Aanhouden: Een verdachte van een strafbaar feit rechtens zijn vrijheid ontnemen.
Accuraat: Nauwkeurig.
Actief luisteren: Zodanig luisteren dat de spreker het gevoel krijgt dat de luisteraar
echt wil weten wat de boodschap van de spreker is.
AIVD: Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst.
Administratieve hulpmiddelen: Hulpmiddelen waarop je informatie vastlegt.
Adviesgesprek: Een gesprek waarin advies wordt gegeven.
Afschrift: Schriftelijke kopie.
Agressie: Alle handelingen of opmerkingen met als doel schade aan personen toe te
brengen.
Akoestisch signaal: Een geluidssignaal.
Alarmeren: Hulp inroepen van een interne of externe hulpdienst.
Alarmeringsprocedure: Een afgesproken en vastgelegde handelswijze waarop wordt
gealarmeerd.
Alarmopvolging: De reactie van een mobiel surveillant op een alarmmelding die is
binnengekomen bij een meldkamer of particuliere alarmcentrale.
Alert: Waakzaam en attent.
Algemene instructies: Instructies die voorschrijven hoe de regelmatig terugkerende
taken moeten worden uitgevoerd.
Algemene ronde: een ronde die over het hele object wordt gelopen en waarbij de
hoofd- en nevenpunten worden gecontroleerd.
Allochtoon: Iemand van wie ten minste een van de ouders in het buitenland geboren
is. Daarbij is het niet van belang waar de persoon zelf is geboren.
Animale beveiliging: Een vorm van beveiliging waarbij een dier wordt ingezet,
meestal in combinatie met een begeleider.
Antidiefstalpoortjes: Staande panelen of zuilen bij de uitgang van een winkel waar
een klant tussendoor moet lopen. Als een klant passeert met artikelen waarvan de
‘tag’ niet is verwijderd of gedeactiveerd, gaat een alarm af.
Arbeidsomstandighedenwet: Wet die regels geeft voor veiligheid en gezondheid op
de werkplek.
,Arbeidsongeval: Ongeval dat plaatsvindt tijdens werktijd of als gevolg van
werkzaamheden.
Arbeidsovereenkomst: Een contract waarin de afspraken tussen een werknemer en
een werkgever schriftelijk zijn vastgelegd.
Argumenteren: Redenen aanvoeren om een doel te bereiken.
Arm mengsel: Een mengsel tussen gas en lucht dat niet brandbaar en niet explosief
is.
Assertiviteit: Opkomen voor eigen belangen en wensen.
Autochtoon: Iemand van wie beide ouders in Nederland geboren zijn. Daarbij is het
niet van belang waar de persoon zelf is geboren.
Automatisch toegangscontrolesysteem: Een toegangssysteem waarbij gebruik wordt
gemaakt van biometrische identificatie, smartcards of keycards om na te gaan of
iemand bevoegd is en toestemming heeft om een object binnen te gaan.
Autoriseren: Iemand machtigen, een vergunning geven, toestemming geven of
goedkeuren.
Basispolitiezorg: De kerntaken van de politie waarbij wordt gestreefd naar een zo
veilig en leefbaar mogelijke woonomgeving.
Bedreiging: Het dreigen met lichamelijk geweld of de dood tegen een persoon, zijn
naastten of eigendommen.
Bedrijfsbeveiligingsdienst: Een beveiligingsorganisatie binnen een onderneming die
alleen beveiligingswerkzaamheden uitvoert voor eigen onderneming.
Bedrijfshulpverlening (BHV): De noodzakelijke hulpverlening die een bedrijf zelf
organiseert om bij een brand of bij een ongeval te geven aan iedereen die zich in het
bedrijf of op het bedrijfsterrein bevindt.
Bedrijfsongeval: Ongeval dat plaatsvindt tijdens werktijd of als gevolg van
werkzaamheden.
Bedrijfsreglement: Reglement waarin huisregels zijn opgenomen.
Beroepsethiek: Waarden en normen op het werk.
Beroepshouding: Het geheel van eigenschappen, vaardigheden en houdingsaspecten
die iemand in staat stellen om de beroepstaken naar behoren uit te kunnen voeren.
Besloten object: Object dat niet toegankelijk is, behalve voor eigen personeel,
personeel van derden, leveranciers en bezoekers die toestemming hebben om
binnen te komen.
, Betrekkingsniveau: De manier waarop een boodschap wordt verzonden.
Beveiligen: Het geheel van maatregelen die worden genomen om een object te
beschermen tegen schadelijke invloeden die van binnenuit of buitenaf komen.
Beveiliging tegen personen: Maatregelen om te voorkomen dat mensen die men niet
wil toelaten toch in de organisatie aan het werk gaan.
Beveiliging van personen: Maatregelen om te voorkomen dat mensen lastig worden
gevallen, dat ze lichamelijk iets wordt aangedaan of dat ze worden ontvoerd.
Beveiligingsorganisaties: Een door een of meer personen in stand gehouden
particuliere organisatie die gericht is op het verrichten van
beveiligingswerkzaamheden.
Beveiligingsplan: Een plan waarin elkaar aanvullende beveiligingsmaatregelen en
hulpmiddelen zijn vastgelegd met als doel schadelijke invloeden te voorkomen of de
gevolgen daarvan zo veel mogelijk te beperken.
Beveiligingswerkzaamheden: Het bewaken van de veiligheid van personen of
goederen of het waken voor verstoring van orde en rust op terreinen en in
gebouwen.
Bevoegdheid: Het recht om in een bepaalde situatie zelfstandig te handelen of een
beslissing te nemen.
Bewaken: Een persoon of (een deel van) een object voortdurend in de gaten houden.
Bewust waarnemingsgebied: Gebied van ongeveer 45 graden waarin we bewust en
duidelijk waarnemen.
Bezoekerslijst: Lijst met informatie over bezoekers, op welk tijdstip ze een afspraak
hebben, met wie ze een afspraak hebben en welk nummer er op hun bezoekerspas
staat.
Bezoekerspas: Een pas waarmee een bezoeker kan aantonen dat hij een toegelaten
en geregistreerde bezoeker is.
Bijlage: Bijgevoegd stuk.
Bijzaak: Zaak die niet zo belangrijk is, een bijkomstigheid.
Biometrische identificatie: Identificatie op basis van een techniek waarmee we
unieke persoonsgebonden kenmerken zoals waarnemen, meten, vastleggen en
vervolgens weer kunnen identificeren.
Blusdeken: Deken voor het doven van vlammen, het inwikkelen van in brand
geraakte personen en voor afscherming en afdekking.