HBO-RECHTEN
STUDIEJAAR 2016-2017 BLOK 2
_________________________________________________________
WERKBOEK BESTUURSRECHT I
Bestuursrecht als instrument
_________________________________________________________
Vakgroep Staats- en bestuursrecht
,Inhoudsopgave
WEEK 1: BESTUURSRECHT: INLEIDING EN KENMERKEN....................................3
A. OPEN VRAGEN:..................................................................................................................3
WEEK 3: ACTOREN IN HET BESTUURSRECHT................................................................9
BV 1672, Rechtbank ‘s-Hertogenbosch, AWB 10/3620............................................................9
LJN: BA9417, Rechtbank Utrecht , SBR 06/3545.....................................................................9
LJN: BV8318, Rechtbank Rotterdam , AWB 11/2998 WABOM............................................10
WEEK 4: DE INSTRUMENTEN VAN HET OPENBAAR BESTUUR..........................11
A. OPEN VRAGEN:................................................................................................................11
WEEK 5 : NORMERING VAN HET BESTUURLIJK HANDELEN..............................14
A. OPEN VRAGEN:................................................................................................................14
B. MEERKEUZEVRAGEN:...................................................................................................15
LJN: BM6805, Rechtbank Amsterdam, AWB 07/4178 WMO................................................18
LJN: AV5881, Rechtbank Groningen, AWB 06/244 BESLU VEN.........................................18
WEEK 7: BESCHIKKINGEN.......................................................................................20
A. OPEN VRAGEN:................................................................................................................20
2
, WEEK 1: BESTUURSRECHT: INLEIDING EN KENMERKEN
TE BESTUDEREN STOF:
Michiels, Hoofdstukken 1, 2.1; 2.2; 2.3; 2.4.1; 2.4.2.
ONDERWERPEN:
Begrip bestuursrecht
Beginselen van het bestuursrecht (legaliteitsbeginsel en specialiteitsbeginsel)
Gelede normstelling
Doel en structuur Algemene wet bestuursrecht (Awb)
_______________________________________________________________
A. OPEN VRAGEN:
Vraag 1. Het bestuursrecht wordt evenals het staatsrecht, het strafrecht en het
volkenrecht, gerekend tot het publiekrecht. Noem twee fundamentele verschillen
tussen het publiekrecht en het privaatrecht.
ANTWOORD WERKCOLLEGE
Publiekrecht:
- Betreft de rechtsverhoudingen tussen overheid en rechtssubjecten (natuurlijke +
rechtspersonen) en tussen overheidsorganen onderling.
- Deze rechtsverhoudingen hebben een verticaal karakter:
de overheid heeft immers een gezagspositie. De burger/belanghebbende is
ondergeschikt aan de overheid. De overheid kan eenzijdige rechten toekennen of
plichten opleggen.
- Regels die het algemeen belang direct of indirect tot onderwerp hebben.
Privaatrecht:
- Betreft rechtsverhoudingen tussen natuurlijke personen en rechtspersonen
onderling.
- Deze rechtsverhoudingen hebben een horizontaal karakter: partijen zijn immers
(formeel) gelijkwaardig.
MIJN ANTWOORD
1) Het publiekrecht regelt de rechtsverhoudingen tussen burger en overheid en het
privaatrecht regelt de rechtsverhoudingen tussen (rechts)personen onderling.
2) Kenmerk: horizontaal vs verticaal
Publiekrecht verticale werking
mag je alleen uitoefenen als dat in de wet staat.
beïnvloeding van rechten en plichten van de ander
overheid kan eenzijdig dingen bepalen
Privaatrecht is horizontale werking
handelingen die wij (burgers) ook kunnen verrichten, zoals een overeenkomst sluiten
3
STUDIEJAAR 2016-2017 BLOK 2
_________________________________________________________
WERKBOEK BESTUURSRECHT I
Bestuursrecht als instrument
_________________________________________________________
Vakgroep Staats- en bestuursrecht
,Inhoudsopgave
WEEK 1: BESTUURSRECHT: INLEIDING EN KENMERKEN....................................3
A. OPEN VRAGEN:..................................................................................................................3
WEEK 3: ACTOREN IN HET BESTUURSRECHT................................................................9
BV 1672, Rechtbank ‘s-Hertogenbosch, AWB 10/3620............................................................9
LJN: BA9417, Rechtbank Utrecht , SBR 06/3545.....................................................................9
LJN: BV8318, Rechtbank Rotterdam , AWB 11/2998 WABOM............................................10
WEEK 4: DE INSTRUMENTEN VAN HET OPENBAAR BESTUUR..........................11
A. OPEN VRAGEN:................................................................................................................11
WEEK 5 : NORMERING VAN HET BESTUURLIJK HANDELEN..............................14
A. OPEN VRAGEN:................................................................................................................14
B. MEERKEUZEVRAGEN:...................................................................................................15
LJN: BM6805, Rechtbank Amsterdam, AWB 07/4178 WMO................................................18
LJN: AV5881, Rechtbank Groningen, AWB 06/244 BESLU VEN.........................................18
WEEK 7: BESCHIKKINGEN.......................................................................................20
A. OPEN VRAGEN:................................................................................................................20
2
, WEEK 1: BESTUURSRECHT: INLEIDING EN KENMERKEN
TE BESTUDEREN STOF:
Michiels, Hoofdstukken 1, 2.1; 2.2; 2.3; 2.4.1; 2.4.2.
ONDERWERPEN:
Begrip bestuursrecht
Beginselen van het bestuursrecht (legaliteitsbeginsel en specialiteitsbeginsel)
Gelede normstelling
Doel en structuur Algemene wet bestuursrecht (Awb)
_______________________________________________________________
A. OPEN VRAGEN:
Vraag 1. Het bestuursrecht wordt evenals het staatsrecht, het strafrecht en het
volkenrecht, gerekend tot het publiekrecht. Noem twee fundamentele verschillen
tussen het publiekrecht en het privaatrecht.
ANTWOORD WERKCOLLEGE
Publiekrecht:
- Betreft de rechtsverhoudingen tussen overheid en rechtssubjecten (natuurlijke +
rechtspersonen) en tussen overheidsorganen onderling.
- Deze rechtsverhoudingen hebben een verticaal karakter:
de overheid heeft immers een gezagspositie. De burger/belanghebbende is
ondergeschikt aan de overheid. De overheid kan eenzijdige rechten toekennen of
plichten opleggen.
- Regels die het algemeen belang direct of indirect tot onderwerp hebben.
Privaatrecht:
- Betreft rechtsverhoudingen tussen natuurlijke personen en rechtspersonen
onderling.
- Deze rechtsverhoudingen hebben een horizontaal karakter: partijen zijn immers
(formeel) gelijkwaardig.
MIJN ANTWOORD
1) Het publiekrecht regelt de rechtsverhoudingen tussen burger en overheid en het
privaatrecht regelt de rechtsverhoudingen tussen (rechts)personen onderling.
2) Kenmerk: horizontaal vs verticaal
Publiekrecht verticale werking
mag je alleen uitoefenen als dat in de wet staat.
beïnvloeding van rechten en plichten van de ander
overheid kan eenzijdig dingen bepalen
Privaatrecht is horizontale werking
handelingen die wij (burgers) ook kunnen verrichten, zoals een overeenkomst sluiten
3