100% de satisfacción garantizada Inmediatamente disponible después del pago Tanto en línea como en PDF No estas atado a nada 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting Extra informatie Formeel belastingrecht

Puntuación
-
Vendido
1
Páginas
6
Subido en
07-02-2018
Escrito en
2017/2018

Extra informatie, zoals belangrijke of moeilijke vragen, voor het vak Formeel belastingrecht.

Institución
Grado









Ups! No podemos cargar tu documento ahora. Inténtalo de nuevo o contacta con soporte.

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
7 de febrero de 2018
Número de páginas
6
Escrito en
2017/2018
Tipo
Resumen

Temas

Vista previa del contenido

1. Is een inspecteur gebonden aan een schriftelijke overeenkomst met een belastingplichtige? En
zo ja, op grond waarvan? Zo nee, waarom niet? Noem hierbij de relevante bepalingen.
De inspecteur is gebonden aan de overeenkomst op grond van het vertrouwensbeginsel. Daarbij kan
ervan uitgegaan worden dat de overeenkomst niet zozeer in strijd is met de wet dat niet op nakoming
kan worden vertrouwd. Het kwalificeert als een toezegging op grond van het fiscale recht. De
overeenkomst kan daarnaast kwalificeren als een vaststellingsovereenkomst in de zin van art. 7:900
BW. De inspecteur is dan eveneens gebonden aan de overeenkomst op grond van het civiele recht. De
nadere regels omtrent een vaststellingsovereenkomst zijn te vinden in par. 25 Besluit Fiscaal
Bestuursrecht.


2. Vindt u dat in dit geval een rechtsgeldige overeenkomst is gesloten? Motiveer uw antwoord en
noem de relevante bepalingen.
De vraag is hier of de overeenkomst contra legem. Voor zover getwijfeld zou kunnen worden over de
legitimiteit van de afspraak omtrent de heffingskorting is in ieder geval duidelijk dat de afspraak over
de storting op de bankrekening van de Belastingdienst contra legem is. De legitimiteit van de afspraken
is relevant voor de beoordeling of de belastingplichtige mag vertrouwen op deze overeenkomst (zie
antwoord vraag 1) maar het kan ook een rol spelen bij de rechtsgeldigheid van de
vaststellingsovereenkomst ex art. 7:900 BW. Daarbij kan als volgt geredeneerd worden:
 De overeenkomst is bij aanvang al niet rechtsgeldig waardoor niet met succes een beroep
gedaan kan worden op art. 7:902 BW. Zie ook par. 25,11 Besluit Fiscaal Bestuursrecht. Tevens
kan betoogd worden dat de overeenkomst in strijd is met de goede zeden en openbare orde.
Deze situatie wordt uitgezonderd door art. 7:902 BW.


3. Als de aangifte loonbelasting te laat is gedaan, dan kan op twee gronden boetes worden opgelegd:
voor het niet tijdig doen van aangifte (te laat) en voor het niet doen van aangifte.


4. Is de inspecteur bevoegd om de boete op een ander bedrag vast te stellen dan het in de wet
genoemde bedrag?
De boete mag niet hoger worden vastgesteld dan wat er in de wet staat. Verder moet de boete moet
passend en geboden zijn ex art. 5:46 Awb. Bij de straftoemeting kan rekening worden gehouden met
straf verminderende of straf vermeerderende omstandigheden zoals genoemd in par. 6,7 of 22, 22a van
het BBBB. Dit staat ter vrije beoordeling van de inspecteur.
 De boete kan echter niet meer bedragen dan het wettelijk maximum van 100%.


5. Noem de twee bepalingen op grond waarvan in het algemeen de mogelijkheid bestaat aan een
adviseur een boete op te leggen. Noem ook de deelnemingsvarianten die in deze bepalingen
beboetbaar zijn gesteld en leg kort uit wat het verschil is tussen deze deelnemingsvarianten.
Op grond van artikel 5:1, lid 2 Awb aan medepleger of feitelijk leidinggever ex art. 5:1, lid 3, Awb en
op grond van artikel 67o AWR ten aanzien van de doen pleger, uitlokker en medeplichtigen. Geef dan
nog een omschrijving van de verschillende daderschapsvormen.




1

, 6. De inspecteur krijgt ook van de accountant geen inzage in de administratie van Viktor en kan
daardoor de aangiftes omzetbelasting over de jaren 2013 t/m 2015 niet controleren. Noem twee
maatregelen die de inspecteur hier kan ondernemen en onderbouw die met wettelijke bepalingen.
De inspecteur kan de informatie afdwingen via de civiele rechter op grond van art. 52a, lid 4 AWR
(onder last van een dwangsom). Verder kan de inspecteur natuurlijk een informatiebeschikking
vaststellen o.g.v. art. 52a AWR.


7. Mag de inspecteur 2 boetes opleggen?
Er een verplichting om te kiezen op grond van het ne bis in idem beginsel. Dit is neergelegd in art. 5:43
Awb. Daarvoor is het van belang dat het gaat om hetzelfde feit (Hoge Raad 11 februari 2011). Het ne
bis in idem beginsel is bovendien neergelegd in par. 15 BBBB. Als evenwel een verzuimboete is
opgelegd kan nog wel een vergrijpboete worden opgelegd voor hetzelfde feit doch alleen als er sprake
is van nieuwe bezwaren ex art. 67q AWR.

8. Is er voor de inspecteur een mogelijkheid om een boete op te leggen aan de belastingadviseur?
Zo ja, op grond waarvan? Zo nee, waarom niet?
Ja, dat kan op grond van uitlokking, op grond van medeplegen of medeplichtigheid. Art. 67o AWR
t.a.v. de uitlokking en medeplichtigheid en art. 5:1, lid 2 Awb ten aanzien van medeplegen. In casus
lijkt sprake te zijn van medeplegen. Daarbij is relevant dat voldaan wordt aan het dubbele opzet
criterium:
- Er moet dus opzettelijk zijn samengewerkt om opzettelijk het strafbare feit te plegen,
- Waarbij een zekere gelijkwaardigheid bestaat in betrokkenheid.
Bij medeplichtigheid speelt de belastingadviseur een meer ondersteunende rol.


8. Een pro forma bezwaarschrift: is een bezwaarschrift zonder gronden ex art. 6:5 Awb om de termijn
veilig te stellen. Op grond van art. 6:6 Awb wordt vervolgens gelegenheid geboden om dit verzuim te
herstellen. Zie ook art. 8 BFB.


9. Stel dat Anja tijdig haar bezwaarschrift heeft ingediend maar per abuis heeft ze het
bezwaarschrift naar de verkeerde inspecteur gestuurd. Vervolgens komt het bezwaarschrift te
laat binnen bij de juiste eenheid van de Belastingdienst en dus de juiste inspecteur. Wat zijn
hiervan de gevolgen?
Geen, want als het bezwaarschrift tijdig is ingediend bij een onbevoegd bestuursorgaan dan wordt op
grond van art. 6:15, lid 3 Awb de termijn van indiening bij dit laatste bestuursorgaan gezien als de
termijn van indiening, tenzij sprake is van onredelijk gebruik van procesrecht. Het bezwaarschrift
wordt vervolgens doorgestuurd naar het bevoegde orgaan ex art. 6:15, lid 1 Awb.


10. Correctie van een eerdere onjuiste formalisering van de materiële belastingschuld kan eventueel via
een navorderingsaanslag. Daarvoor is een nieuw feit vereist. Een nieuw feit is afwezig als de inspecteur
een ambtelijk verzuim heeft begaan (uitzonderingen zijn kwade trouw en (kenbare) fouten van art 16,
lid 2 AWR).




2
$4.17
Accede al documento completo:

100% de satisfacción garantizada
Inmediatamente disponible después del pago
Tanto en línea como en PDF
No estas atado a nada


Documento también disponible en un lote

Conoce al vendedor

Seller avatar
Los indicadores de reputación están sujetos a la cantidad de artículos vendidos por una tarifa y las reseñas que ha recibido por esos documentos. Hay tres niveles: Bronce, Plata y Oro. Cuanto mayor reputación, más podrás confiar en la calidad del trabajo del vendedor.
Simonevd23 Tilburg University
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
62
Miembro desde
11 año
Número de seguidores
52
Documentos
63
Última venta
2 año hace

3.0

19 reseñas

5
2
4
5
3
7
2
1
1
4

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes