Inleiding pedagogiek
College 1
Intersectionaliteit: verschillende aspecten van identiteit zijn op elkaar van invloed en/of
versterken risico’s op maatschappelijke privileges en uitsluiting)
Actualiteiten: pedagogische praktijken in sterke mate bepaald door maatschappelijke
(culturele) factoren: ict, politieke klimaat, social media, globalisering, opvattingen over
gender.
Wat is pedagogiek?
- Opvoedingskunst
- Leer van de opvoeding
Pedagoog
- Leermeester, gouverneur
- Iemand die zich toelegt op de studie van de pedagogiek
Feitelijke vragen
- Wie zijn betrokkenen en wat doen ze?
- En met het oog op waarop?
- Wat zijn de gevolgen/effecten van dit gedrag?
Context-gerelateerde vragen:
- Waarom doen ze dat zo?
- Waarom is dat wel/nier wenselijk?
- Volgens wie?
Maatschappelijke randvoorwaarden voor pedagogische praktijken: bv. Wet- en
regelgeving
- Leerplichtwet
- Wet passend onderwijs
- Wet op de jeugdzorg
- Universele verklaring rechten van het kind
- Kinderbescherming
- Wet OKE
Pedagogiek als opvoedingswetenschap
- Kennis over opvoeding als sociale praktijk
- Kennis ten dienste van opvoeding als sociale praktijk
- Samenspel/spanningsveld:
1. Objectiviteit, neutraliteit algemeen geldende kennis
2. Normativiteit, waarde geladenheid cultuurspecifieke, context-afhankelijke
kennis.
,Betekenis van sekse/gender
- Sekse = biologisch
- Gender = sociaal; dmz de betekenis die sekse heeft in de sociale context van mensen;
wat ziet men als ‘normaal’, welke verwachtingen zijn er?
o Wat willen we dat een kind leert? En wat niet?
- Sekse bepaalt niet 100% waar een kind aanleg voor heeft
Opvoeding: erfelijkheid en leren en normatieve keuzes. Bij iedereen anders. Gebaseerd op
bijvoorbeeld; religieuze overtuiging, mensbeeld, maatschappelijke idealen.
Onbewuste en onbereflecteerde gedragingen ouders
- Enerzijds: kind leert gewoontes kennen
- Anderzijds: risico: aanleg/talenten kind worde ondergeschikt aan sociale
verwachtingen.
- Spanningsveld: wat is dan in het belang van het kind?
Betrokken:
- Kinderen en jongeren ondersteunen bij het leren omgaan met zichzelf, met anderen
en met hun omgeving.
- Omgaan met grenzen en met vrijheid = morele plicht, gekoppeld aan o.a.
democratische samenlevingsvormen
- Niet: kinderen vormen, kneden naar een bepaald ‘model’
Pedagogiek:
De wetenschap die zich bezighoudt met vraagstukken rond opvoeding, vorming, leren en
ontwikkeling in hun maatschappelijke culturele context.
, College 2
Inleiding: gezinnen en context
- Traditioneel gezin
Twee-ouder-gezin: 77%
Eenoudergezin: 23%
- Echtscheiding:
34% van de huwelijken
Binnen 10 jaar ongeveer 18% een echtscheiding bij heterohuwelijken
Ecologische systeemtheorie
- Ontwikkeling van het individu wordt beïnvloed door interacties binnen en tussen
verschillende systemen:
Microsysteem: familie, school, vrienden, buurt, direct om het kind heen
Mesosysteem: ouders contact met de school, die relatie beïnvloedt het kind,
interacties tussen de personen die het kind beïnvloeden.
Exosysteem: omgeving waar kind zelf niet inzit maar invloed op het kind.
Bijvoorbeeld werk van ouders. Reizen door werk.
Macrosysteem: maatschappelijke situatie, wetten, culturele opvattingen,
politieke klimaat.
(Chronosysteem): ontwikkelingen in de tijd, verschillende invloeden op
verschillende tijden.
Maatschappelijke veranderingen en opvoedingstrends
Verschuivingen sinds jaren ’60:
- Detraditionalisering; tradities worden geleidelijk aan minder belangrijk.
Secularisering: afname van rol van religie/kerk in dagelijks leven.
Individualisering: eigen keuzes voor levensweg.
Emancipatie van vrouwen
- Stijging van opleidingsniveau:
Meer en langer onderwijs voor meer mensen (o.a. Mammoetwet 1968:
doorstroming)
Gevolgen voor gezin:
- Minder groter gezinnen
- Kinderen op latere leeftijden
- Vaker echtscheidingen
- Trouwen op latere leeftijd
Gevolgen voor opvoeding:
- ‘Van bevelshuishouding naar onderhandelingshuishouding’
- Hiërarchische relaties gelijkwaardige relaties
- Volgzaamheid inbreng; creativiteit; zelfstandigheid
- Gehoorzamen ter discussie stellen; initiatief tonen
- Wordt allemaal belangrijker in samenleving
College 1
Intersectionaliteit: verschillende aspecten van identiteit zijn op elkaar van invloed en/of
versterken risico’s op maatschappelijke privileges en uitsluiting)
Actualiteiten: pedagogische praktijken in sterke mate bepaald door maatschappelijke
(culturele) factoren: ict, politieke klimaat, social media, globalisering, opvattingen over
gender.
Wat is pedagogiek?
- Opvoedingskunst
- Leer van de opvoeding
Pedagoog
- Leermeester, gouverneur
- Iemand die zich toelegt op de studie van de pedagogiek
Feitelijke vragen
- Wie zijn betrokkenen en wat doen ze?
- En met het oog op waarop?
- Wat zijn de gevolgen/effecten van dit gedrag?
Context-gerelateerde vragen:
- Waarom doen ze dat zo?
- Waarom is dat wel/nier wenselijk?
- Volgens wie?
Maatschappelijke randvoorwaarden voor pedagogische praktijken: bv. Wet- en
regelgeving
- Leerplichtwet
- Wet passend onderwijs
- Wet op de jeugdzorg
- Universele verklaring rechten van het kind
- Kinderbescherming
- Wet OKE
Pedagogiek als opvoedingswetenschap
- Kennis over opvoeding als sociale praktijk
- Kennis ten dienste van opvoeding als sociale praktijk
- Samenspel/spanningsveld:
1. Objectiviteit, neutraliteit algemeen geldende kennis
2. Normativiteit, waarde geladenheid cultuurspecifieke, context-afhankelijke
kennis.
,Betekenis van sekse/gender
- Sekse = biologisch
- Gender = sociaal; dmz de betekenis die sekse heeft in de sociale context van mensen;
wat ziet men als ‘normaal’, welke verwachtingen zijn er?
o Wat willen we dat een kind leert? En wat niet?
- Sekse bepaalt niet 100% waar een kind aanleg voor heeft
Opvoeding: erfelijkheid en leren en normatieve keuzes. Bij iedereen anders. Gebaseerd op
bijvoorbeeld; religieuze overtuiging, mensbeeld, maatschappelijke idealen.
Onbewuste en onbereflecteerde gedragingen ouders
- Enerzijds: kind leert gewoontes kennen
- Anderzijds: risico: aanleg/talenten kind worde ondergeschikt aan sociale
verwachtingen.
- Spanningsveld: wat is dan in het belang van het kind?
Betrokken:
- Kinderen en jongeren ondersteunen bij het leren omgaan met zichzelf, met anderen
en met hun omgeving.
- Omgaan met grenzen en met vrijheid = morele plicht, gekoppeld aan o.a.
democratische samenlevingsvormen
- Niet: kinderen vormen, kneden naar een bepaald ‘model’
Pedagogiek:
De wetenschap die zich bezighoudt met vraagstukken rond opvoeding, vorming, leren en
ontwikkeling in hun maatschappelijke culturele context.
, College 2
Inleiding: gezinnen en context
- Traditioneel gezin
Twee-ouder-gezin: 77%
Eenoudergezin: 23%
- Echtscheiding:
34% van de huwelijken
Binnen 10 jaar ongeveer 18% een echtscheiding bij heterohuwelijken
Ecologische systeemtheorie
- Ontwikkeling van het individu wordt beïnvloed door interacties binnen en tussen
verschillende systemen:
Microsysteem: familie, school, vrienden, buurt, direct om het kind heen
Mesosysteem: ouders contact met de school, die relatie beïnvloedt het kind,
interacties tussen de personen die het kind beïnvloeden.
Exosysteem: omgeving waar kind zelf niet inzit maar invloed op het kind.
Bijvoorbeeld werk van ouders. Reizen door werk.
Macrosysteem: maatschappelijke situatie, wetten, culturele opvattingen,
politieke klimaat.
(Chronosysteem): ontwikkelingen in de tijd, verschillende invloeden op
verschillende tijden.
Maatschappelijke veranderingen en opvoedingstrends
Verschuivingen sinds jaren ’60:
- Detraditionalisering; tradities worden geleidelijk aan minder belangrijk.
Secularisering: afname van rol van religie/kerk in dagelijks leven.
Individualisering: eigen keuzes voor levensweg.
Emancipatie van vrouwen
- Stijging van opleidingsniveau:
Meer en langer onderwijs voor meer mensen (o.a. Mammoetwet 1968:
doorstroming)
Gevolgen voor gezin:
- Minder groter gezinnen
- Kinderen op latere leeftijden
- Vaker echtscheidingen
- Trouwen op latere leeftijd
Gevolgen voor opvoeding:
- ‘Van bevelshuishouding naar onderhandelingshuishouding’
- Hiërarchische relaties gelijkwaardige relaties
- Volgzaamheid inbreng; creativiteit; zelfstandigheid
- Gehoorzamen ter discussie stellen; initiatief tonen
- Wordt allemaal belangrijker in samenleving