Artikelen inleiding pedagogiek
Gezinsrapport 2011
Hoofdstuk 7: opvoeden in Nederland
7.1: De opvoedingspraktijk: doelen, beleving en strategieën van ouders
Opvoeden is in plaats van leiden meer begeleiden geworden
De machtsbalans in het gezin is in voordele voor de kinderen veranderd
Kinderen hebben meer in te brengen in de gezinnen
Meer ruimte voor overleg
Drie aspecten van opvoeden:
Cognitieve aspecten: welke doelen stellen de ouders zichzelf en welke
eigenschappen willen de ouders dat hun kinderen later bezitten
Affectieve aspecten: hoe beleven de ouders het opvoeden? Zijn ze tevreden of
ervaren ze veel stress?
Gedragsmatige aspecten: welke concrete strategieën hanteren ouders bij het
opvoeden? Zijn zij streng en straffen ze veel?
7.2: algemene opvoedingspatronen van ouders: vaders en moeders
Positieve invloed wanneer vader actief betrokken is
Vijf opvoedingsoriëntaties:
Autonomie: individuele persoonsontwikkeling van kinderen, dragen van
verantwoordelijkheid en zelfstandig vormen van eigen mening.
Assertiviteit: opkomen voor eigen mening, rechten, belangen of standpunten
Sociaal gevoel: ontwikkeling van empathie en gevoelens van sociale betrokkenheid
Conformiteit: aanpassing van het kind aan de eisen van de omgeving; goede
manieren, leren luisteren, etc.
Prestatie: nadruk op prestaties op werk en schoolgebied
Verantwoordelijkheidsgevoel en rekening houden met anderen de belangrijkste
opvoedingsdoelen.
Sinds de jaren negentig waarderen ouders de conformistische opvoedingsdoelen weer meer.
Weinig belang aan prestatie
Doelen die te maken hebben met autonomie worden door moeders en vader het meest
gewaardeerd.
Kinderen nu meer dan vroeger eigen leven binnen gezin
Moeders vinden sociaal gevoel belangrijker en vaders hechten meer waarde aan prestatie
dan moeders
Moeders hebben een minder positieve beleving van opvoeden dan vaders
Moeders meer tijd met het kind, hierdoor meer slecht gedrag ervaren en hogere
doelen van zichzelf
Hogere verantwoordelijkheidsgevoelens dan vaders
Opvoedingsstrategieën:
Ondersteuning: affectie en liefdevol naar kind toe
Controle: reguleren gedrag van kind, stellen van grenzen en eisen, stimuleren
gewenst gedrag, het verminderen en voorkomen van ongewenst gedrag.
Autoritatieve controle: uitleg, aanmoedigen zelfstandigheid, informatie
geven waarom bepaald gedrag wel/niet mag.
Autoritaire controle: straffen en belonen, geen uitleg, omdat ik het zeg.
Autonomie van kind beperkt.
Gezinsrapport 2011
Hoofdstuk 7: opvoeden in Nederland
7.1: De opvoedingspraktijk: doelen, beleving en strategieën van ouders
Opvoeden is in plaats van leiden meer begeleiden geworden
De machtsbalans in het gezin is in voordele voor de kinderen veranderd
Kinderen hebben meer in te brengen in de gezinnen
Meer ruimte voor overleg
Drie aspecten van opvoeden:
Cognitieve aspecten: welke doelen stellen de ouders zichzelf en welke
eigenschappen willen de ouders dat hun kinderen later bezitten
Affectieve aspecten: hoe beleven de ouders het opvoeden? Zijn ze tevreden of
ervaren ze veel stress?
Gedragsmatige aspecten: welke concrete strategieën hanteren ouders bij het
opvoeden? Zijn zij streng en straffen ze veel?
7.2: algemene opvoedingspatronen van ouders: vaders en moeders
Positieve invloed wanneer vader actief betrokken is
Vijf opvoedingsoriëntaties:
Autonomie: individuele persoonsontwikkeling van kinderen, dragen van
verantwoordelijkheid en zelfstandig vormen van eigen mening.
Assertiviteit: opkomen voor eigen mening, rechten, belangen of standpunten
Sociaal gevoel: ontwikkeling van empathie en gevoelens van sociale betrokkenheid
Conformiteit: aanpassing van het kind aan de eisen van de omgeving; goede
manieren, leren luisteren, etc.
Prestatie: nadruk op prestaties op werk en schoolgebied
Verantwoordelijkheidsgevoel en rekening houden met anderen de belangrijkste
opvoedingsdoelen.
Sinds de jaren negentig waarderen ouders de conformistische opvoedingsdoelen weer meer.
Weinig belang aan prestatie
Doelen die te maken hebben met autonomie worden door moeders en vader het meest
gewaardeerd.
Kinderen nu meer dan vroeger eigen leven binnen gezin
Moeders vinden sociaal gevoel belangrijker en vaders hechten meer waarde aan prestatie
dan moeders
Moeders hebben een minder positieve beleving van opvoeden dan vaders
Moeders meer tijd met het kind, hierdoor meer slecht gedrag ervaren en hogere
doelen van zichzelf
Hogere verantwoordelijkheidsgevoelens dan vaders
Opvoedingsstrategieën:
Ondersteuning: affectie en liefdevol naar kind toe
Controle: reguleren gedrag van kind, stellen van grenzen en eisen, stimuleren
gewenst gedrag, het verminderen en voorkomen van ongewenst gedrag.
Autoritatieve controle: uitleg, aanmoedigen zelfstandigheid, informatie
geven waarom bepaald gedrag wel/niet mag.
Autoritaire controle: straffen en belonen, geen uitleg, omdat ik het zeg.
Autonomie van kind beperkt.