Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting Analysing Text and Talk - Versie behorend bij Talk

Puntuación
-
Vendido
3
Páginas
8
Subido en
19-03-2018
Escrito en
2017/2018

Samenvatting van het component Talk behorend bij Analysing Text and Talk Deze samenvatting bestaat uit: - Stelma, Juurd H. & Cameron, Lynne J. 2007. Intonation units in spoken interaction. Text and Talk 27(3) (only pp. 361-371 & 384-390). - Du Bois, John W. 2003. Discourse and grammar. In M. Tomasello (ed.), The new psychology of language: Cognitive and functional approaches to language structure. Vol. 2. Mahwah, NJ: Lawrence Erlbaum. - Du Bois, John W. 2010. Towards a dialogic syntax (only pp. 1-37 & 45-46). - Bull, Peter & Fetzer, Anita. 2006. Who are we and who are you: The strategic use of forms of address in political interviews. Text and Talk 26(1): 3-37. - Cameron & Deignan (2003) Combining large and small corpora to investigate tuning devices around metaphor in spoken discourse. - Cienki, Alan. In press. Gesture, space, grammar, and cognition Aan de hand van deze samenvattingen heb ik een 8,5 gehaald voor het tentamen!

Mostrar más Leer menos
Institución
Grado

Vista previa del contenido

Analysing Text and Talk
Talk
Week 1
Charles Hockett (1960): talk is een vorm van time travel  Je bent in staat om te praten
over dingen die qua plaats of tijd zich niet op het moment van praten afspelen: “remote
in space and in time”.

Chafe (1994): talk is als een imperfecte brug tussen de
gedachten van twee personen.

Linguistiek onderzoek naar geschreven taal kent een bias:
- Een zin wordt als ‘unit’ gezien bij de analyse ervan
(ipv een intonatie unit).
- De analyses worden in geschreven vorm gemaakt.
- Het gaat om voorbeelden die uit hun context zijn gehaald.  Problematisch.

Waarom is er niet eerder onderzoek gedaan naar gesproken taal?
 Grote dominantie van theorieën afkomstig van Chomsky. Hij stelde dat ‘linguistic
theory’ zich alleen bezighoudt met een ideale spreker-luisteraar situatie.
 Audiovisuele opnameapparatuur was pas beschikbaar vanaf de 20ste eeuw.

Stelma en Cameron (2007)
 Onderzoek naar processen rondom transcriberen.
Specifiek aandacht voor de dynamiek van metaforen in ‘conciliation talk’: een gesprek
tussen de dader van een bombardement en de dochter van een slachtoffer hiervan.
Dit onderzoeken ze a.d.h.v. intonatie units (volgens de beschrijving van Chafe).

Chafe (1994): Intonatie unit = idee unit: een connectie tussen mentale processen en
spraakproductie. Vaak bestaande uit 5 woorden.
 Bewustzijn uit zichzelf in gesproken taal in de vorm van IU.  Korte ‘spurts’, omdat
je tegelijkertijd nadenkt. Vaak niet meer dan 1 nieuw idee.
Er zijn 2 soorten IU’s:
 Substantive IU’s: intonatie units die inhoud hebben in de vorm van ideeën,
evenementen, objecten en emotionele toestand.
 Regulatory IU’s: intonatie units die vooral de flow van informatie reguleren. 
Vaak een onderbreking vd content die wordt gezegd. Bijv. ‘How do I say this?’.

Hoe kan je een intonatie unit herkennen?
- Vaak rond de 5 woorden.
- Verandering met pauzes (om adem te halen).
- Een verandering in ‘fundamental frequency’ ofwel pitch: vaak begin je met het
resetten vd baseline met daarna een duidelijke eind pitch.
- Vaak maar één lettergreep met de nadruk (primary stress).
- Verandering in duratie: vaak begin je de zin sneller dan dat je hem eindigt.
- Verandering in de stemkwaliteit.
- Verandering van spreker.

Intonatie unit = prosodische unit. Deze worden aangegeven door een intonatie symbool:
 Final = .
 Continuative = ,
 Appeal = ?
 Truncated (stoppen met praten om te herformuleren) = --

De prosodie reflecteert verschillende eigenschappen van de spreker. Bijv. emotionele
toestand of de aanwezigheid van sarcasme.
Het transcriberen van gesproken taal is lastig:

, - Het is een selectief proces: verschillende niveaus van details zijn mogelijk.
- Gesproken taal is tijdelijk.
- Twijfelingen, valse starts etc. maken het moeilijk.
 Oplossing?  ‘Intertranscriber checks’: 2 personen die afzonderlijk transcriberen en
vervolgens de 2 transcripten vergelijken (zoals gedaan in Cameron en Stelma).

Waarom zou je IU’s analyseren?
 Elke IU introduceert vaak een nieuwe onderwerp in de discourse.
 Kortere IU’s kunnen duiden op moeilijkheden bij de spreker om ideeën te
formuleren.  Dit kan duiden op onderwerpen waar de spreker een hogere
emotionele connectie mee heeft.
 Langere IU’s kunnen duiden op vooraf geformuleerde ideeën.  Dit kan duiden op
het van tevoren oefenen van de gesproken taal.

Week 2
Grammar beschrijft zinnen, discourse gaat verder dan de zin.  Datgene wat sprekers doen
in de vrije ruimte wat nog over is na de beperkingen van grammar.
 Vaak worden grammar en discourse gezien als twee aparte onderzoeksvelden.

Chomsky (1929): linguistic competence vs. performance.  Er moet vooral naar
competence gekeken worden.
DuBois (2003): linguistic performance is nodig in discourse om te zien hoe ‘talk shapes
grammar and grammar shapes talk’.
 DuBois: onderzoekt grammar én discourse samen om te begrijpen hoe taal is wat het is.

DuBois maakt 3 theoretische veronderstellingen:
- Sprekers gebruiken aanwezige grammaticale structuren om communicatieve
doelen te bereiken.
- Het gemiddelde van wat sprekers doen in conversatie belicht terugkomende
patronen die niet alleen te maken hebben met grammar.
- Een grammaticale structuur ontwikkelt zich aan de hand van lijnen die zijn
neergelegd door discourse.

Wat heeft DuBois gedaan?
 Data verzameld uit de Santa Barbara Corpus of Spoken American English en
vervolgens nagekeken op grammaticale patronen in gesproken taal.

Een werkwoord heeft vaak een dominante rol in een zin: het bepaalt via de argument
structure hoeveel nouns erin voorkomen en welke rol ze krijgen. Bijv. ‘enjoy’  subject and
object: somebody is enjoying something.
 Sommige arguments zijn verplicht bij het werkwoord (core arguments), andere
niet (obliques).
 Vooral de core arguments (verb + core arguments), die ontstaan door de
begrenzingen van IU’s, zijn belangrijk.

Bij het formuleren van zinnen heb je als spreker de keus om gebruik te maken van een
noun of pronoun. Over deze keuze zijn 3 visies:
- Grammaticale visie: neutraal tegenover het kiezen voor pronoun of noun. Zolang
er een argument structure aanwezig is, kan zowel de pronoun als noun gekozen
worden zonder voorkeur.
- Discourse-pragmatische visie: niet neutraal tegenover de keuze: de selectie
tussen pronoun of noun wordt bepaald door factoren in de context zoals
referentiële continuïteit in het gesprek.
- Preferred argument structure: is vooral geïnteresseerd waar in de zin een referent
voorkomt.
 Veel vragende taken zoals het introduceren van een nieuwe referent in een
gesprek komen vaak voor in specifieke grammaticale omgevingen.
 Minder veel vragende taken zoals het terughalen van een al eerder
geïntroduceerde referent kunnen overal in de zin voorkomen.

, Hoe kan een zin opgebouwd zijn?
 Intransitive verbs: one-place predicate. Bestaat uit subject + verb.  1 argument.
 Grammaticale optie: NP + V. “The tall man is walking”.
 Discourse-pragmatische optie: NP + V of Pron + V. “The tall man is
walking” of “He is walking”.
Wordt vaak gebruikt om nieuwe informatie te introduceren en is vaak gemakkelijk
te verwerken.
 Transitive verbs: two-place predicate. Bestaat uit subject + verb + object.  2
arguments.
 Grammaticale optie: NP + V + NP. “The tall man holds a long stick”.
 Discourse-pragmatische optie: Pron + V + NP. “He holds a long stick”.
Wordt vaak gebruikt om :
o De cognitieve lading te managen (1 core argument per IU).
o Informatie toe te voegen aan een bekend onderwerp of naar cognitief
‘zware’ informatie toe te werken.
o Light subject constraint (Chafe, 1994): referenten noemen die niet nieuw
zijn in het gesprek of wel nieuw zijn, maar niet belangrijk.
 Ditransitive verbs: three-place predicate. Bestaat uit subject + verb + indirect
object + direct object.  3 arguments.
 Grammaticale optie: NP + V + NP + NP. “The tall man gives many people
little confidence”.
 Discourse-pragmatische optie: Pron + V + Pron + NP. “He gives us little
confidence”.
Wordt vaak gebruikt om:
o De cognitieve lading te managen (1 core argument per IU).
o Informatie toe te voegen aan een bekend onderwerp of naar cognitief
‘zware’ informatie toe te werken.
o Light subject constraint (Chafe, 1994): referenten noemen die niet nieuw
zijn in het gesprek of wel nieuw zijn, maar niet belangrijk.

Preferred Argument Structure
= Sprekers vermijden het gebruik van meer dan 1 core argument (full NP) per IU.
= Sprekers vermijden het gebruik van een full NP als het onderwerp bij een transitive
verb.
Waarom?
 De belasting aan informatie die cognitief verwerkt moet worden wordt gemanaged
tijdens het spreken.

Een dispreferred argument structure kan voorkomen in een gesproken tekst. Bijvoorbeeld
bij het uitspreken van een geschreven tekst of een uit het hoofd geleerde tekst.

Week 3
Chomsky: er is ‘generative grammar’: universele grammar voor alle talen. Hierbij is een
onderscheid tussen linguistic performance en competence. Generative grammar is
hetzelfde als:
 Transformational grammar: tijdens het spreken beweeg je van een ‘deep structure’
naar een ‘surface structure’ dmv. tranformaties.
 Surface structure: de manier waarop iets gezegd wordt.
 Deep structure: de onderliggende betekenis van een uiting.
 Deep structures zijn de basis voor surface structures.
Bijvoorbeeld: ‘I like he.. her booking… erm… cooking’.  Surface
structure. Een (mogelijke) deep structure hierbij : 


Maar:

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
19 de marzo de 2018
Número de páginas
8
Escrito en
2017/2018
Tipo
RESUMEN

Temas

$5.28
Accede al documento completo:

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Conoce al vendedor

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
lisanness Vrije Universiteit Amsterdam
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
131
Miembro desde
9 año
Número de seguidores
93
Documentos
18
Última venta
1 año hace

3.7

29 reseñas

5
5
4
13
3
8
2
2
1
1

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes