College 1: wat is pedagogiek
Opvoeding: vorm van omgang tussen volwassenen en jeugdigen die erop gericht is
steun, zelfstandigheid en richting geven aan proces van volwassenwording.
Intentionele handeling gebaseerd op verantwoordelijkheid van betrokkenen op
jeugdigen binnen culturele context van de samenleving.
Wanneer dit niet intentioneel gebeurt is dit niet opvoeden maar een omgang.
Opvoedingselementen:
1. Opvoedeling; iemand die opgevoed met worden
2. Opvoeder; iemand die opvoeding op zich neemt
3. Omgeving; cultuurhistorische context (gezin, speeltuin, kdv)
Specifieke (kleine) context maakt deel uit van grote context; samenleving.
= In loop van tijd bestaan verschillende opvattingen over wat goede opvoeding is
en waar deze begint/eindigt.
Opvoedingsmilieu; opvoedingsomstandigheden
Ouder hebben hierin een maatschappelijke context.
Instanties spelen een rol in b.v.: leerplicht en kinderbeschermingsmaatregelen.
Het opvoedingsmilieu wordt onderscheiden in:
1. Primaire/1e opvoedingsmilieu; het gezin
Gaat hier om directe opvoeders. Loop der jaren verandert structuur; verhouding.
2. Secundaire/2e opvoedingsmilieu; de school/kinderopvang
Gaat om beroep opvoeders → plaats om kennis op te doen, relaties ontwikkelen
3. Tertiaire/ 3e opvoedingsmilieu; de buurt/leeftijdsgroep
Gaat om peergroup (leeftijdsgenoten)/stroming jongeren = jeugdcultuur
4. Quartaire/4e opvoedingsmilieu; multimediawereld
Als: tv, telefoon, computer, internet, enz. Heeft risicofactoren en positieve punten.
Risicofactoren: agressieve beelden, verslaving, sociale isolement.
Bevordert: prestaties, verbondenheid en de fijne motoriek.
Kindbeeld: algemene beeld dat een persoon van kinderen heeft. Kind kan worden
gezien als object en subject.
Object: kind wordt gezien als ding. Het moet luisteren naar regels ouders.
Subject: erken kind als persoon. Wordt rekening mee gehouden b.v. ideeën.
Opvoeding wordt onderscheiden in:
Opvoedingsdoelen: wilt hiermee iets bereiken, gericht op kind
1. Opvoeders willen kinderen leren zich in maatschappij te handhaven =
Rekening houden en aanpassen aan anderen en opkomen voor zichzelf.
2. Kinderen zichzelf ontplooien; mogelijkheden en kwaliteiten ontwikkelen =
Zichzelf blijven en gestimuleerd worden hun talenten te ontwikkelen.
3. Ontwikkelen van eigen identiteit = leren met eigen mogelijkheden en
kwaliteiten een herkenbare relatie te vormen met de buitenwereld.
Opvoedingsmiddelen; middel voor goede opvoeding
Als: extra aandacht geven, belonen en straffen, onderhandelen, inzicht geven en
verantwoordelijkheid geven.