Oefeningen DEEL 3
Oefeningen Wet van Lambert-Beer
1) Kleine hoeveelheden ijzer in drinkwater kunnen worden bepaald door vorming
van een intens gekleurd ijzer-complex. Een standaardoplossing die 5,36 x 10 -6
M ijzer bevat, vertoont een absorbantie = 0,119 in een 2,00 cm cuvet bij 510
nm. Bepaal de molaire absorptiviteit van het complex.
2) De absorbantie van een staal dat zich in een 1,00 cm cuvet bevindt, bedraagt
bij een welbepaalde golflengte 0,097. Bij deze golflengte heeft de specifieke
absorptiviteit van het bestanddeel een waarde = 2,0 L cm -1 g-1. Bereken de
concentratie van het bestanddeel (in g/L).
3) Een oplossing bevat 1,00 mg ijzer in 100 mL en heeft A = 0,155 (gemeten
t.o.v. een geschikte blanco).
a. Welke absorbantie wordt gemeten wanneer de ijzer-oplossing 4x meer
geconcentreerd is?
It
b. Met welk % doorgelaten (tip: ∙ 100 ) licht komt dit overeen?
I0
4) Een oplossing van een gekleurde stof die 30 mg per 100 mL bevat, heeft bij
een bepaalde golflengte in een 1,0 cm cuvet een absorbantie van 0,84.
Bereken de absorbantie bij een concentratie van 5,0 mg per 100 mL in
dezelfde cuvet bij dezelfde golflengte.
5) Een oplossing van een stof (M = 376 g/mol), concentratie 30 mg/L, geeft bij
een golflengte van 450 nm in een 1,0 cm cuvet een absorbantie van 0,84.
a. Bereken de molaire absorptiecoëfficiënt bij 450 nm.
b. Bereken de specifieke absorptiecoëfficiënt bij 450 nm.
Oefeningen Wet van Lambert-Beer
1) Kleine hoeveelheden ijzer in drinkwater kunnen worden bepaald door vorming
van een intens gekleurd ijzer-complex. Een standaardoplossing die 5,36 x 10 -6
M ijzer bevat, vertoont een absorbantie = 0,119 in een 2,00 cm cuvet bij 510
nm. Bepaal de molaire absorptiviteit van het complex.
2) De absorbantie van een staal dat zich in een 1,00 cm cuvet bevindt, bedraagt
bij een welbepaalde golflengte 0,097. Bij deze golflengte heeft de specifieke
absorptiviteit van het bestanddeel een waarde = 2,0 L cm -1 g-1. Bereken de
concentratie van het bestanddeel (in g/L).
3) Een oplossing bevat 1,00 mg ijzer in 100 mL en heeft A = 0,155 (gemeten
t.o.v. een geschikte blanco).
a. Welke absorbantie wordt gemeten wanneer de ijzer-oplossing 4x meer
geconcentreerd is?
It
b. Met welk % doorgelaten (tip: ∙ 100 ) licht komt dit overeen?
I0
4) Een oplossing van een gekleurde stof die 30 mg per 100 mL bevat, heeft bij
een bepaalde golflengte in een 1,0 cm cuvet een absorbantie van 0,84.
Bereken de absorbantie bij een concentratie van 5,0 mg per 100 mL in
dezelfde cuvet bij dezelfde golflengte.
5) Een oplossing van een stof (M = 376 g/mol), concentratie 30 mg/L, geeft bij
een golflengte van 450 nm in een 1,0 cm cuvet een absorbantie van 0,84.
a. Bereken de molaire absorptiecoëfficiënt bij 450 nm.
b. Bereken de specifieke absorptiecoëfficiënt bij 450 nm.