Inhoudsopgave
Begrippen H18...................................................................................................................................1
Begrippen H20...................................................................................................................................3
Begrippen H21...................................................................................................................................4
Begrippen H22...................................................................................................................................4
Begrippen H24...................................................................................................................................5
Begrippen H25...................................................................................................................................7
Begrippen H28...................................................................................................................................8
Begrippen H30...................................................................................................................................8
Begrippen H32...................................................................................................................................9
Begrippen H35.................................................................................................................................10
Begrippen H37.................................................................................................................................11
Begrippen H18
Sundiata De leeuwenprins. Heeft het Mali-rijk
, gebouwd na zijn verbanning. Sloot
bondgenootschappen. Nam Ghana-rijk over
Griots Professionele zangers en verhalenvertellers
in Afrika
Bananen Bantu hadden beter en meer eten, snellere
populatiegroei door bananen
Stamsamenleving (kin based) Stammen met de stamoudste als leider.
Erfelijke opvolging. Kenden geen landbezit
als privéeigendom.
Jenne-Jenno Centrum van productie en handel. Bij de
Niger rivier rond 400. Belangrijkste
kruispunt.
Ife, Benin Koninkrijken in Afrika onder de Sahara rond
1000
Kamelen Hierdoor werd communicatie en handel
door de sahara versneld
Koninkrijk Kongo Welvarende staat, veel handelsnetwerken.
Hadden goede politieke ontwikkelingen
Koninkrijk Ghana Grootste staat in West-Afrika. Hoofdstad:
Koubi-Saleh.
Belastingheffing op goudhandel-> hiermee
leger betalen die zorgde voor bescherming
goud.
Leger behield orde, verdediging tegen
nomaden
Trans-Sahara handel Handel door de Sahara naar sub-Sahara
(Ghana en Mali)
Mali-rijk Nog meer geprofiteerd van handel dan
Ghana. Hoofdstad: Niani.
Mansa Musa Koning Mali. Stimuleerde Islam
Timboektoe Marktstad
Swahili Rijk aan de Oostkust. Handelde veel met
moslimhandelaren. Goud, slaven, ivoor voor
glas, textiel en aardewerk
Zimbabwe Hoofdstad: Groot Zimbabwe (stad van
steen)
Age grades (leeftijd) Mensen van dezelfde leeftijd deden taken
die bij hun niveau paste. Zorgde voor
versterking banden tussen leeftijdsgroep.
Islamitische slavenhandel Handelsnetwerken stimuleerden dit. Werd
prominent in Afrikaanse cultuur.
Zanj opstand Opstand van 14 jaar in Swahili. Zanj =
zwarte slaven.
Axum Ethiopië. Koningen bekeerd tot het
Christendom. Axum werd Christelijke staat
-> Geïsoleerd door moslimstaten.
Kebra Negast