Werkcollege 1: Privacyrecht en arbeidsrecht
Deze week staan we stil bij het privacyrecht binnen het arbeidsrecht. In het arbeidsrecht is
sprake van een gezagsverhouding tussen werkgever en werknemer.
Die gezagsverhouding houdt in dat de werkgever het recht heeft de werknemer met betrekking
tot zijn arbeid eenzijdige opdrachten en aanwijzingen te geven en de werknemer daarbij tevens
te controleren op nakoming van die aanwijzingen (zie artikel 7:660 BW). Ook heeft de
werkgever het recht om maatregelen te nemen wanneer aanwijzingen niet worden opgevolgd
door de werknemer. Ten aanzien van de privacy van de werknemer kunnen zich echter in dit
kader twee problemen voordoen. Als eerste zou het zo kunnen zijn dat de desbetreffende
aanwijzing een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de werknemer oplevert. Dat is
bijvoorbeeld het geval als de werkgever elk contact met bijvoorbeeld een echtgenoot tijdens
werktijd verbiedt. Anderzijds is het weer mogelijk dat de controle op een gegeven opdracht of
aanwijzing (die op zichzelf redelijk is) de privacy van de werknemer aantast. Daarvan is
bijvoorbeeld sprake als er afluisterapparatuur is geplaatst onder het bureau van de werknemer.
Leerdoelen:
Aan het eind van deze les kan de student:
1. de belangrijkste begrippen over gegevensbescherming en de Algemene Verordening
Gegevensbescherming beschrijven en toepassen in een casus op het gebied van het
arbeidsrecht;
2. onderkennen of in een casus op het gebied van arbeidsrecht sprake is van een situatie
die mogelijk in strijd is met de Algemene Verordening Gegevensbescherming.
Jurisprudentie
- EHRM 25 juni 1997, NJ 1998,506 (Halford/VK); = ook (privé)telefoongesprekken gevoerd met
een zakelijk toestel, of onder een zakelijk nummer, genieten de bescherming van art. 8 EVRM.
- EHRM 3 april 2007, NJ 2007, 617 (Copland/VK).
Op werkplekken is een zekere mate van privacy.
Opdracht 1
In het Brabantse Herpen zit al jaren het kledingwarenhuis Dress Up. De winkel heeft 25 mensen
in vaste dienst. Dress Up staat bekend om haar goede merken in het assortiment en de
eigenaresse, mevrouw de Haas, heeft klantvriendelijkheid hoog in het vaandel staan. Nu heeft
de winkel de laatste tijd helaas te maken met diefstal door werknemers. Al meerdere keren zijn
er handtassen “verdwenen” uit het magazijn. Waardoor er kleine maar onverklaarbare
voorraadverschillen zijn ontstaan.
Mevrouw de Haas gaat er zonder meer vanuit dat een van de werknemers die tassen mee naar
huis neemt: “Hoe kan er anders een voorraadverschil ontstaan?”. Ze heeft al op allerlei
manieren geprobeerd te achterhalen wie de diefstallen heeft gepleegd. Ook heeft ze de
werknemers via het mededelingenbord in de kantine gewaarschuwd dat diefstal niet wordt
getolereerd. Dat alles blijkt echter zonder succes te zijn: vorige week is er weer een tas
weggenomen. Ze is er klaar mee en heeft een beslissing genomen: “Ik hang gewoon verborgen