Remt peristaltek
2. Remt kliersecrete
De maag
Grootte varieert met het volume van het voedsel.
3 spierlagen (van binnen naar buiten)
1. Schuine spieren
2. Kringspieren (mn sphincter en pylorus)
3. Lengtespieren
Rugae (plooien)
1. Sliimvlies dat in de lengte geplooid is
2. Veel sliimvormende cellen: beschermen maagwand tegen zuren en enzymen
3. In het sliimvlies bevinden zich talriike maagklieren: deze produceren maagsap
Functies van de maag
1. Vertering (tideliike opslag zodat verterende enzymen hun werk kunnen doen) (chemisch en
mechanisch)
2. Absorpte (beperkte absorpte van water, alcohol en sommige mediciinen) (opname):
beperkt
3. Peristaltek (regulering van het doorlaten van de maaginhoud)
4. Bescherming (aspecifek immuunsysteem) (aspecifeke afweer door zoutzuur)
5. Producte (aanmaak): intrinsic factor (opname vit B12) en gastrine (hormoon)
Gastritis
Acuut Chronisch
Reacte op irriterende medicate (NSAID) Later in het leven
Alcohol Meestal door Helicobacter pylori
Soms auto-immuunziekte
Misseliikheid, braken, piin
Ernstge vormen hematemesis; melena
(Melena= oud bloed in de ontlastng. De ontlastng is dan zwart en stnkt heel erg)