HC 40: KLARING EN GFR D
B
RBF = Renal Blood Flow
RPF = Renal Plasma Flow
GFR = Glomerular Filtration Rate
Primaire functie van de nier:
- Behouden volumebalans door regulatie van NaCl balans
- Behouden van osmolariteit door regulatie waterbalans
- Behouden balans andere elektrolyten
- Detoxificatie
- Aanmaak hormonen (epo, vitamine D, renine)
Normale output = 1 L/min 500 ml per nier
Renal plasma flow = 600 ml/min 300 ml per nier
Verminderde nierfunctie:
- Verlies vaatnetwerk
Veroudering
Hypertensie
Diabetes
Chronische nierziekte
- Minder filtratie plaatsen
- Dus filtratie moet sneller
meer slijtage
podocyten vormen de buitenste
laag van de filtratielaag.
GFR = het aantal ml aan voorurine dat per minuut
in de ruimte van bowman ontstaat, opgeteld voor
alle nefronen samen.
Normaal = ~ 125 ml/min
Per dag: 180 L voorurine
Verdeling van water over compartimenten van het
lichaam:
,Dus: terugwinnen filtraat
- Grootste deel: proximale tubulus contorus
- Stijgende deel Lis van Henle (15%)
- Distale tubulus contorus (~5%)
Filtratiefractie = GFR / RPF = = 0,20
Glomerulaire filtratie wordt bevordert door:
- Elektrochemische gradiënt
- Osmotische druk (principe van een semi-permeabel membraan waar deeltjes niet
doorheen kunnen water gaat zich verplaatsen)
Crystalloid osmotische druk
Colloïd osmotische druk = oncotische druk (druk die eiwitten toevoegen)
- Hydrostatische druk
Netto filtratie druk = hydrostatische druk GC – oncotische druk GC – hydrostatische druk BC
GC = glomulaire capillairen
BC = Bowman Capsule
Filtratiedruk aan efferente kant is lager dan aan de afferente kant, want:
drukken op verschillende plekken
wat bepaald of een stof in de BC eindigt:
- GFR (hangt af van hydrostatische druk in de
glomeruli, waarbij deze (deels) afhangt van
de RPF)
- Eigenschappen van het molecuul:
Grootte (gewicht in dalton) (radius)
Lading
Dit wordt weergegeven met de sieving coëfficiënt:
1 = geen belemmering van filtratie
< 0,01 = geen of nauwelijks passage
De bloeddruk in capillairen van de glomeruli is dus
veel hoger vanwege de grote bloedflow en de
aanwezigheid van afferente en efferente arteriolen.
,De afferente en efferente arteriolen zijn op elkaar afgestemd om de hydrostatische druk in het
kapsel van Bowman ongeveer gelijk te houden.
Onder microscoop:
Waarom telt de lading mee?
Glycocalyx in de filtratielaag negatief geladen negatief geladen deeltjes worden
minder makkelijk doorgelaten
Kleine eiwitten kunnen passeren, maar worden in de proximale tubulus contorus
geresorbeerd.
Samenvatting:
Berekenen van het GFR bij een persoon:
- Voor een stof die geen tubulaire resorptie kent en geen secretie (zoals insuline) geldt:
Hoeveelheid gefilterd = hoeveelheid in ruimte van Bowman = hoeveelheid in urine
GFR kan dus worden berekend door de hoeveelheid van deze stof in de urine te
meten.
- Bijvoorbeeld insuline
, Formule:
V L * 700
Klaring = snelheid waarmee een stof in de urine wordt uitgescheiden
Bij insuline geldt: klaring = GFR
Bij natrium geldt: klaring is niet GFR (terugresorptie)
Rekenvoorbeeld:
Meting van de nierfunctie: kreatinine (= afbraakproduct van spier)
Benadert de GFR. Het wordt gefiltreerd, niet geresorbeerd maar wel uitgescheiden
(bloedvaten), dus 10% overschatting.
Berekening klaring van kreatine:
Gouden standaard GFR = insuline klaring
B
RBF = Renal Blood Flow
RPF = Renal Plasma Flow
GFR = Glomerular Filtration Rate
Primaire functie van de nier:
- Behouden volumebalans door regulatie van NaCl balans
- Behouden van osmolariteit door regulatie waterbalans
- Behouden balans andere elektrolyten
- Detoxificatie
- Aanmaak hormonen (epo, vitamine D, renine)
Normale output = 1 L/min 500 ml per nier
Renal plasma flow = 600 ml/min 300 ml per nier
Verminderde nierfunctie:
- Verlies vaatnetwerk
Veroudering
Hypertensie
Diabetes
Chronische nierziekte
- Minder filtratie plaatsen
- Dus filtratie moet sneller
meer slijtage
podocyten vormen de buitenste
laag van de filtratielaag.
GFR = het aantal ml aan voorurine dat per minuut
in de ruimte van bowman ontstaat, opgeteld voor
alle nefronen samen.
Normaal = ~ 125 ml/min
Per dag: 180 L voorurine
Verdeling van water over compartimenten van het
lichaam:
,Dus: terugwinnen filtraat
- Grootste deel: proximale tubulus contorus
- Stijgende deel Lis van Henle (15%)
- Distale tubulus contorus (~5%)
Filtratiefractie = GFR / RPF = = 0,20
Glomerulaire filtratie wordt bevordert door:
- Elektrochemische gradiënt
- Osmotische druk (principe van een semi-permeabel membraan waar deeltjes niet
doorheen kunnen water gaat zich verplaatsen)
Crystalloid osmotische druk
Colloïd osmotische druk = oncotische druk (druk die eiwitten toevoegen)
- Hydrostatische druk
Netto filtratie druk = hydrostatische druk GC – oncotische druk GC – hydrostatische druk BC
GC = glomulaire capillairen
BC = Bowman Capsule
Filtratiedruk aan efferente kant is lager dan aan de afferente kant, want:
drukken op verschillende plekken
wat bepaald of een stof in de BC eindigt:
- GFR (hangt af van hydrostatische druk in de
glomeruli, waarbij deze (deels) afhangt van
de RPF)
- Eigenschappen van het molecuul:
Grootte (gewicht in dalton) (radius)
Lading
Dit wordt weergegeven met de sieving coëfficiënt:
1 = geen belemmering van filtratie
< 0,01 = geen of nauwelijks passage
De bloeddruk in capillairen van de glomeruli is dus
veel hoger vanwege de grote bloedflow en de
aanwezigheid van afferente en efferente arteriolen.
,De afferente en efferente arteriolen zijn op elkaar afgestemd om de hydrostatische druk in het
kapsel van Bowman ongeveer gelijk te houden.
Onder microscoop:
Waarom telt de lading mee?
Glycocalyx in de filtratielaag negatief geladen negatief geladen deeltjes worden
minder makkelijk doorgelaten
Kleine eiwitten kunnen passeren, maar worden in de proximale tubulus contorus
geresorbeerd.
Samenvatting:
Berekenen van het GFR bij een persoon:
- Voor een stof die geen tubulaire resorptie kent en geen secretie (zoals insuline) geldt:
Hoeveelheid gefilterd = hoeveelheid in ruimte van Bowman = hoeveelheid in urine
GFR kan dus worden berekend door de hoeveelheid van deze stof in de urine te
meten.
- Bijvoorbeeld insuline
, Formule:
V L * 700
Klaring = snelheid waarmee een stof in de urine wordt uitgescheiden
Bij insuline geldt: klaring = GFR
Bij natrium geldt: klaring is niet GFR (terugresorptie)
Rekenvoorbeeld:
Meting van de nierfunctie: kreatinine (= afbraakproduct van spier)
Benadert de GFR. Het wordt gefiltreerd, niet geresorbeerd maar wel uitgescheiden
(bloedvaten), dus 10% overschatting.
Berekening klaring van kreatine:
Gouden standaard GFR = insuline klaring