Week 1
Het schrijven van een wetenschappelijk artikel – Methoden
In dit onderdeel van een artikel worden de opzet en de uitvoering van de studie beschreven. De lezer
krijgt hierdoor een indruk van de kwaliteit van het onderzoek. De inhoud is afhankelijk van het type
studie, drie soorten worden beschreven:
Literatuurstudie
Bij een literatuurstudie is informatie nodig over;
De gebruikte literatuurdatabases
De gebruikte zoektermen en –methode
De selectiecriteria; gebruik je om uit de lijst van gevonden artikelen de meest relevante te vinden.
Dit hangt af van het doel en de hoeveelheid tijd.
Het aantal geschikte artikelen dat is gebruikt in de literatuurstudie
Er zijn verschillende soorten selectiecriteria:
Publicatiejaar; neem z’n recent mogelijk artikel, zodat de nieuwste ontwikkelingen erin staan.
Onderzoekspopulatie; vertel of de literatuurstudie beperkt is tot een bepaalde onderzoekspopulatie
en waarom dit is gedaan.
Studie-opzet; De onderzoeksvraag bepaalt welke studies in aanmerking komen voor de
literatuurstudie.
Observationele studie
observationele studies onderscheiden zich doordat ze niet ingrijpen in het gedrag van de
onderzoekspopulatie. dat betekent niet dat je helemaal niks doet bij een deelnemer. Het afnemen van
een vragenlijst of het meten van lengte en gewicht kunnen wel onderdeel zijn.
voorbeelden zijn;
Statusonderzoeken bij patiënten
Cliënttevredenheidsonderzoeken
Bloedonderzoeken
Beschrijvingen van risico op ziekte
Voor een observationele studie moet minimaal beschreven worden welke populatie is onderzocht,
hoe de gegevens zijn verkregen en in welke tijdsperiode.
Deelnemers aan observationele studie; geef aan hoe je aan deze deelnemers bent gekomen.
Gegevensverzameling; op welke manieren zijn er gegevens verkregen over de deelnemers;
interviews en vragenlijsten, antropometrie, verzameling van bv. bloed, labaratoruimbepalingen.
Tijdsperiode; prospectief, retrospectief of cross-sectioneel.
Statistiek bij een observationele studie; hoe zijn de onderzoeksresultaten beschreven, en zijn er
statistische toetsen uitgevoerd. (geven van gemiddelden).
Interventiestudie
Bij interventiestudies wordt er aan de deelnemers een bepaald gedrag of een bepaalde behandeling
opgelegd.
Deelnemers aan interventiestudie; hoe werden de deelnemers geworven, hoe werden ze
geïnformeerd, in- en exclusiecriteria en uitval.
Studieopzet; beschrijf hoe de interventie is uitgevoerd.
Interventie; waaruit bestaat de interventie en op welke manier is gecontroleerd of de interventie ook
juist is uitgevoerd.
Statistiek bij een interventiestudie; gaat om het toetsen en of een behandeleffect significant afwijkt
van nul. Geef in je artikel aan wat je precies hebt getoetst en welke toetsen je gebruikt hebt.
Belangrijk hierbij is de steekproefgrootte.
, Week 3 Hoofdstuk 3 en 7
Paragraaf 3.1: beschrijvend, exploratief of toetsend onderzoek
Verschillende soorten onderzoek:
Beschrijvend onderzoek: is een onderzoek waarbij je een situatie in kaart wilt brengen. Je je
voorkennis is veelal lager dan bij een de andere vormen. Veel beschrijvend onderzoek is kwantitatief
van aard. Beschrijvend onderzoek is vaak een eerste stap. Als de variabelen eenmaal in kaart zijn
gebracht, volgt vaak een exploratief onderzoek.
Exploratief onderzoek: is onderzoek waarbij je op zoek bent naar verbanden en/of verklaringen. Het
gaat hierbij om onderzoek dat ideeën moet genereren over hoe zaken met elkaar samenhangen en
waarom. Dit onderzoek mondt uit in hypotheses die getoetst kunnen gaan worden. Exploratief
onderzoek vindt zowel via kwantitatief als kwalitatief onderzoek plaats.
Toetsend onderzoek: is onderzoek waarbij je een theorie of verwachting (hypothese) wilt toetsen. In
het geval van praktijkonderzoek evalueer je of een ingestelde maatregel het gewenste effect heeft
gehad. Bij toetsend onderzoek wordt meestal gebruik gemaakt van kwantitatieve methode van
onderzoek.
Paragraaf 3.2: deskresearch en/of fieldresearch.
Bij deskresearch maak je gebruik van bestaande gegevens in de vorm van bijvoorbeeld literatuur,
voorgaande onderzoeken of databases. Bij fieldresearch ga je zelf gegevens verzamelen door een
eigen onderzoek op te zetten en uit te voeren.
Meestal gaat de keuze tussen of alleen deskresearch of een combinatie van desk- en fieldresearch.
Het komt zelden voor dat je alleen fieldresearch doet want dit kost relatief veel tijd en geld.
Bovendien komt deskresearch de kwaliteit van je fieldresearch ten goede. Je kunt zo gerichter vragen
stellen (interview of enquête) omdat je met deskresearch bijvoorbeeld je doelgroep hebt ontdekt.
Omgekeerd is het vaak zo dat enig fieldresearch uitgebreid deskresearch enorm kan
vergemakkelijken. Een paar interviews met expres kunnen veel tips door deskresearch of zelfs kan-en-
klare onderzoeksrapporten opleveren. Expres kunnen bijvoorbeeld docenten, wetenschappers of
bibliothecaresse zijn. De volgende zaken kun je met expertinterviews achterhalen.
- Goede zoektermen voor bibliotheek en internet
- Recente publicaties of onderzoeksrapporten
- Relevante tijdschriften en/of websites om te scannen
- Theorieën die voor je onderwerp behulpzaam kunnen zijn.
- Andere experts die je kunt interviewen via hun netwerk.
3.3 online onderzoek
Medium of kwantitatief onderzoek: via internet zoals enquetes of e-mail verspreiden
Kwalitatieve internet toepassingen: online focusgroepen, blogonderzoek of online kwalitatief
chatonderzoek.
Paragraaf 3.4: kwalitatief of kwantitatief onderzoek.