● I.R. → langzame maatschappelijke omwenteling:
einde “onveranderlijkheid” AR (= ancien régime)
● Burgerij: vóór verandering tijdens het AR (progressief)
→ (Burgerij) krijgt macht → conservatief !
● Verpauperde massa → ontvoogding:
‘ONTVOOGDING’: Vrijstellen van voogdij, bevrijden van, bv. een situatie, een systeem, een
bezetter.
verpauperd = door armoede en/of te weinig aandacht in verval raken.
Emancipatie. bv: Bevrijding van de seksuele moraal of wetgeving.
bv: Hervormingen, eigenhandig veranderen na koloniale periode.
~ Hoge kindersterftecijfers, vrouwen krijgen heel lage loon, mannen krijgen ook niet een
hoge loon => ouders die niet voor hun kinderen kunnen zorgen hebben een voogd.
PATERNALISME Liefdadigheid
Voorkomen sociale onrust
MUTUALITEITEN Kassen
Verzekering tegen ziekte, ongevallen,
ouderdom of werkloosheid
COOPERATIEVEN Samenwerking
Prijzen drukken door samen aankopen te
doen
VAKBONDEN Overleg met patroons (werkgevers)
Beroepsverenigingen
PARTIJEN Macht in het parlement
Sociale wetgeving
1. Proletarisering:
Proletariaat = de arbeiders die niets hadden → proletarisering
INDUSTRIALISERING → PROLETARISERING
↓
KWETSBAARHEID EN VERSTEDELIJKING
↓
OVERLEVINGSSTRATEGIEËN
industrialisering zorgde voor proletarisering (een grote massa op staat, de arme mensen,
ze hebben het niet goed, de arbeiders, ze zijn heel kwetsbaar)
Ze hebben overlevingsstrategie nodig. De priester gaat ze overlevingsstrategie geven, de
, pastoor gaat de mensen helpen en stelt zich kandidaat in de presidentsverkiezing.
- Hoe waren de leefomstandigheden van het proletariaat ?
● › 85% van inkomsten naar basisbehoeften → meestal
inkopen in winkel van de patroon
● Eentonige en onvoldoende voeding, overbevolkte
buurten en gebrek aan hygiëne → ziekten en hoge
kindersterfte
● Criminaliteit en alcoholisme ↑
● Kinderarbeid → analfabetisme → culturele
achterstand gedurende generaties.
● Ook op het platteland was de armoede schrijnend, maar in de
steden viel ze meer op door de hoge bevolkingsconcentratie.
● Taalbarrière → bv. Frans vs. Vlaams →
Proletariaat werd niet gehoord, had geen stem.
● Einde 19de eeuw: stilaan verbetering in de toestand van de
arbeiders, maar verpaupering is dan zeker nog niet
verdwenen!
Zuigelingensterfte voor het einde an de 19de eeuw 20 tot 25%
~ In Vlaanderen lag de sterfte hoger.
Oorzaken:
- beperkte medische kennis
- In Vlaanderen werd minder borstvoeding gegeven. Grotere armoede
dan in Wallonië.
- Katholieke geloof zeer verankerd in Vlaanderen. (anticonceptie) dus veel
kinderen, meer geboortes (statistiek) maar ook meer honger.
~ Vlamingen zijn ongeschoold.
Probleem voor de arbeiders :
- taal
- hygiëne (slechte)
- amper geld
- Kinderen drinken ook alcohol
- Hoe waren de werkomstandigheden van het proletariaat ?
→ loonarbeiders: loon in ruil voor arbeidskracht
Loon laag door overaanbod aan arbeidskrachten (bevolkingsexplosie)
en door economisch liberalisme.
→ vrouwen en kinderen meewerken, voor nog lager loon
Note = liberalisme → Vrij maar vrije markt en persoonlijke
verbetering/winst nastreven heeft gevolgen voor anderen waardoor niet
iedereen vrij kan zijn
2. Marxisme