1.1: Wat is onderzoek?
1.1.1: Categorieën onderzoek
Om (wetenschappelijk) verantwoord onderzoek te kunnen doen, is kennis van onderzoeksmethodiek
onontbeerlijk.
Er zijn twee categorieën van onderzoek doen:
- Praktikonderzoek > onderzoek om diagnose te stellen, op basis van diagnose word vaak een plan
van aanpak opgesteld voor verbetering.
- Wetenschappeliik onderzoek > onderzoek om nieuwe algemene kennis te verwerven.
In de omschrijvingen en defniies van onderzoek komt één aspect alijd naar voren: het verzamelen
van informaie. Onderzoek komt dus in zeer veel uiteenlopende vormen, soorten en maten voor.
Maar alle vormen van onderzoek hebben één kenmerk gemeen: het verzamelen van gegevens die
moeten leiden tot informaie. et MOA komt zelf met de volgende defniie:
Onderzoek: Alle systemaische aciviteiten gericht op het verzamelen van gegevens die informaie
bevaten over een van te voren afgebakend onderwerp met als doel een of meerdere vragen
aangaande dit onderwerp te behandelen.
1.1.2: Stappen in het onderzoek
De eerste stap van je onderzoek betref het vooronderzoek, waarna je een plan van aanpak maakt.
Ten slote worden in de vierde en laatste fase deze voorspellingen weer getoetst aan de
werkelijkheid door het uitvoeren van onafankelijk onderzoek.
Empirische cyclus:
1. Waarneming
2. Verklaring vinden, theorievorming
3. Afleiden voorspelling uit theorie
4. Toetsen voorspellingen in de werkelijkheid
5. Waarneming
Doel van het doorlopen van deze cyclus is tot het komen tot nieuwe theorievorming. Er is sprake van
een cyclus, omdat de uitkomsten van fase 4 vaak weer aanleiding vormen om de theorie bij te stellen
of nieuwe theorieën te formuleren. Nieuwe theorie komt dus niet uit de lucht vallen, zij is gebaseerd
op onderzoeksresultaten.
,1.2: Redenen voor onderzoek
Wetenschappelijk onderzoek heef tot doel nieuwe algemene kennis te krijgen in de vorm van
theorieën en modellen.
Prakijkonderzoek heef tot doel het beantwoorden van een of meer vragen vanuit de prakijk,
waarmee een persoon of organisaie in een concrete situaie worstelt.
1.2.1: Motieven voor onderzoek
Als we inzoomen op prakijkonderzoek, zijn er diverse moieven om onderzoek uit te (laten) voeren:
1. Beleid te wiizigen
2. Betere beslissingen te kunnen nemen over operatonele zaken
3. Beter in kunnen spelen op de externe omgeving
4. Om geconstateerde verschillen of verschuivingen te verklaren
5. Ten behoeven van externe certicering
6. Uitstellen van een beslissing
7. Eigen geliik bevestgen
8. Onderzoek als zoethoudertie
De moieven 6, en 8 zijn eigenlijk oneigenlijke moieven om onderzoek te doen. De onderzoeker
loopt het risico door iemand, een afdeling of organisaie voor het karretje gespannen te worden,
terwijl men niet de bedoeling heef objecief onderzoek te laten uitvoeren.
1.2.2: Gedragscode voor sociologisch en marktonderzoek
In de gedragscode voor sociologische en marktonderzoeken (ESOMAR/ICC) is onder andere
vastgelegd dat alle toezeggingen die je aan je respondenten doet, inhoudelijk juist dienen te zijn en
ook moeten worden nagekomen. Verder is belangrijk dat de respondent vrijwillig meewerkt, dat
geen valse voorstelling van zaken wordt gegeven, de uitkomsten voor de respondent geen nadelig
effect hebben en dat, tenzij nadrukkelijk anders afgesproken, de gegevens anoniem worden
verwerkt.
1.3: Methoden van onderzoek
1.3.1: Doel van het onderzoek
Onderzoek kan tot doel hebben een situaie te beschrijven (beschrijvend onderzoek), te exploreren
(exploraief onderzoek) of een theorie te toetsen of evalueren (toetsend onderzoek).
1.3.2: Desk- en fieldresearch
Deskresearch: Je genereert zelf geen nieuwe gegevens, maar gebruikt en analyseert bestaande
gegevens voor een nieuw doel.
Fieldresearch: Je verzamelt zelf de gegevens voor dit specifeke onderwerp door eigen onderzoek op
te zeten en uit te voeren.
1.3.3: Kwantitatieve en kwalitatieve onderzoeksmethoden
Kwalitateve onderzoeksmethode: Bij kwalitaief ga je dieper op de materie in, je verzamelt veel
gegevens over weinig onderzoeksobjecten en bent per respondent dan ook lang bezig. Maar kunt
dus meer zeggen over minder respondenten.
Kwanttateve onderzoeksmethode: Bij kwanitaief wil je nauwkeurig de kennis, oordeel of het
gedrag van een grote groep in kaart brengen. Met een grote mate van betrouwbaarheid worden
deze zaken op een efciënte manier in kaart gebracht.
, Zowel kwanitaief als kwalitaief onderzoek moet voldoen aan de eisen die we stellen aan
(wetenschappelijk) verantwoord onderzoek. Verantwoord onderzoek is:
- Obiectef en onafankeliik > dat wil niet zeggen dat de onderzoeker geen verwachingen zou
mogen hebben. Deze verwachingen mogen er alleen niet voor zorgen dat het onderzoek
wordt uitgevoerd op een manier die ervoor zorgt dat de kans verhoogd wordt op het
bevesigen van de verwachingen van de onderzoeker.
- Controleerbaar en toetsbaar > alle uitspraken moeten worden onderbouwd door resultaten.
De conclusies uit het onderzoek moeten voor andere onderzoekers toetsbaar zijn. Dat wil
zeggen dat uitspraken bevesigd dan wel weerlegd moeten kunnen worden in een soortgelijk
uitgevoerd onderzoek.
- Herhaalbaar > het onderzoek moet door andere onderzoekers reproduceerbaar zijn, dat wil
zegen dat alle fasen en stappen uit het onderzoek helder beschreven moeten zijn, inclusief
meeinstrument en steekproefrekking.
- Nauwkeurig > er moet nauwkeurig worden omschreven wat je bij wie wilt onderzoeken. Ook
moet worden omschreven op welke manier en met welke technieken de data worden
geanalyseerd. Ook de marges van onnauwkeurigheid ten gevolge van een steekproefrekking
moeten worden gerapporteerd.
- Generaliseerbaar naar het domein waarover ie een uitspraak wilt doen > de uitspraken die je
in je onderzoek wilt doen moeten ook gedaan mogen worden gezien de manier waarop het
onderzoek is uitgevoerd.
1.4: Onderzoeksproces
Een goed onderzoek wordt systemaisch opgezet en uitgevoerd. We onderscheiden de volgende
fasen in het onderzoeksproces:
1. Aanleiding
2. Inkadering
3. Onderzoeksmethode
4. Keuze dataverzamelingsinstrument
5. Populate en eventuele steekproefepaling
6. Ontwikkeling en afname van het dataverzamelingsinstrument
. Analyse van de gegevens
8. Beantwoording probleemstelling, rapportage onderzoek
In de prakijk is het natuurlijk zo dat elk onderzoek verschillend is, soms doorloop je alle fases, soms
sla je er een over en soms kom je na fase weer terug bij fase 4.
Soms moet je ook enkele interviews houden voordat je goed kunt inkaderen.