Hoofdstuk 1 paragraaf 2 Bevolkingsdichtheid
In Nederland wonen ongeveer 17 miljoen mensen. De oppervlakte is 41.500 km2. Nederland heeft
een bevolkingsdichtheid van 410 inwoners per km2 (17.000.000/41.500).
Nederland is het dichtstbevolkte land (m.u.v. stadstaten, bijv. Monaco) van Europa. Dit betekent dat
er grootste aantal mensen op 1 km2 wonen. De bevolkingsdichtheid is zeer hoog.
Dunbevolkt: de bevolkingsdichtheid is zeer laag in een gebied. Bijvoorbeeld in Rusland 8 inwoners
per km2. Het grootste deel woont in Rusland ten westen van het Oeralgebergte.
De bevolkingsspreiding is de verdeling van mensen over een land of een gebied. De
bevolkingsdichtheid in de volgende gebieden op de wereld is zeer hoog: West-Europa, Oostkust van
de VS en Zuid en Zuidoost Azië. Kenmerkend is dat de bevolkingsdichtheid hoog is in deze gebieden
want ze liggen vooral bij de kust, langs rivieren of in vruchtbare gebieden. (goede infrastructuur en
veel werk)
Dunbevolkt kenmerken Dichtbevolkt kenmerken
Veel werk oorlog
Kustgebied hooggebergte
Welvaart extreme droogte
Visrijke zee hongersnood
Belangrijke grondstoffen
Natuurlijke en menselijke factoren zijn van invloed op de bevolkingsspreiding
Natuurlijke factoren:
Water (zee en rivieren) is niet alleen voedselbron maar ook belangrijk voor toegankelijkheid. Tijdens
het kolonialisme werden handelsposten ook vaak aan de kust gevestigd. Sommige van die
handelsposten van toen zijn grote steden geworden, zoals New York en Lagos (Nigeria).
In hele koude of warme streken (Siberië of woestijnen, bijv Sahara) maar ook in hooggebergten
wonen nauwelijks mensen.
Menselijke factoren:
De menselijke factoren die bepalen of er veel of weinig mensen in een gebied wonen, zijn bijv. de
werkgelegenheid of de dreiging van oorlog.
Bevolkingsdichtheid en overbevolking
In Nederland, wat heel dichtbevolkt is, is ook sprake van verschillen in bevolkingsspreiding.
Groningen, Friesland en Drenthe = dunbevolkt plattelandsgebied (dit is de periferie= achterland, veel
landbouw).
Zuid-Holland, Noord-Holland en Utrecht = dichtbevolkt stedelijk gebied. (dit noemen we ook wel
centrum, daar zit de regering, de banken en kantoren, heeft de hoogste welvaart en is meest
ontwikkeld).
In steden is de bevolkingsdichtheid dus veel hoger dan op platteland. De hoogste bevolkingsdichtheid
zie je in stadstaten (stad is tegelijk het land), zoals Monaco en Singapore. Er zijn in de wereld veel
stadstaten en daarom hoort Nederland niet bij de top 10 dichtstbevolkte landen.
In overbevolkte gebieden wonen te veel mensen wonen op te kleine oppervlakte. Daar ontstaan
problemen als verkeersdrukte, tekort aan woningen en banen. Dit zie je in veel steden in arme
landen, zoals Sao Paulo en Mexico-City.
, Hoofdstuk 1 paragraaf 3 Geboorte en Sterfte
Op de wereld wonen nu ongeveer 7.5 miljard mensen. In 2050 naar verwachting 10 miljard. Per dag
neemt de bevolking ongeveer met 200.000 mensen toe (360.000 geboortes – 160.000 sterfgevallen).
De natuurlijke bevolkingsgroei is de veranderingen van het aantal inwoners in een gebied door
geboorte en sterfte.
Natuurlijke bevolkingsgroei
Om dit in kaart te brengen vergelijk je het geboortecijfer en het sterftecijfer. Het geboortecijfer is
het aantal levendgeborenen per 1000 mensen per jaar en het sterftecijfer is het aantal sterfgevallen
per 1000 mensen per jaar.
Nederland 1 januari 2018: Inwoners 17 miljoen, 170.000 levendgeborenen, 150.000 sterfgevallen.
Geboortecijfer: 170..000. = 10 levendgeborenen per 1000 inwoners
Sterftecijfer: 150..000. = 8,8 sterfgevallen per 1000 inwoners
Als het aantal geboortes hoger is dan het aantal sterfgevallen = geboorteoverschot.
Het geboorteoverschot was in 2018 10-8,8 =1,2 per 1000 inwoners.
Als het aantal sterfgevallen hoger is dan het aantal geboortes = sterfteoverschot. De bevolking
neemt dan in aantal af dat heet bevolkingskrimp.
Veranderingen in geboorte- en sterftecijfer
Als landen zich ontwikkelen veranderen de geboorte- en sterftecijfers. Het demografisch
transitiemodel geeft de overgang weer van een situatie met hoge geboorte- en sterftecijfers naar
lage geboorte- en sterftecijfers. Het bestaat uit 4 fases:
Fase 1: Veelal slechte leefomstandigheden, gebrek aan voedsel / hygiëne en medische voorzieningen
Sterftecijfer is hoog. Vooral kinderen sterven op jonge leeftijd. Ouders willen dat kinderen voor hun
zorgen als ze ouder worden, daarom maken ze weer nieuwe kinderen -> geboortecijfer dus hoog.
Totale bevolking vrij stabiel.
Fase 2: Het land ontwikkelt zich -> leefomstandigheden worden beter. Het sterftecijfer daalt en de
levensverwachting stijgt. In deze fase is het geboortecijfer nog wel hoog. Totale bevolking stijgt iets.
Fase 3: in landen waar ook de welvaart stijgt, daalt ook het geboortecijfer. Mensen zijn beter
opgeleid. Meisjes gaan ook op school en krijgen vaker op latere leeftijd minder kinderen. Ook krijgen
mensen pensioen en is het minder nodig om een groot gezin te stichten die voor je oude dag zorgen.
Totale bevolking groeit hard.
Fase 4: Geboorte- en sterfte zijn allebei laag. De totale bevolking blijft stabiel. Dit komt veel voor in
rijke landen waar veel aandacht is voor gezond leven en waar vrouwen ook studeren en pas laat
(minder) kinderen krijgen.
Demografische transitie
De meeste landen ontwikkelen zich volgens deze vier fasen. Welvarende landen zitten in fase 4. Het
aantal ouderen in de bevolking neemt dan toe. Dat heet vergrijzing. Daarnaast worden in deze fase
minder baby’s geboren.
Ontwikkelingslanden zitten vaak in fase 2 of 3. Als het economisch beter gaat zal eerste sterftecijfer
dalen (Afrikaanse landen). Als de welvaart ook stijgt, daalt ook het geboortecijfer.
Het geboortecijfer kan hoog blijven door: culturele gewoonten, invloed van godsdienst en het
ontbreken van sociale voorzieningen.
In Nederland wonen ongeveer 17 miljoen mensen. De oppervlakte is 41.500 km2. Nederland heeft
een bevolkingsdichtheid van 410 inwoners per km2 (17.000.000/41.500).
Nederland is het dichtstbevolkte land (m.u.v. stadstaten, bijv. Monaco) van Europa. Dit betekent dat
er grootste aantal mensen op 1 km2 wonen. De bevolkingsdichtheid is zeer hoog.
Dunbevolkt: de bevolkingsdichtheid is zeer laag in een gebied. Bijvoorbeeld in Rusland 8 inwoners
per km2. Het grootste deel woont in Rusland ten westen van het Oeralgebergte.
De bevolkingsspreiding is de verdeling van mensen over een land of een gebied. De
bevolkingsdichtheid in de volgende gebieden op de wereld is zeer hoog: West-Europa, Oostkust van
de VS en Zuid en Zuidoost Azië. Kenmerkend is dat de bevolkingsdichtheid hoog is in deze gebieden
want ze liggen vooral bij de kust, langs rivieren of in vruchtbare gebieden. (goede infrastructuur en
veel werk)
Dunbevolkt kenmerken Dichtbevolkt kenmerken
Veel werk oorlog
Kustgebied hooggebergte
Welvaart extreme droogte
Visrijke zee hongersnood
Belangrijke grondstoffen
Natuurlijke en menselijke factoren zijn van invloed op de bevolkingsspreiding
Natuurlijke factoren:
Water (zee en rivieren) is niet alleen voedselbron maar ook belangrijk voor toegankelijkheid. Tijdens
het kolonialisme werden handelsposten ook vaak aan de kust gevestigd. Sommige van die
handelsposten van toen zijn grote steden geworden, zoals New York en Lagos (Nigeria).
In hele koude of warme streken (Siberië of woestijnen, bijv Sahara) maar ook in hooggebergten
wonen nauwelijks mensen.
Menselijke factoren:
De menselijke factoren die bepalen of er veel of weinig mensen in een gebied wonen, zijn bijv. de
werkgelegenheid of de dreiging van oorlog.
Bevolkingsdichtheid en overbevolking
In Nederland, wat heel dichtbevolkt is, is ook sprake van verschillen in bevolkingsspreiding.
Groningen, Friesland en Drenthe = dunbevolkt plattelandsgebied (dit is de periferie= achterland, veel
landbouw).
Zuid-Holland, Noord-Holland en Utrecht = dichtbevolkt stedelijk gebied. (dit noemen we ook wel
centrum, daar zit de regering, de banken en kantoren, heeft de hoogste welvaart en is meest
ontwikkeld).
In steden is de bevolkingsdichtheid dus veel hoger dan op platteland. De hoogste bevolkingsdichtheid
zie je in stadstaten (stad is tegelijk het land), zoals Monaco en Singapore. Er zijn in de wereld veel
stadstaten en daarom hoort Nederland niet bij de top 10 dichtstbevolkte landen.
In overbevolkte gebieden wonen te veel mensen wonen op te kleine oppervlakte. Daar ontstaan
problemen als verkeersdrukte, tekort aan woningen en banen. Dit zie je in veel steden in arme
landen, zoals Sao Paulo en Mexico-City.
, Hoofdstuk 1 paragraaf 3 Geboorte en Sterfte
Op de wereld wonen nu ongeveer 7.5 miljard mensen. In 2050 naar verwachting 10 miljard. Per dag
neemt de bevolking ongeveer met 200.000 mensen toe (360.000 geboortes – 160.000 sterfgevallen).
De natuurlijke bevolkingsgroei is de veranderingen van het aantal inwoners in een gebied door
geboorte en sterfte.
Natuurlijke bevolkingsgroei
Om dit in kaart te brengen vergelijk je het geboortecijfer en het sterftecijfer. Het geboortecijfer is
het aantal levendgeborenen per 1000 mensen per jaar en het sterftecijfer is het aantal sterfgevallen
per 1000 mensen per jaar.
Nederland 1 januari 2018: Inwoners 17 miljoen, 170.000 levendgeborenen, 150.000 sterfgevallen.
Geboortecijfer: 170..000. = 10 levendgeborenen per 1000 inwoners
Sterftecijfer: 150..000. = 8,8 sterfgevallen per 1000 inwoners
Als het aantal geboortes hoger is dan het aantal sterfgevallen = geboorteoverschot.
Het geboorteoverschot was in 2018 10-8,8 =1,2 per 1000 inwoners.
Als het aantal sterfgevallen hoger is dan het aantal geboortes = sterfteoverschot. De bevolking
neemt dan in aantal af dat heet bevolkingskrimp.
Veranderingen in geboorte- en sterftecijfer
Als landen zich ontwikkelen veranderen de geboorte- en sterftecijfers. Het demografisch
transitiemodel geeft de overgang weer van een situatie met hoge geboorte- en sterftecijfers naar
lage geboorte- en sterftecijfers. Het bestaat uit 4 fases:
Fase 1: Veelal slechte leefomstandigheden, gebrek aan voedsel / hygiëne en medische voorzieningen
Sterftecijfer is hoog. Vooral kinderen sterven op jonge leeftijd. Ouders willen dat kinderen voor hun
zorgen als ze ouder worden, daarom maken ze weer nieuwe kinderen -> geboortecijfer dus hoog.
Totale bevolking vrij stabiel.
Fase 2: Het land ontwikkelt zich -> leefomstandigheden worden beter. Het sterftecijfer daalt en de
levensverwachting stijgt. In deze fase is het geboortecijfer nog wel hoog. Totale bevolking stijgt iets.
Fase 3: in landen waar ook de welvaart stijgt, daalt ook het geboortecijfer. Mensen zijn beter
opgeleid. Meisjes gaan ook op school en krijgen vaker op latere leeftijd minder kinderen. Ook krijgen
mensen pensioen en is het minder nodig om een groot gezin te stichten die voor je oude dag zorgen.
Totale bevolking groeit hard.
Fase 4: Geboorte- en sterfte zijn allebei laag. De totale bevolking blijft stabiel. Dit komt veel voor in
rijke landen waar veel aandacht is voor gezond leven en waar vrouwen ook studeren en pas laat
(minder) kinderen krijgen.
Demografische transitie
De meeste landen ontwikkelen zich volgens deze vier fasen. Welvarende landen zitten in fase 4. Het
aantal ouderen in de bevolking neemt dan toe. Dat heet vergrijzing. Daarnaast worden in deze fase
minder baby’s geboren.
Ontwikkelingslanden zitten vaak in fase 2 of 3. Als het economisch beter gaat zal eerste sterftecijfer
dalen (Afrikaanse landen). Als de welvaart ook stijgt, daalt ook het geboortecijfer.
Het geboortecijfer kan hoog blijven door: culturele gewoonten, invloed van godsdienst en het
ontbreken van sociale voorzieningen.