Schema Kant
Inleiding in cursus!
Kant vertrekt vanuit het succes van de natuurwetenschappen. Het
succes van de natuurwetenschappen komt doordat het menselijk subject
centraal staat. Hierdoor is alle kennis herleidt naar de
natuurwetenschappen maar wat met de vragen die niet kunnen
beantwoord worden door de natuurwetenschappen?
Het gaat hier over metafysische vragen.
Uitgangspunt: kan de metafysica met dezelfde zekerheid beantwoord
worden als de fysica?
Om hier op te antwoorden moeten we eerst weten wat de zekerheid aan
fysica geeft.
Tegen wie reageert hij: hij reageert hiermee tegen de volgers van
Descartes, de empiristen en rationalisten.
Kant gaat tegen het rationalisme reageren vanuit het empirisme door
Hume. Hij reageert op het feit dat het zintuigelijke geen plaats heeft.
Rationalisten vs. empiristen
- Rationalisten: hun fundament is het verstand, zij leggen het
fundament van zekere kennis is de ratio.
- Empiristen: zij leggen het fundament voor zekere kennis de
zintuiglijkheid. Kennis komt verder uit ervaringen, ons verstand is
leeg en moet gevuld worden met ervaringen.
David Hume: Engelse filosoof, hij is een empirist. Hij gaat het extreme
van het empirisme laten zien om zo het probleem te laten zien. Het
probleem is dat er geen algemene kennis meer is.
Bv. causaliteit, wat je niet ziet kan je niet waarnemen. Voorbeeld van het
paard met kar.
Hier mee wilt hij aantonen dat als je het zintuigelijke als fundament
neemt dat je causaliteit niet kan funderen.
Wetenschap is eigenlijk geloof, science is belief.
- Wetenschap bestaat uit wetmatigheden.
- Bv. water kookt op 100°C, iedereen weet dit, maar je gaat dit toch
niet elke dag opnieuw testen. Dus je kan er niet elke keer weer
zeker van zijn. Het zal waarschijnlijk zeker zijn.
Voorbeeld biljartballen, we zien de ballen bewegen maar we zien het
verband tussen de ballen niet.
Kant zegt dat we het zintuiglijke nodig hebben maar dat we het verstand
nodig hebben om verbanden te kunnen leggen.
Hume zegt: ‘Als we als fundament voor zekere kennis het zintuiglijke
nemen, we de wetenschap niet kunnen funderen. Dan spreken we niet
over algemeen geldende kennis maar over aannamen en geen
zekerheid.’
Zo heeft Hume Kant wakker gemaakt uit zijn dogmatische slaap.
Dit is het beginpunt van Kant, het empirisme en rationalisme
samenbrengen, dit zal hij het idealisme noemen.
Inleiding in cursus!
Kant vertrekt vanuit het succes van de natuurwetenschappen. Het
succes van de natuurwetenschappen komt doordat het menselijk subject
centraal staat. Hierdoor is alle kennis herleidt naar de
natuurwetenschappen maar wat met de vragen die niet kunnen
beantwoord worden door de natuurwetenschappen?
Het gaat hier over metafysische vragen.
Uitgangspunt: kan de metafysica met dezelfde zekerheid beantwoord
worden als de fysica?
Om hier op te antwoorden moeten we eerst weten wat de zekerheid aan
fysica geeft.
Tegen wie reageert hij: hij reageert hiermee tegen de volgers van
Descartes, de empiristen en rationalisten.
Kant gaat tegen het rationalisme reageren vanuit het empirisme door
Hume. Hij reageert op het feit dat het zintuigelijke geen plaats heeft.
Rationalisten vs. empiristen
- Rationalisten: hun fundament is het verstand, zij leggen het
fundament van zekere kennis is de ratio.
- Empiristen: zij leggen het fundament voor zekere kennis de
zintuiglijkheid. Kennis komt verder uit ervaringen, ons verstand is
leeg en moet gevuld worden met ervaringen.
David Hume: Engelse filosoof, hij is een empirist. Hij gaat het extreme
van het empirisme laten zien om zo het probleem te laten zien. Het
probleem is dat er geen algemene kennis meer is.
Bv. causaliteit, wat je niet ziet kan je niet waarnemen. Voorbeeld van het
paard met kar.
Hier mee wilt hij aantonen dat als je het zintuigelijke als fundament
neemt dat je causaliteit niet kan funderen.
Wetenschap is eigenlijk geloof, science is belief.
- Wetenschap bestaat uit wetmatigheden.
- Bv. water kookt op 100°C, iedereen weet dit, maar je gaat dit toch
niet elke dag opnieuw testen. Dus je kan er niet elke keer weer
zeker van zijn. Het zal waarschijnlijk zeker zijn.
Voorbeeld biljartballen, we zien de ballen bewegen maar we zien het
verband tussen de ballen niet.
Kant zegt dat we het zintuiglijke nodig hebben maar dat we het verstand
nodig hebben om verbanden te kunnen leggen.
Hume zegt: ‘Als we als fundament voor zekere kennis het zintuiglijke
nemen, we de wetenschap niet kunnen funderen. Dan spreken we niet
over algemeen geldende kennis maar over aannamen en geen
zekerheid.’
Zo heeft Hume Kant wakker gemaakt uit zijn dogmatische slaap.
Dit is het beginpunt van Kant, het empirisme en rationalisme
samenbrengen, dit zal hij het idealisme noemen.