1.1 Rechtstaat
1.1.1 De overheid moet haar burgers respecteren
1.1.1.1 De overheid moet haar eigen democratisch tot stand
gekomen wetgeving naleven.
1.1.2 De overheid moet haar burgers beschermen
1.1.2.1 De overheid moet zorgen voor onafhankelijke
rechtscolleges die de rechten beschermen en sancties
opleggen als ze worden geschonden.
1.1.2.2 Overheid moet ook uitvoerende structuren voorzien
die de orde en veiligheid moeten bewaren.
1.1.3 Regulerend optreden van staat sinds 20ste
eeuw
1.1.3.1 sociale, economische, culturele, fiscale wetgeving
1.2 Democratie
1.2.1 Deelname van burgers in het staatsbestuur via
een verkozen parlement
1.2.2 Enkelvoudig kiesrecht voor iedereen
1.3 Scheiding der machten
1.3.1 Wetgevende macht
1.3.1.1 Het recht formuleren in klare wetteksten met
duidelijke bijbehorende sancties
1.3.2 Rechterlijke macht
1.3.2.1 Het recht interpreteren en toepassen
1.3.3 Uitvoerende macht
1.3.3.1 Het recht uitvoeren
1.3.3.2 Bestuur van de overheidsadministratie
1.3.4 Machtsmisbruik vermijden
1.3.4.1 Om machtsmisbruik te vermijden zijn deze drie
machten gescheiden.
, 1.4 Eenheidsstaat en federalisering
1.4.1 België was bij zijn ontstaan in 1830 een
eenheidsstaat met centraal gezag.
1.4.2 Tussen 1970 en 2014 hebben er 6
staatshervormingen plaatsgevonden en verschoven
er meer bevoegdheden naar de Gemeenschappen
en Gewesten.
1.5 Monarchie
1.5.1 De koning is lid van de federale wetgevende
macht
1.5.2 De koning staat ook aan het hoofd van de
federale uitvoerende macht
1.5.3 Alle politieke handelingen van de Koning
moeten steeds gedekt worden door een minister
die hiervoor verantwoordelijkheid opneemt
1.5.4 De koning is politiek onbekwaam en
onverantwoordelijk
1.5.5 Hij is onschenbaar
2 Politieke instellingen in federaal België
2.1 De federale overheid
2.1.1 De federale wetgevende macht: parlement
en koning
2.1.1.1 3 takken Wetgevende Macht = Kamer + Senaat +
Koning
2.1.2 De federale uitvoerende macht:
2.1.2.1 Koning en regering