Tentamenstof deeltentamen 2
- HC 4 - MHC-diversiteit, migratie, anti-tumor therapie
Isotypen: De verschillende eiwitten (producten) van één gen
Allotypen: De verschillende genen
Hoe meer allotypen en isotypen, hoe groter de diversiteit
De hoeveelheid verschillende soorten MHC beïnvloedt de presentatie van peptides. De allelvariatie
treedt op in de bindingsgroeve. De peptideherkenning krijgt zo een grotere variatie.
Je krijgt één MHC allel van je vader en één van je moeder.
MHC is polymorfisch, er zijn meerdere varianten van één gen aanwezig binnen een populatie.
MHC class I: HLA-A, B, C
MHC class II: HLA-DR, DQ, DP Het soort MHC bepaalt welk type T-cel geactiveerd wordt.
1
,De groene bolletjes zijn anchor residues die de peptides in een MHC-molecuul vastzetten.
HLA-typen worden geassocieerd met ziekten, o.a. ziekte van bechterew (B27), reuma (DR4), MS (DR2)
en Coeliakie (DR3).
De T-celreceptor herkent het MHC met een peptide. Op één MHC passen meerdere soorten peptides.
Antigeen presentatie heet ook wel MHC restrictie.
De MHC-diversiteit is ontstaan door selectie tijdens infectieziekten. Hoe meer verschillende MHC-
moleculen hoe, meer peptides het herkennen.
MHC heterozygotie vertraagt de progressive van AIDS.
Hoge polymorfie
HLA klasse I
Homozygoot voor 1
HLA klasse I locus
Homozygoot voor 2-3
HLA klasse I loci
Kortom; HLA klasse 1 polymorfisme, isotypes en allotypes zorgen voor een grotere diversiteit van
pathogeenherkenning. Polymorfisme vindt plaats in het peptidebindend domein, en beïnvloed de
peptide presentatie. Het voordeel van heterozygote HLA expressie is dat er meer verschillende
peptides presenteerd kunnen worden. De bescherming tegen pathogenen is zo beter. Het ontstaan
van nieuwe HLA allelen zorgt voor betere bescherming tegen pathogenen.
De dendritische cellen zijn antigeenpresenterende cellen die via de lymfeklieren naar de drainerende
lymfeklier gaan en daar het antigeen presenteren aan T-cellen.
2
,Immature/onrijpe DC: Door fagocytose worden (bacteriële) antigenen opgenomen.
Mature/ rijpe DC: De dendritische cellen die in de lymfeklier zijn aangekomen en T-cellen activeren.
De geactiveerde T-cellen verlaten de lymfeklier via de efferente lymfevaten.
De naïeve T-cel komen het bloed binnen via 2 verschillende routes;
1. Door het bloed
2. Door een afferent lymfevat die komt van een lymfeklier
Intracellulair antigeen; MHC-1, activeert CD8 cellen (cytotoxische T-cellen)
Extracellulair antigeen; MHC-2, activeert CD4 cellen (T-helpercellen)
Je kunt de afweer inzetten tegen kanker. Je kunt vaccineren met antigenen of met een activator van
de dendritische cel (adjuvant). De adjuvanten zijn DC maturatie, CD4-activatie, CD8-activatie of een
virale component.
Voor het activeren van een naïeve T-cel zijn meerdere signalen nodig.
1. MHC-presentatie met antigeen dat wordt herkend door de T-cel
2. Co-stimulatie (B7 en CD24)
3. Cytokinen
3
, 4
- HC 4 - MHC-diversiteit, migratie, anti-tumor therapie
Isotypen: De verschillende eiwitten (producten) van één gen
Allotypen: De verschillende genen
Hoe meer allotypen en isotypen, hoe groter de diversiteit
De hoeveelheid verschillende soorten MHC beïnvloedt de presentatie van peptides. De allelvariatie
treedt op in de bindingsgroeve. De peptideherkenning krijgt zo een grotere variatie.
Je krijgt één MHC allel van je vader en één van je moeder.
MHC is polymorfisch, er zijn meerdere varianten van één gen aanwezig binnen een populatie.
MHC class I: HLA-A, B, C
MHC class II: HLA-DR, DQ, DP Het soort MHC bepaalt welk type T-cel geactiveerd wordt.
1
,De groene bolletjes zijn anchor residues die de peptides in een MHC-molecuul vastzetten.
HLA-typen worden geassocieerd met ziekten, o.a. ziekte van bechterew (B27), reuma (DR4), MS (DR2)
en Coeliakie (DR3).
De T-celreceptor herkent het MHC met een peptide. Op één MHC passen meerdere soorten peptides.
Antigeen presentatie heet ook wel MHC restrictie.
De MHC-diversiteit is ontstaan door selectie tijdens infectieziekten. Hoe meer verschillende MHC-
moleculen hoe, meer peptides het herkennen.
MHC heterozygotie vertraagt de progressive van AIDS.
Hoge polymorfie
HLA klasse I
Homozygoot voor 1
HLA klasse I locus
Homozygoot voor 2-3
HLA klasse I loci
Kortom; HLA klasse 1 polymorfisme, isotypes en allotypes zorgen voor een grotere diversiteit van
pathogeenherkenning. Polymorfisme vindt plaats in het peptidebindend domein, en beïnvloed de
peptide presentatie. Het voordeel van heterozygote HLA expressie is dat er meer verschillende
peptides presenteerd kunnen worden. De bescherming tegen pathogenen is zo beter. Het ontstaan
van nieuwe HLA allelen zorgt voor betere bescherming tegen pathogenen.
De dendritische cellen zijn antigeenpresenterende cellen die via de lymfeklieren naar de drainerende
lymfeklier gaan en daar het antigeen presenteren aan T-cellen.
2
,Immature/onrijpe DC: Door fagocytose worden (bacteriële) antigenen opgenomen.
Mature/ rijpe DC: De dendritische cellen die in de lymfeklier zijn aangekomen en T-cellen activeren.
De geactiveerde T-cellen verlaten de lymfeklier via de efferente lymfevaten.
De naïeve T-cel komen het bloed binnen via 2 verschillende routes;
1. Door het bloed
2. Door een afferent lymfevat die komt van een lymfeklier
Intracellulair antigeen; MHC-1, activeert CD8 cellen (cytotoxische T-cellen)
Extracellulair antigeen; MHC-2, activeert CD4 cellen (T-helpercellen)
Je kunt de afweer inzetten tegen kanker. Je kunt vaccineren met antigenen of met een activator van
de dendritische cel (adjuvant). De adjuvanten zijn DC maturatie, CD4-activatie, CD8-activatie of een
virale component.
Voor het activeren van een naïeve T-cel zijn meerdere signalen nodig.
1. MHC-presentatie met antigeen dat wordt herkend door de T-cel
2. Co-stimulatie (B7 en CD24)
3. Cytokinen
3
, 4