Reproduceerbaarheid Een experiment moet bij een nieuwe poging
hetzelfde resultaat opleveren. Anders is het
niet reproduceerbaar en dus niet
betrouwbaar.
Fundamenteel onderzoek Gericht op het verwerven van kennis van de
samenleving, het maken van theorieën.
Weten om te weten.
Praktijkgericht of Bijdrage leveren aan de oplossing van een
toegepast onderzoek praktisch probleem in de vorm van kennis en
inzicht, praktijkprobleem moet opgelost
worden. Weten om te doen.
Beschrijvende Wat, waar, wanneer, wie, welke, hoeveel, …
vraagstelling
Verklarende vraagstelling Waarom, welke oorzaak, hoe kan het dat, …
Beschrijvend onderzoek Inventarisatie van gegevens
Evaluatief onderzoek Doelstellingen van een onderzoek evalueren,
vaak beschrijvende vraagstelling
Exploratief onderzoek Verklaring voor een bepaald gedrag en
weinig voorkennis, vaak fundamenteel
onderzoek
Toetsend onderzoek Verklaring voor een bepaald gedrag bewijzen
door een theorie of hypothese te toetsen,
vaak fundamenteel onderzoek
Kwalitatief onderzoek Onderzoek gericht op kleine groepen waarbij
de diepte wordt ingegaan. Meestal bij
onderwerpen waarover men weinig
voorkennis heeft. Deze onderzoeken hebben
geen cijfers als resultaat en zijn dus ook
moeilijker te analyseren, maar gaan wel veel
dieper overal op in.
Kwantitatief onderzoek Het toekennen van getallen aan een
onderzoek. Men gaat cijfers verwerken in
grafieken, tabellen en statistische toetsen. Bij
deze onderwerpen heeft men vaak al veel
voorkennis. Deze onderzoeken hebben
1
, Begrippen onderzoek
gemakkelijk te analyseren resultaten. Het zijn
vaak enquêtes die worden afgenomen bij een
grote, representatieve groep mensen.
Controleerbaarheid Door beschrijvingen van bv. de doelstellingen
kan gecontroleerd worden of er voldaan werd
aan criteria.
Intersubjectiviteit Het onderzoek moet objectief zijn. Het
onderzoek moet herhaalbaar zijn.
Betrouwbaarheid De mate van betrouwbaarheid is de mate
waarin het onderzoek vrij is van toevallige
fouten. Fouten kunnen bewust of onbewust
gemaakt worden door de toevallige
onderzoeker, onderzochte, omgeving of het
instrument.
Validiteit Bij (interne) validiteit gaat het om
systematische fouten. De gemaakte fout zit
dan consequent in het hele onderzoek. Bv.
foute begripsvaliditeit.
Generaliseerbaarheid Een onderzoek is generaliseerbaar als de
gevonden resultaten niet alleen gelden voor
de specifieke groep of het specifieke
verschijnsel dat je hebt onderzocht.
Aselecte steekproef Iedereen in de populatie heeft een even grote
kans om in de steekproef terecht te komen,
de mensen worden dus willekeurig gekozen.
Selecte steekproef Elementen van de populatie worden
geselecteerd voor de steekproef, dit is dus
niet willekeurig.
Enkelvoudig aselecte De kans om in de steekproef opgenomen te
steekproef worden is voor elke eenheid gelijk.
Systematische De respondenten worden systematisch uit
steekproef met een een lijst getrokken, bijvoorbeeld elke zesde
aselect begin persoon. Het begin wordt aselect bepaald.
Gestratificeerde De populatie wort verdeeld in strata:
steekproef verschillende lagen in de populatie.
Vervolgens worden respondenten uit elke
2