Les 26: Vocht- en infuusbeleid
beargumenteren hoe een vocht- en volumebalans tot stand komt;
beargumenteren wanneer gekozen wordt voor een zekere infuusvloeistof en de
voor- en nadelen hiervan benoemen;
benoemen welke bloedproducten er gebruikt kunnen worden;
beargumenteren waarom er voor een bepaald bloedproduct gekozen wordt;
beschrijven welke observaties m.b.t. de vitale functies je dan kunt waarnemen;
beschrijven welke verpleegkundige interventies er al dan niet getroffen moeten
worden.
Homeostase
- Het binnen bepaalde grenzen constant zijn
en houden van de samenstelling van het
intern milieu
- Homoios = gelijk, stasis= blijven
De mens
40% opgeloste en vaste stoffen
60% water:
o 35% intracellulair (rijk aan eiwitten,
waterige kalium-magnesium-
fosfaatoplossing)
o 25% extracellulair:
- 15% interstitieel (tussen de
weefsels, is eiwitarm)
- 5% intravasculair
- 5% gal, maag- en darmvocht,
liquor, urine
Toedieningsweg en plaats
Subcutaan
Perifeer intraveneus
o Handrug
- Tromboflebitis
- Pijn
- Onhandig voor patiënt
o Onderarm
- Nauwelijks pijnlijk
- Minder kans op tromboflebitis
o Been
- Hoog infectie risico
Centraal veneus ( kans op een klaplong)
o Indicaties:
- Hoge belasting perifere aders
- Belang continue toegang voor veel verschillende medicijnen en
bloedafnames
- Perifere aders moeilijk aan te prikken
- Noodzaak van voiding intraveneus wat niet perifeer kan
beargumenteren hoe een vocht- en volumebalans tot stand komt;
beargumenteren wanneer gekozen wordt voor een zekere infuusvloeistof en de
voor- en nadelen hiervan benoemen;
benoemen welke bloedproducten er gebruikt kunnen worden;
beargumenteren waarom er voor een bepaald bloedproduct gekozen wordt;
beschrijven welke observaties m.b.t. de vitale functies je dan kunt waarnemen;
beschrijven welke verpleegkundige interventies er al dan niet getroffen moeten
worden.
Homeostase
- Het binnen bepaalde grenzen constant zijn
en houden van de samenstelling van het
intern milieu
- Homoios = gelijk, stasis= blijven
De mens
40% opgeloste en vaste stoffen
60% water:
o 35% intracellulair (rijk aan eiwitten,
waterige kalium-magnesium-
fosfaatoplossing)
o 25% extracellulair:
- 15% interstitieel (tussen de
weefsels, is eiwitarm)
- 5% intravasculair
- 5% gal, maag- en darmvocht,
liquor, urine
Toedieningsweg en plaats
Subcutaan
Perifeer intraveneus
o Handrug
- Tromboflebitis
- Pijn
- Onhandig voor patiënt
o Onderarm
- Nauwelijks pijnlijk
- Minder kans op tromboflebitis
o Been
- Hoog infectie risico
Centraal veneus ( kans op een klaplong)
o Indicaties:
- Hoge belasting perifere aders
- Belang continue toegang voor veel verschillende medicijnen en
bloedafnames
- Perifere aders moeilijk aan te prikken
- Noodzaak van voiding intraveneus wat niet perifeer kan