1
Fysiologie van de pasgeborene
Evolutie van morbiditeit en mortaliteit
Definities
Mortaliteit
Verlossing = geboorte van 1 of meer kinderen met een
gewicht groter dan 500gram uit 1moeder
(tweeling is 1 verlossing, en 2 geboortes)
Geboorte = uitdrijving van 1 kind, levend of dood, dat meer
dan 500gram weegt, of meer dan 22weken
zwangerschap of meer dan 25cm lengte
Pariteit= aantal verlossingen die een vrouw heeft
meegemaakt: primipara = 1, mulitpara = 2+
Vroeggeboorte = bevalling voor 37ste week
Laag geboortegewicht = geboortegewicht minder dan 2500gram
Foetale sterfte = ieder doodgeboren kind dat 500gr of meer
weegt
Vroeg-neonatale sterfte = overlijden van een levend geboren kind met een
geboortegewicht van 500gr of meer, voor de 8 ste
dag na de bevalling
Perinatale sterfte = de som van de foetale en vroegneonatale sterfte
Neonatale sterfte = overlijden van een levend geboren kind met een
geboortegewicht van 500gr of meer, vanaf de 8 ste
dag tot de 28ste dag na de geboorte
Postneonatale sterfte = overlijden van een levend geboren kind met een
geboortegewicht van 500gr of meer, vanaf de
29ste dag tot de 365ste dag na de geboorte
Zuigelingensterfte = overlijden van een levend geboren kind met een
geboortegewicht van 500gr of meer, binnen het
eerste levensjaar
Morbiditeit
Het aantal ziektegevallen op 100 000 levenden
, 2
Evolutie van mortaliteitsindices
In ons land is er een constante daling van de perinatale sterfte en van de zuigelingensterfte
Goede graadmeter voor de medische zorg in ons land, maar ook afhankelijk van
sociaaleconomische omstandigheden
De perinatale sterfte in Vlaanderen behoort tot de laagste in de wereld
De perinatale mortaliteit bedraagt 7,1% (4,3% doodgeboren, 2,8% in de eerste week)
Fysiologie van de intra-uteriene groei
Duur van de zwangerschap
Voldragen of à terme: 37 – 41weken, gem. 40weken (92,6%)
Vroeggeboorte of preterm: <37weken
o Prematuur: 33-36weken (6,4%)
o Immatuur: 20-32weken (0,4%)
Overdragen, postterm of serotien: >42weken
Geboortegewicht
Normaal geboortegewicht: 2500 – 4000gram
Laag geboortegewicht: 1000-2500gram
Extreem laag geboortegewicht: minder dan 1000gram
Dysmatuur of groeiachterstand: het geboortegewicht te laag is voor de zwangerschapsduur
(intra-uteriene groeiretardatie IUGR) adhv curves (als gewicht onder P10 zit)
Macrosoom: geboortegewicht is hoog voor de zwangerschapsduur
Geboortelengte
Normaal: 48-52cm
Microsoom: <47cm
Macrosoom: >52cm
Schedelomtrek
Normaal: 33-38cm
Microsephalie: <33cm
Macrosephalie: >38cm
Formule voor schedelomtrek te bepalen tot 1jaar
Microsephalie kan te wijten zijn aan een aangeboren syndroom (bv: Downsyndroom) of een
intra-uteriene infectie (bv: rubella of toxoplasmose)
Macrosephalie kan te wijten zijn aan een hydrocephalie (waterhoofd), een stapelingsziekte
(Mucopolysaccharidose) of een Sotos syndroom (cerebraal gigantisme met leerstoornissen)
, 3
Apgarscore
De toestand van de baby wordt bepaald op 1min, 5min en 10min na de geboorte
De apgar score op 5min is belangrijk, want het geeft aan hoe snel de baby recupereert
De meeste pasgeborenen hebben geen reanimatie nodig, onmiddellijk na de geboorte
beginnen zij te huilen, normaal te ademen en worden ze roze
De baby wordt aan de mama gegeven nadat hij bedekt is met een warme doek om afkoeling
te voorkomen
Wanneer de baby niet snel een normale ademhaling vertoont, dan wordt hij overgebracht
naar de reanimatietafel, de warmtelamp voorkomt dan afkoeling
o Ademhaling 1ste minuut onregelmatig en oppervlakkig en hartritme >100/min
extra zuurstof met slang van ambu (Apgar 5-7)
o Kind niet start met ademhalen of hartslag daalt tot <100/min
reanimatie met masker en hartmassage (Apgar 3-4)
o Wanneer de baby niet onmiddellijk verbeter of wanneer de baby duidelijk in zeer
slecht toestand is
geintubeerd en medicatie toegediend (Apgar 0-2)
Onderzoek van de pasgeborene
Routine onderzoek van de pasgeborene
Algemene observatie van het uitzicht van de baby, zijn lichaamshouding en bewegingen
Gewicht, lengte en schedelomtrek worden gemeten en uitgezet in een percentielcurve
De schedelnaden en fontannelen worden gepalpeerd
o overlangse schedelnaad vaak breed open, dwarse vertoont dikwijls overlapping
o grote fontanel gespannen en baby huilt niet verhoogde druk in hersenen
(waterhoofd) controle door echografie
o waterhoofd kan laattijdig gevolg zin van hersenvliesontsteking
aangezicht wordt geobserveerd
o als het abnormaal is kan dit het gevolg zijn van een syndroom eventueel geneticus
raadplegen
huidkleur van baby wordt gecontroleerd
o als baby vuurrood of bleek ziet bloedonderzoek om een teveel aan rode
bloedcellen of bloedarmoede op te sporen
o geelzucht gedurende eerste 24u verder onderzoek
Fysiologie van de pasgeborene
Evolutie van morbiditeit en mortaliteit
Definities
Mortaliteit
Verlossing = geboorte van 1 of meer kinderen met een
gewicht groter dan 500gram uit 1moeder
(tweeling is 1 verlossing, en 2 geboortes)
Geboorte = uitdrijving van 1 kind, levend of dood, dat meer
dan 500gram weegt, of meer dan 22weken
zwangerschap of meer dan 25cm lengte
Pariteit= aantal verlossingen die een vrouw heeft
meegemaakt: primipara = 1, mulitpara = 2+
Vroeggeboorte = bevalling voor 37ste week
Laag geboortegewicht = geboortegewicht minder dan 2500gram
Foetale sterfte = ieder doodgeboren kind dat 500gr of meer
weegt
Vroeg-neonatale sterfte = overlijden van een levend geboren kind met een
geboortegewicht van 500gr of meer, voor de 8 ste
dag na de bevalling
Perinatale sterfte = de som van de foetale en vroegneonatale sterfte
Neonatale sterfte = overlijden van een levend geboren kind met een
geboortegewicht van 500gr of meer, vanaf de 8 ste
dag tot de 28ste dag na de geboorte
Postneonatale sterfte = overlijden van een levend geboren kind met een
geboortegewicht van 500gr of meer, vanaf de
29ste dag tot de 365ste dag na de geboorte
Zuigelingensterfte = overlijden van een levend geboren kind met een
geboortegewicht van 500gr of meer, binnen het
eerste levensjaar
Morbiditeit
Het aantal ziektegevallen op 100 000 levenden
, 2
Evolutie van mortaliteitsindices
In ons land is er een constante daling van de perinatale sterfte en van de zuigelingensterfte
Goede graadmeter voor de medische zorg in ons land, maar ook afhankelijk van
sociaaleconomische omstandigheden
De perinatale sterfte in Vlaanderen behoort tot de laagste in de wereld
De perinatale mortaliteit bedraagt 7,1% (4,3% doodgeboren, 2,8% in de eerste week)
Fysiologie van de intra-uteriene groei
Duur van de zwangerschap
Voldragen of à terme: 37 – 41weken, gem. 40weken (92,6%)
Vroeggeboorte of preterm: <37weken
o Prematuur: 33-36weken (6,4%)
o Immatuur: 20-32weken (0,4%)
Overdragen, postterm of serotien: >42weken
Geboortegewicht
Normaal geboortegewicht: 2500 – 4000gram
Laag geboortegewicht: 1000-2500gram
Extreem laag geboortegewicht: minder dan 1000gram
Dysmatuur of groeiachterstand: het geboortegewicht te laag is voor de zwangerschapsduur
(intra-uteriene groeiretardatie IUGR) adhv curves (als gewicht onder P10 zit)
Macrosoom: geboortegewicht is hoog voor de zwangerschapsduur
Geboortelengte
Normaal: 48-52cm
Microsoom: <47cm
Macrosoom: >52cm
Schedelomtrek
Normaal: 33-38cm
Microsephalie: <33cm
Macrosephalie: >38cm
Formule voor schedelomtrek te bepalen tot 1jaar
Microsephalie kan te wijten zijn aan een aangeboren syndroom (bv: Downsyndroom) of een
intra-uteriene infectie (bv: rubella of toxoplasmose)
Macrosephalie kan te wijten zijn aan een hydrocephalie (waterhoofd), een stapelingsziekte
(Mucopolysaccharidose) of een Sotos syndroom (cerebraal gigantisme met leerstoornissen)
, 3
Apgarscore
De toestand van de baby wordt bepaald op 1min, 5min en 10min na de geboorte
De apgar score op 5min is belangrijk, want het geeft aan hoe snel de baby recupereert
De meeste pasgeborenen hebben geen reanimatie nodig, onmiddellijk na de geboorte
beginnen zij te huilen, normaal te ademen en worden ze roze
De baby wordt aan de mama gegeven nadat hij bedekt is met een warme doek om afkoeling
te voorkomen
Wanneer de baby niet snel een normale ademhaling vertoont, dan wordt hij overgebracht
naar de reanimatietafel, de warmtelamp voorkomt dan afkoeling
o Ademhaling 1ste minuut onregelmatig en oppervlakkig en hartritme >100/min
extra zuurstof met slang van ambu (Apgar 5-7)
o Kind niet start met ademhalen of hartslag daalt tot <100/min
reanimatie met masker en hartmassage (Apgar 3-4)
o Wanneer de baby niet onmiddellijk verbeter of wanneer de baby duidelijk in zeer
slecht toestand is
geintubeerd en medicatie toegediend (Apgar 0-2)
Onderzoek van de pasgeborene
Routine onderzoek van de pasgeborene
Algemene observatie van het uitzicht van de baby, zijn lichaamshouding en bewegingen
Gewicht, lengte en schedelomtrek worden gemeten en uitgezet in een percentielcurve
De schedelnaden en fontannelen worden gepalpeerd
o overlangse schedelnaad vaak breed open, dwarse vertoont dikwijls overlapping
o grote fontanel gespannen en baby huilt niet verhoogde druk in hersenen
(waterhoofd) controle door echografie
o waterhoofd kan laattijdig gevolg zin van hersenvliesontsteking
aangezicht wordt geobserveerd
o als het abnormaal is kan dit het gevolg zijn van een syndroom eventueel geneticus
raadplegen
huidkleur van baby wordt gecontroleerd
o als baby vuurrood of bleek ziet bloedonderzoek om een teveel aan rode
bloedcellen of bloedarmoede op te sporen
o geelzucht gedurende eerste 24u verder onderzoek