XLII
Eiwitten zijn dynamisch
Plasmamembraan – Cytoskelet
Membraan zit vast aan het cytoskelet
Beperking laterale beweging van membraaneiwitten
Als eiwitten suikergroepen hebben; glycoproteinen (Bescherming tegen mechanische stress/
infectie)
Samenvattend
• Opvangen en doorgeven van signalen
• Geeft de cel stevigheid
• Beschermt cel tegen omgeving
• Importeren van voedingsstoffen
• Exporteren van afvalstoffen
• Interactie met andere cellen
Leerstof
H3, blz 93-95
H4, blz 141-160
H11
Hoorcollege 16 & 17: Celmembraan transport
Verhouding stoffen intracellulair v extracellulair (Verhoudingen weten)
Diffusie over een pure lipidebilaag
Mate van diffusie wordt bepaald door:
• Grootte molecuul
• Lading molecuul
• Polariteit molecuul
Biomedische wetenschappen – Cellen
, XLIII
Voorbeelden
Klein en apolair: Makkelijke diffusie
Klein en ongeladen polair: Iets moeilijkere diffusie
Grotere ongeladen polair: Moeilijke diffusie
Ionen (geladen): Geen diffusie
Diffusie biologisch membraan
• Kanaal bestaat vaak uit alpha-helixes
• Transporters en kanalen
• Hydrofiele kanalen
Kanaal
• Door een open kanaal kunnen ionen stromen
• Ondergaat geen conformatieverandering
• Stromen met gradiënt mee
• Lading en grootte zijn van belang
• Ion verliest watermantel door interacties
o Alleen ion met juiste diameter kan
erdoor heen
Transporter
• Transporters zijn specifiek
• Ondergaat conformatieveranderingen
Actief en passief transport
• Als het transport met het concentratiegradiënt mee gaat, is het passief.
• Gaat het transport tegen het concentratiegradiënt in, dan is het actief.
Hoe sterker het concentratieverschil, hoe groter de drijvende kracht van het (chemische)
concentratiegradiënt.
Biomedische wetenschappen – Cellen
Eiwitten zijn dynamisch
Plasmamembraan – Cytoskelet
Membraan zit vast aan het cytoskelet
Beperking laterale beweging van membraaneiwitten
Als eiwitten suikergroepen hebben; glycoproteinen (Bescherming tegen mechanische stress/
infectie)
Samenvattend
• Opvangen en doorgeven van signalen
• Geeft de cel stevigheid
• Beschermt cel tegen omgeving
• Importeren van voedingsstoffen
• Exporteren van afvalstoffen
• Interactie met andere cellen
Leerstof
H3, blz 93-95
H4, blz 141-160
H11
Hoorcollege 16 & 17: Celmembraan transport
Verhouding stoffen intracellulair v extracellulair (Verhoudingen weten)
Diffusie over een pure lipidebilaag
Mate van diffusie wordt bepaald door:
• Grootte molecuul
• Lading molecuul
• Polariteit molecuul
Biomedische wetenschappen – Cellen
, XLIII
Voorbeelden
Klein en apolair: Makkelijke diffusie
Klein en ongeladen polair: Iets moeilijkere diffusie
Grotere ongeladen polair: Moeilijke diffusie
Ionen (geladen): Geen diffusie
Diffusie biologisch membraan
• Kanaal bestaat vaak uit alpha-helixes
• Transporters en kanalen
• Hydrofiele kanalen
Kanaal
• Door een open kanaal kunnen ionen stromen
• Ondergaat geen conformatieverandering
• Stromen met gradiënt mee
• Lading en grootte zijn van belang
• Ion verliest watermantel door interacties
o Alleen ion met juiste diameter kan
erdoor heen
Transporter
• Transporters zijn specifiek
• Ondergaat conformatieveranderingen
Actief en passief transport
• Als het transport met het concentratiegradiënt mee gaat, is het passief.
• Gaat het transport tegen het concentratiegradiënt in, dan is het actief.
Hoe sterker het concentratieverschil, hoe groter de drijvende kracht van het (chemische)
concentratiegradiënt.
Biomedische wetenschappen – Cellen